2.527
22

Auteur, deskundige conflict- agressie- en geweldsbeheersing

dr. Aart G. Broek is deskundige conflict- agressie- en geweldsbeheersing; auteur van onder meer De terreur van schaamte (2015) en Dwarsliggers; Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap (2013).

Intieme relaties op de politieke werkvloer

Verontrustend zijn niet de wellustige verlangens van Alexander, Han of Jack, maar de krachteloze inspanningen van ieder van ons om er ongekunsteld mee om te gaan

In zijn editie van week 36 van dit jaar onthulde het blad Privé op basis van een gesprek met Anne Lok, dat deze ‘brunette uit Meppel’ niet alleen vier jaar lang de ‘minnares’ was van ‘de charismatische D66-leider’ Alexander Pechtold, maar ook van hem in verwachting raakte (‘Alexander en ik vreeën onveilig’) en hij er ‘met felle bewoordingen’ op aandrong dat zij ‘abortus moest plegen’. Het spreekt – voor een blad als Privé – voor zich, dat Anne Lok ‘helemaal stuk zit’ en ‘haar kinderen uit de publiciteit [wil] houden’ (het weekblad nam dan ook slechts één foto van Anne met haar vijf kinderen op).

Twee Grootheden
De reporter die Anne sprak, Harrie Nijen Twilhaar, kreeg als respons van Pechtold dat hij ‘datgene wat bij uitstek persoonlijk en privé is op generlei wijze openbaar [wenst] te maken of in het openbaar te bespreken’. Dit voorkwam niet dat tal van media – waaronder de kwaliteitskranten – de scoop oppakte, al dan niet voor waar aannamen, en constateerde dat de persoonlijke levenssfeer nu toch echt niet meer buiten de politiek gehouden kon worden. Alsof het ooit twee gescheiden grootheden waren.

In zijn column in NRC van zaterdag 8 september bespot Youp van ’t Hek de ‘snotterende Drentse deerne met liefdesverdriet’ en maant de politicus zich te vermannen: ‘Kom uit je rare flatje en herstel de orde in je hoofd en in ons land!’ Alsof de persoonlijke verlangens en het politiek handelen ooit keurig gescheiden grootheden waren en na een faux pas in Drenthe deze scheiding met een manhaftige houding weer te herstellen is.

Opwinding
Al werd enig onderzoek van de Amerikaanse sociaal-psycholoog Dan Ariely recentelijk in twijfel getrokken, met de volgende uitspraak kan hij geen uitglijder maken: ‘Sexual arousal is familiar, personal, very human, and utterly commonplace. Even so, we all systematically underpredict the degree to which arousal completely negates our superego, and the way emotions can take control of our behavior. [Dan Ariely, Predictably Irrational; The Hidden Forces that Shape Our Decisions. London, 2009, pp. 99]

Het is natuurlijk niet exclusief aan landelijke politici als Ruud Lubbers, Neelie Smit-Kroes, Bram Peper, Jack de Vries, Thierry Baudet, Han ten Broeke en Alexander Pechtold om werk en erotiek te verstrengelen. Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau trekt eros aan touwtjes. Het is natuurlijk ook niet per se noodzakelijk in een (hotel)bed terecht te komen. Het wellustige verlangen alleen is al voldoende om invloed uit te oefenen op elk van ons.

Emoties
Ter zijde, maar niet om terzijde te schuiven: het veronderstelde venijn is niet uitsluitend werkzaam wanneer het om seks of het verlangen ernaar betreft. Emoties – waaronder tegenhangers van erotische aantrekkingskracht als weerzin, angst, wraak en haat – spelen sowieso een doorslaggevende rol bij besluitvorming. Altijd. Vanaf de oudste Bijbelse verhalen en de Griekse en Romeinse mythes, via Niccolò Machiavelli, William Shakespeare en honderden literaire auteurs tot en met hedendaagse (potentiële) Nobelprijswinnaars als de psycholoog Steven Pinker, de neurobioloog Robert Saposky en de econoom Daniel Kahneman wordt hierop gewezen. En nog steeds is er de literatuur om ons er door mee te laten sleuren.

Verontrustend zijn niet de wellustige vervlechtingen van politici of welke werkenden dan ook. Uitgesproken verontrustend is dat collega’s, superieuren en ondergeschikten, kiezers, kamer- en raadsleden, ministers en staatssecretarissen, wethouders en burgemeesters, redacteuren en lezers reageren alsof ze vandoen hebben met een buitenaards fenomeen. Mag ik wat meer ongekunsteld en begripvol handelen!

Alle politiek is altijd al en overal persoonlijk geweest, bij voorkeur gedrenkt in (het verlangen naar) seks. Neem hiertoe en ter afsluiting het spotdicht ‘Bestuurlijke zinnen’ tot je, met een vilein knipoog naar de afbraak van de sociale werkvoorziening; ter waarschuwing: niet geschikt voor kleinburgerlijke lezers.

Bestuurlijke zinnen
‘Dat ‘t nu eindelijk mag geschieden,’ dichtte Kees, de wethouder
met sociale zaken in zijn portefeuille, voor Does, lid van de raad
van commissarissen van de sociale werkvoorziening. Gemankeerde
lijven behoorden hun beider carrière toe. Als zijn strak verheven lid
verdween een van zijn vingers tussen vochtige lippen. Zo zompig

een gladde gleuf verlangde hij zich al sinds z’n pukkelige puberjaren.
Nu ’n kalende man begeerde hij nog driftiger het zuigende zinnebeeld
binnen bereik om schokkend in te stoten. Davids wellustige psalmen
golfden al weer uit z’n lendenen in de gedroomde schoot van zíjn
toezichthouder. Hunkerende vochtigheid dichtte hij haar toe, maar
woorden bereikten zijn gedicht voor haar al maar niet. De vrouw

met wie hij bed en kinderen deelde had nooit met zo’n nat verlangen
op hem liggen wachten. Zijn eigen lippen kwijlden nu de hartstocht
in haar, zijn Does, terwijl zij hem om haar vinger wond met ’n glimlach
die verleiding loog en met een teder dralende hand op z’n arm
tijdens een kort beraad. Haar bekkenbodem was gebarsten. Kezen
kwam er sowieso niet meer van, zeker niet met deze portefeuillehouder
(zijn vissenogen!), maar ‘t bestuursventje was zo bruikbaar. Haar lippen

verfde zij met ‘t speeksel van haar tong, zij trilde zacht haar vingers
over z’n hand, look haar ogen verlegen en wist de schacht van ‘r Kees
zondezwaar bij het lezen van zijn leidraad voor het leven: de Bijbelse
psalmen. Hij leegde zich en vulde schromelijk sjorrend en zacht
grommend de begeerlijke leegte van zijn echt. Lust dichtte een regel
ter opening: ‘Dat ’t nu eindelijk mag geschieden.’ Gesloten, droog

bleven z’n vrouwen: moeders sliep en van zijn dartele Does was weer
de heup uit de kom geschoten. Kees koesterde jachtig ’t gulzig zinderen
voor zijn teefje. Begerig tekende hij het besluit van de raad, dat mocht
’n flinke duit kosten: de werkvoorziening is iedere cent waard. Hij schoof
z’n kleverig gerei uit ‘t zicht. Zondige zinnen zouden volgen.

[Aart G. Broek, ‘Bestuurlijke zinnen’, verscheen in Extaze; Literair Tijdschrift, 2013, nr. 1, pp. 46-7]

Laatste publicatie van Aart G. Broek

  • De terreur van schaamte

    Wat heeft het militaire optreden van de VS in Irak van doen met het buitensporig geweld van Antilliaanse en Marokkaanse jongeren?

    April 2015


Geef een reactie

Laatste reacties (22)