1.881
14

Is Curaçao van God los?

Corruptie, liquidaties en geweldadige overvallen rijzen de pan uit. Heeft Nederland de grip op Curaçao verloren?

De recente aanhouding op Curaçao van twee politieke kopstukken van de Movemento Futuro di Kòrsou (MFK) voedt een indringende ontwikkeling op de eilanden. Oud-premier Gerrit Schotte en zijn oud-minister van Financiën George Jamaloodin lijken aan te schuiven bij een inmiddels indrukwekkende rij van bestuurders op de eilanden die werden vervolgd en vervolgens maanden in hechtenis sleten. Ook al zouden Schotte en Jamaloodin niet worden veroordeeld, de eilanden zijn geen koninkrijksdelen waarop Nederland haar grip heeft verloren. Die gedachte leeft alom, maar het moederland was nog nooit zo aanwezig als heden ten dage.

De Koninklijke Marechaussee heeft zo’n 125 mensen gestationeerd op de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba), Curaçao en Sint-Maarten. De Kustwacht en het Recherchesamenwerkingsteam (RST) zijn omvangrijke intereilandelijke organisaties met een uitgesproken Nederlandse aansturing. De eilandelijke en Nederlandse inlichtingendiensten kennen al decennia een probate samenwerking (met een grillige ‘dip’ onder het regime van Schotte). Nederland trekt belangrijke zaken zonder meer naar zich toe, zoals het onderzoek naar grensoverschrijdende criminaliteit en misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken. Hiervan is de moord op de politicus Helmin Wiels een tastbaar voorbeeld.

Nederlandse crime fighters
Ook anderszins voelen de eilanden de Nederlandse adem. Zo zette het Antilliaanse Openbaar Ministerie al in de jaren negentig het zoeklicht op politieke bestuurders die de regels niet zo nauw namen. Door de betrokkenheid van rechters en officiers van Justitie met een Nederlandse achtergrond ontstond het beeld van Nederlandse crime fighters die exclusief op ‘onze mensen’ jagen. Die indruk ontstond onder meer door de arrestatie van de invloedrijkste zakenman en politicus van Sint-Maarten, Claude Wathey, in 1993. Meer gezaghebbende politiek bestuurders werden in de loop van de jaren opgepakt. De vervolging van Bennie Demei (MAN, sociaaldemocraat), Rufus McWilliam en Ramon Chong (PNP, christendemocraten) en Anthony Godett, Ben Komproe en Nelson Monte (FOL, linkse volkspartij) verkreeg veel publieke belangstelling, zowel instemmend als afwijzend. Het RST bleek soms dwangmiddelen in te zetten die de wettelijke kaders tartten.

De Justitiële aandacht legde Godett overigens geen windeieren. Als niet eerder steeg zijn populariteit en trok hij stemmen, die hij echter niet kon omzetten in het leiderschap van een kabinet vanwege zijn hechtenis. Zijn zus, Mirna Godett, nam de honneurs waar, zij het kortstondig (2003-2004). Als oud-premier protesteerde zij bij de gevangenis en kwalificeerde de RST als het Rijkssluipmoordenaarsteam.

Valkuilen
Kortom, er ligt een aanzienlijke traditie van het aanhouden en veroordelen van politieke bestuurders op de eilanden. Het draagvlak voor de Nederlandse bemoeienis ontbreekt niet; dat kent echter wel valkuilen. Hoe die te vermijden zijn, is niet eenvoudig te beantwoorden. Het kan niet de bedoeling zijn van de vervolging van Schotte en Jamaloodin dat hun populariteit hierdoor wordt vergroot, zoals met Godett gebeurde. De tijdrovende zorgvuldigheid waarmee de arrestatie van Schotte en Jamaloodin werd voorbereid, is geen garantie dat die bijwerking wordt voorkómen.

Hoe dan ook voedt de deplorabele situatie waarin duizenden op het eiland leven, gemakkelijk de gedachten aan een samenzwering door het moederland dat het op ‘onze mensen’ heeft voorzien. Van die dreiging zal Schotte gebruik maken en hij zal er zijn aanhang mee versterken. Jamaloodin appelleert erop door zijn hongerstaking.

Vermogensdelicten
De overmacht van buiten het eiland is ook ongekend. De vraag naar drugs, de opdrachten voor witwassen en andere vermogensdelicten komen grotendeels van buiten het eiland, uit de Latijns-Amerikaanse landen, en bovenal uit Europa en de Verenigde Staten. Die buitenlandse stroom voedt de eilandelijke criminaliteit in alle lagen van de bevolking. Er zijn onvoldoende alternatieven om te (over)leven en die overmacht te weerstaan. In zekere zin is er sprake van dweilen met de kraan open, hoe sterk de Nederlandse justitiële en politiële aanwezigheid ook mag zijn.

Die kraan een stukje dicht draaien is niet eenvoudig. Het verbeteren van de sociaal-economische positie van de bevolking – dat wil zeggen een evenwichtiger spreiding van vermogen, economische groei en arbeid – is een wereldwijd probleem. Ook het Koninkrijk der Nederlanden heeft daarop nog geen afdoend antwoord weten te formuleren.

cc-foto’s: Aart G. Broek

Geef een reactie

Laatste reacties (14)