1.566
293

Oud-ambassadeur en Midden-Oosten kenner

Nikolaos (Koos) van Dam is voormalig Nederlands ambassadeur in Irak, Egypte, Turkije, Duitsland en Indonesië. Hij werkte ook als diplomaat in de bezette Palestijnse gebieden, Jordanië, Libanon en Libië. Hij is de auteur van The Struggle for Power in Syria (Londen, 2011, vierde editie) en lid van de Raad van Advies van stichting The Rights Forum.

Is de twee-statenoplossing nog te redden?

'Degenen die zich als werkelijke vrienden van Israël beschouwen, zouden Israël moeten helpen zich tegen zichzelf te beschermen'

Het recente Midden-Oosten rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) komt tot de conclusie dat de EU-landen hun officiële politieke posities in wezen helemaal niet hoeven te veranderen om het Israëlisch-Palestijnse conflict te helpen oplossen. Er zijn al meer dan genoeg passende resoluties.

Het probleem is veeleer dat de beleden principes tot dusver niet of nauwelijks  werden geïmplementeerd, waardoor zij ook geen bijdrage leverden aan vrede en misschien zelfs het tegenovergestelde effect hadden. Woorden dienen te worden omgezet in effectieve daden. Daarom heet het AIV-rapport ook ‘Tussen Woord en Daad’.

Het zou naïef zijn te verwachten dat Israël werkelijk bereid is zich uit de bezette Palestijnse gebieden van 1967 terug te trekken, in ieder geval niet zonder enorme druk van buitenaf. Vanaf het begin heeft Israël geheel Palestina willen bezetten om er een Joodse staat te vestigen, liefst met zo weinig mogelijk Arabieren binnen zijn grenzen.

Aangezien Israël vrijwel nooit vanuit het buitenland stevig onder druk is gezet, kon het ongestoord doorgaan met zijn bezettingspolitiek, met het bouwen van telkens weer nieuwe illegale Joodse nederzettingen, met het onderdrukken van de Palestijnse bevolking en het onteigenen van Palestijns land.

De buitenwereld verwacht dat Israël en de Palestijnen onderling wel tot overeenstemming zullen kunnen komen via onderhandelingen, maar vergeet daarbij dat we hier te maken hebben met twee volledig ongelijke partijen: de almachtige Israëlische bezetters en de grotendeels machteloze bezette Palestijnse bevolking die niet in de gelegenheid is haar fundamentele rechten te beschermen.

Zelfs de Verenigde Staten, het machtigste land ter wereld, is nog niet in staat gebleken om Israël ertoe te bewegen tegemoet te komen aan de vereisten die door president Obama zijn geformuleerd in zijn speech in Cairo in 2009, namelijk dat Israël de bouw van Joodse nederzettingen zou moeten stopzetten en dat een vredesregeling zou moeten zijn gebaseerd op de Israëlische grenzen van voor 1967, met de mogelijkheid van een uitruil van grondgebied. Israël heeft het Amerikaanse verzoek gewoon genegeerd en blijft dat doen, ondanks het feit dat het de grootste buitenlandse ontvanger is van militaire en financiële steun van de VS.

De reden waarom president Obama geen effectieve druk op Israël uitoefent is simpelweg de sterke pro-Israël lobby in zijn land, waardoor zijn manoeuvreerruimte ernstig wordt beperkt. Een soortgelijk verschijnsel is van toepassing op de Israëlische binnenlandse politiek. Israëlische politici die een serieuze poging zouden wagen om een einde te maken aan Joodse nederzettingen zouden zwaar worden aangevallen in eigen land en zouden daarmee hun politieke en electorale positie schaden.

Door dit alles is het uiterst moeilijk om een oplossing te bewerkstelligen voor de Joodse nederzettingen en daarmee ook voor een Israëlische terugtrekking uit de bezette gebieden en de vestiging aldaar van een onafhankelijke Palestijnse staat.

De enige manier om de totstandkoming van een twee-statenoplossing te helpen bewerkstelligen is door zware druk uit te oefenen op Israël. De afgelopen tientallen jaren hebben meer dan voldoende uitgewezen dat officiële resoluties en vriendelijke woorden geen enkel resultaat hebben opgeleverd.

Degenen die zich als werkelijke vrienden van Israël beschouwen, zouden Israël moeten helpen zich tegen zichzelf te beschermen. Mocht geen Palestijnse staat naast Israël ontstaan, dan zal dat slechts verdere rampspoed teweegbrengen, ook ten koste van Israëls veiligheid.

Bij het bespreken van de twee-statenoplossing dienen we er ons wel rekenschap van te geven dat de meeste leden van de huidige Israëlische regering die oplossing in werkelijkheid helemaal niet wensen.

De twee-statenoplossing is zelfs niet eens officieel binnen die regering besproken, naar ik aanneem omdat de leden ervan zich ten volle bewust zijn dat een meerderheid ertegen is.

Er bestaat bij leden van de Israëlische regering al een zekere afkeer van de Arabische minderheid binnen Israël zelf, laat staan dat zij daarnaast nog een Palestijnse Arabische staat zouden willen accepteren. Zij hebben liever geen vrede dan een vrede die zou inhouden dat zij de bezette gebieden moeten opgeven. Ondertussen hebben zij er geen bezwaar tegen wanneer de Palestijnen en de buitenwereld uitvoerig over de twee-statenoplossing blijven discussiëren, zo lang zij hun doel van een Joodse staat in geheel Palestina uiteindelijk kunnen verwezenlijken.

Een eerste stap om Israël onder druk te zetten is het geheel opnieuw bezien van het  handelsakkoord dat de EU met Israël heeft gesloten, in het licht van het internationale recht en de eerder verklaarde principiële EU-posities. Dat zou de Israëlische export naar Europa treffen. Ik bedoel hier niet alleen de export uit de illegale Joodse nederzettingen, maar ook de export uit Israël zelf. Sancties dienen te worden toegepast op degenen die verantwoordelijk zijn voor het Israëlische beleid. Dat is de Israëlische staat, niet alleen de Joodse kolonisten die illegaal op het land wonen dat van de Palestijnen is onteigend.

Het is hoog tijd dat wij onze politieke principes en uitgangspunten in de praktijk brengen. Dat wij de daad bij het woord voegen.

Bovenstaand artikel is afgeleid van een voordracht die Koos van Dam op 17 juni 2013 in Den Haag hield, hier te downloaden.

Geef een reactie

Laatste reacties (293)