1.680
58

Historicus en publicist

Rutger Bregman (23) is historicus en publicist. Hij schrijft onder andere voor nrc.next en Het Parool. In maart 2012 verschijnt zijn boek 'Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis' bij de Bezige Bij. Eerder publiceerde hij ‘Hoe haal ik mijn tentamen?’ bij uitgeverij Van Gorcum.
Bregman volgen? Dat kan op Twitter: @rcbregman

Integreren voor Dummies

Als de multiculturele smeltkroes een utopie blijkt dan is apathie het beste alternatief

Wie heeft er wel eens een succesvol integratieverhaal gehoord? Ik bedoel zo’n verhaal waarin de zoon van een wereldvreemde imam hard zijn best doet op de havo. De zoon draait actief mee in de lokale buurtvereniging, stuurt gloedvolle betogen naar de Volkskrant en overhoort zijn vader Nederlandse woordjes voor de verplichte inburgeringscursus. In zijn vrije tijd plukt hij samen met een bataljon Polen aardbeien in de kas. Zo helpt hij zijn vader om de inburgeringscursus te betalen.

Het verhaal zal wel bestaan, maar omdat ik het zo snel niet kon vinden heb ik het maar uit mijn duim gezogen. ‘Integreren voor dummies’ levert op Google geen gouden tips voor immigranten op, maar allerlei ingewikkelde wiskundige formules.

Of wacht even, hier heb je toch zo’n verhaal: een sympathieke twintiger, actief voor buurtvereniging Eigenwijks in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. Succesvol de havo afgerond. Samen met vrienden een plan geschreven voor een buurtcentrum waar huiswerkbegeleiding wordt aangeboden. Helaas afgewezen door het ministerie van VROM, maar hij heeft het er niet bij laten zitten. Als redactielid voor de buurtkrant schreef hij een verslag van een politiek jongerendebat dat hij had georganiseerd. Onderwerpen als ‘stedelijke vernieuwing’, ‘overlast door jongeren’ en ‘de aanpak door de politie’ waren aan bod gekomen. Conclusie: ‘jongeren zijn wel degelijk betrokken bij hun buurt en kunnen over van alles en nog wat mee praten!’ Wauw, dat is nog eens een integratiesuccesverhaal!

Wacht even, het stuk is ondertekend door Mohammed Bouyeri. Toch geen geschikt voorbeeld.

In schril contrast met ons gebrek aan hartverwarmende integratieverhalen staan de integratiecijfers. De tweede generatie allochtonen spreekt vloeiend Nederlands, gaat steeds vaker naar de universiteit, is netjes gehuisvest, steeds beter politiek vertegenwoordigd en weet ook het stembureau te vinden. Toch vertellen die droge cijfers nog niet het hele verhaal. Wat zijn eigenlijk de criteria voor succesvolle integratie?

Nederland heeft een rijke geschiedenis van honderden jaren aan immigratie. Wellicht dat deze integratieverhalen ons iets kunnen vertellen over het punt waarop we tevreden mogen zijn. Ons beste uitgangspunt is het boek Winnaars en Verliezers (2011) van Leo en Jan Lucassen. Deze broers stellen dat er een grote hoeveelheid fabeltjes over immigratie en integratie de ronde doen. Een van de grootste mythes is dat de integratie in de afgelopen decennia volledig is mislukt.

Laten we ons eerst eens realiseren dat het om honderdduizenden nauwelijks geschoolde vreemdelingen ging. Deze analfabeten kwamen vlak voor de oliecrisis (1973) ons land binnen met een cultuur die op veel punten onverenigbaar leek met de onze. Een blauwdruk voor rampen zou je zeggen.

Toch haalt een derde van dit zooitje ongeregeld inmiddels de havo of hoger. In 1991, toen we ons nog niet druk maakten over het multiculturele drama, was dat nog maar 5 procent. De islam is, voor de moslims zelf althans, ook steeds minder een splijtzwam. Slechts een klein deel van de Turken en Marokkanen sluit zich om religieuze redenen af van de Nederlandse cultuur. De meerderheid noemt zich nog wel moslim, maar gaat zelden of nooit naar de moskee.

Maar let wel, de gebroeders Lucassen stellen ook dat ‘door het dominante, politiek correcte taboe integratieproblemen inderdaad te lang niet of te weinig zijn benoemd’. Migratiehistorici hebben te lang geroepen dat met het verstrijken van de tijd alles goed komt. Hier blijft het echter bij: enig bewijs voor massa-immigratie, een links complot of allesomvattend cultuurrelativisme zien de broers Lucassen niet. De parlementaire enquêtecommissie onder leiding van VVD’er Stef Blok constateerde in 2004 dat de integratie voor een goed deel is gelukt. Die conclusie, vervat in een 656 pagina’s dik rapport, werd natuurlijk niet serieus genomen. De integratiepessimisten (van Bolkestein tot Bosma) hebben een politieke schijnwerkelijkheid gecreëerd die, zoals de broers het nog zacht uitdrukken, ‘de toets der wetenschappelijke kritiek niet kan doorstaan’.

Laten we als voorbeeld eens kijken naar Poolse immigranten. Sommigen zijn seizoensarbeiders en integreren nauwelijks. Diegenen die wel van plan zijn om te blijven, sturen hun kinderen naar Nederlandse scholen en sluiten zich aan bij de bestaande rooms-katholieke kerk. De land- en tuinbouw is sterk afhankelijk van Poolse arbeiders. Ik heb in mijn jeugd nog tomaten geplukt in een kas bij Berkel en Rodenrijs. Daar vormde de Pool een klasse apart: geen Nederlander die zo snel tomaten kon plukken. Het kwam niet als een verrassing dat ik na een paar zomers werd ontslagen om plaats te maken voor een Pool.

In de achttiende eeuw hadden we ook te maken met grootschalige immigratie van Polen. Het ging om Asjkenazische joden, die in zeker opzicht de Marokkanen van de achttiende eeuw genoemd kunnen worden.

Deze Poolse joden woonden in sloppenwijken, waren oververtegenwoordigd in de criminaliteit, kleedden zich afwijkend en trouwden alleen in eigen kring. Eeuwenlang zijn ze als vreemdelingen beschouwd en behandeld. Pas in 1796, onder invloed van de Franse Revolutie, krijgen de joden gelijke rechten.
Toch hebben de Poolse joden het uiteindelijk goed gedaan. Hoe? Niet door te leren over het Wilhelmus, de slag bij Nieuwpoort of de Batavieren. Wel door aan de bak te gaan, ondanks de wettelijke uitsluiting van verschillende banen. Het was cruciaal dat hun kinderen Nederlands leerden spreken, wat op joodse scholen werd verplicht gesteld. Aan de vooravond van de Duitse inval onderscheidde de joodse Nederlander zich nauwelijks van de ‘gewone’ Nederlander als het om werk, scholing en woonsituatie ging. Culturele assimilatie was als vanzelf gevolgd op economische integratie.

Een verstandig integratiebeleid richt zich daarom niet op een oppervlakkige aanpassing aan de Nederlandse identiteit en cultuur, wat dat ook moge zijn. Pim Fortuyn heeft daar in zijn (verder vrij idiote) boekje Tegen de islamisering van onze cultuur (1996) een verstandige opmerking over gemaakt:

“Islamitische Nederlanders dienen zich niet en masse en uitzichtloos in de onderklasse te blijven bevinden. Aan hen dient op korte termijn perspectief te worden geboden om ten volle deel te nemen aan de Nederlandse economie en samenleving.”

Naast ‘an die Arbeit!’ is er nog een gouden tip voor de integratie-dummie: je bent pas echt succesvol geïntegreerd als je niet opvalt. En om niet op te vallen hoef je helemaal geen Nederlands te spreken, naar de universiteit te gaan of het Wilhelmus te kennen. Honderden Duitsers, Amerikanen, Japanners en Indonesiërs zijn gelukkig in Nederland zonder ook maar een woord Nederlands te spreken. Volgens de gebruikelijke criteria zijn ze misschien niet geïntegreerd, maar ze leveren zo weinig problemen op dat we voor het gemak doen alsof dat wel zo is.

Ondertussen is het anti-immigratie denken een self fulfilling prophecy geworden. Alleen buitenlanders die gerotzooi met zich mee brengen zijn interessant voor de integratiepessimisten. Het hele immigratie- en integratiebeleid wordt zodoende afgesteld op een kleine maar zichtbare minderheid. Succesvolle integratieverhalen bestaan niet, juist omdat ze succesvol zijn. Bij geslaagde integratie heft de immigrant zichzelf op.

Dus wat is het dan, integreren voor dummies? Ik zou zeggen: werken, belasting betalen en verder zorgen dat je niet opvalt. De integratiepessimisten stellen terecht dat het ideaal van een multiculturele smeltkroes, waarin iedereen van elkaar houdt, een utopie is. Maar wie heeft er ooit in dat ideaal geloofd? Ik geloof in ieder geval niet in een integratieproces waarin autochtonen de vreemdelingen doodknuffelen door ze systematisch te dwingen tot een potje Scrabble in het lokale buurtcentrum. Ik wil niet beweren dat we zonder gastvrijheid kunnen, maar misschien helpen we de allochtoon wel het meeste met een gezonde dosis onverschilligheid. Als de multiculturele smeltkroes een utopie blijkt dan is apathie het beste alternatief. Liever dat dan verstikkende multiculti-liefde of hysterische multiculti-haat.

Geef een reactie

Laatste reacties (58)