992
8

directeur Intermax

John T. Knieriem is Algemeen Directeur van Intermax en voert het management team aan. Hij geeft gastcolleges en is als spreker een inspirator met zijn trendspeech. Techniek heeft implicaties. Knieriem duikt dan ook graag in de bijbehorende wetgeving er omheen om vervolgens de gevolgen voor de democratische rechtstaat boven water te halen.

Internetblokkades blauwdruk voor censuurdienst

Bij internetgerelateerde wetgeving hebben we te maken met volstrekt onbekwame beleidsmakers en bestuurders

De overheid wil een nieuw wapen in de strijd tegen onder andere jihadistische content en illegale goksites: internetblokkades. Er is inmiddels sprake van een duidelijk patroon: gaat het om internetgerelateerde wetgeving, dan hebben we te maken met volstrekt onbekwame beleidsmakers en bestuurders, met onvoldoende kennis van de techniek of de democratie.

Illegale goksite? Video met een oproep deel te nemen aan de jihad? Dan moet de internetprovider deze binnenkort blokkeren, als het aan de overheid ligt. Zonder bemoeienis van een rechter. Een onacceptabel voorstel, vergelijkbaar met wanneer ons postbedrijf preventief alle brieven en pakketjes open zou maken. Uiteraard vind ook ik dat illegale content snel moet worden verwijderd. Maar op deze manier wordt de internetprovider gedwongen in de rol van politieman, rechter en beul tegelijk, en dat mag niet gebeuren.

Keer op keer laat de overheid een schrikbarend gebrek aan technische en staatsrechtelijke kennis zien, wanneer het gaat om dit soort vraagstukken. Ook dit voorstel gaat niet werken. Zelfs de minst ervaren gebruikers kunnen internetblokkades simpel omzeilen. Dat kan bijvoorbeeld met een Tor browser, die het mogelijk maakt anoniem over het web te surfen. Aanbieders kunnen gemakkelijk van IP-adres of domeinnaam wisselen. Blokkades zijn daardoor maar kort effectief. Twitter account geblokkeerd? Dan maak je binnen een paar minuten een nieuwe aan. Er ontstaat een ouderwets kat-en-muisspel, waarbij de overheid het nakijken heeft.

Op het gebied van handhaving blijft het angstvallig stil. Een NSA-achtig systeem is denkbaar in deze context, waarbij honderden ambtenaren zich bezig houden met online surveilleren en bestraffen. Ter illustratie: bij de Kansspelautoriteit werken 65 personen. Een uitgebreid surveillanceapparaat lijkt dus geen serieuze mogelijkheid. De middelen voor de bestrijding van cybercrime zijn sowieso lachwekkend: in totaal beschikt de politie voor digitale opsporing en de bestrijding van cybercrime over 743 man. Ter vergelijking: de nationale politie bestaat uit bijna 51.000 fte. Kortom, het ontbreekt de overheid aan mankracht om haar eigen voorstellen uit te voeren. Daarom schuift ze verantwoordelijkheden af.

Internetgerelateerde wetgeving is sowieso geen specialiteit van onze overheid. Onlangs haalde het ministerie van Veiligheid en Justitie nog bakzeil bij de rechter toen de bewaarplicht ongeldig werd verklaard. Onder die bewaarplicht waren internetproviders verplicht grote hoeveelheden data op te slaan, bedoeld voor digitale opsporingsdoeleinden. Die verplichting valt nu weg. Het gevolg: de politie kan minder goed haar werk doen en Nederland is minder veilig. Een ander voorbeeld: de recente cookiewet, bedoeld om consumenten inzicht te geven in wat er online met hun data gebeurt en hun privacy te waarborgen. De dagelijkse praktijk bestaat echter uit meldingen die consumenten verplichten cookies te accepteren voordat ze een pagina verder kunnen bekijken. Oorzaak: de overheid weet eigenlijk niet welke soorten cookies er überhaupt bestaan, wat resulteert in vage wetgeving waar bedrijven in allerijl aan willen voldoen, zonder dat de consument geholpen wordt.

Internetblokkades maken echter vooral vrij baan voor een censuurdienst, en dat is een gevaar voor onze democratie. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid betoogde onlangs nog in een rapport dat overheden uiterst terughoudend moeten zijn met bemoeienis in de kernprotocollen van het internet. Helaas is dit precies nu wat de overheid wil doen. Verantwoordelijkheden verschuiven naar de providers, die moeten handelen zonder tussenkomst van een onafhankelijk oordeel. Dat is in strijd met de basisbeginselen van onze rechtsstaat.

De overheid moet leren omgaan met de virtuele wereld op internet, waar nationale wetgeving wegens het ontbreken van grenzen geen werkingskracht heeft. Daarom moeten we op internationaal niveau tot grensoverschrijdende wetgeving komen. Een moeilijke taak, uiteraard.

Maar eerst moeten we ervoor zorgen dat deze internetblokkades niet worden doorgevoerd. Kamerleden die voor dergelijke blokkades stemmen geven blijk van onvoldoende democratisch gehalte. Deze tijd vraagt om andere bestuurders, mensen die beschikken over voldoende digitale kennis en vaardigheden. Mensen die beseffen dat de wereld veranderd is, en dat we de online en offline wereld als gelijkwaardig moeten zien.

Het is daarnaast essentieel dat de overheid beter samen gaat werken met de IT-sector, om samen tot gepaste regelgeving te komen. Alleen dan kunnen we de noodzakelijke snelheid bij de uitvoering van ICT-vraagstukken omhoog krijgen. De sector heeft immers als enige de benodigde kennis en ervaring om veranderingen te realiseren. Zo is er veel te winnen bij het afhandelen van notice-and-take-downverzoeken. Deze gedragscode beschrijft hoe we in de online sector omgaan met klachten over onrechtmatige inhoud op internet. Het niveau van organisatie en de snelheid van afhandeling van dergelijke verzoeken moet drastisch omhoog, én moet altijd een onafhankelijke toetsing bevatten. Daarvoor moeten we samenwerken. Doen we dat niet, dan leveren we straks in een surveillancestaat waar de Noord Koreaanse overheid jaloers op kan zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)