397
6

Filosoof

Andrea Speijer-Beek (1988, Amsterdam) is filosoof. Daarnaast is zij columnist en eindredacteur bij o.a. online verdiepingsplatform defusie.net en werkt zij aan een manuscript. Na in 2009 de Amsterdamse Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving te hebben afgerond nam zij in 2011 haar Bachelor Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam in ontvangst. Na een jaar vervolgmaster aan dezelfde universiteit laste zij een sabbatical in om zich op het schrijven te concentreren en nam ze deel aan verschillende projecten, waaronder Uitgeverij Leegstand van het Sandberg Instituut. In september 2013 vervolgt zij haar opleiding aan de Vrije Universiteit met de researchmaster Philosophy, Bioethics and Health.

Is echt wel echt?

Het Egyptische leger beschermt de 'echte' democratie maar wat wil dat zeggen?

De grondwet van de moslimbroeders was in strijd met de ‘echte’ democratie. Daarom greep het leger in. Dat klinkt overtuigend maar er schuilt een paradox in, legt Andrea Speijer-Beek uit.

The army intervened claiming it wished to prevent a descent into civil war, and yet violence has only escalated since its intervention.” 
                                                                     [Andrea Teti, Gennaro Gervasio]

Over de militaire coup in Egypte is in korte tijd veel inkt gevloeid. Legitimering voor het militaire ingrijpen wordt veel en graag gegeven via de redenering dat een heersende macht niet mag heersen ten koste van de basis van zijn macht, in dit geval het Egyptische volk. 

Zodra de grondwet dusdanig wordt vormgegeven dat het de belangen van het volk schaadt is het startsein voor grootschalig protest gegeven en lijkt in dit geval zelfs een omverwerping van de eerste democratisch verkozen regering na de revolutie gerechtvaardigd. 

Het leger pakt deze afschildering van zijn motieven – als louter het verdedigen van échte democratie – gretig aan wanneer zij wordt aangeboden. De grondwet, die de fundamentalistische oriëntatie van de afgezette Morsi wat al te duidelijk liet doorschemeren, zal dankzij de coup worden herzien. 

Hiermee is nog niet gezegd dat het leger zelf liberale of zelfs maar democratische motieven had voor de coup. De indruk die steeds meer bronnen de laatste dagen geven is dat het leger helemaal niet uit is op het voorkomen van een burgeroorlog, zoals het openingscitaat van dit artikel al suggereerde, maar eerder op een verdeel-en-heers strategie waarvan de uitkomst en het doel nog duister is. Inhoudelijk speculeren hierop vanuit outsiderpositie is prematuur. 

Alarmerend
Fundamenteler dan de coup en haar legitimering is de aanname waarop die legitimering conceptueel berust: dat er zoiets bestaat als ‘echt’. Om de échte democratie te beschermen moeten wij [het leger] de grondwet overtreden. Dat is een redenering die ondanks de intuïtief waarschijnlijke klank veel vager is dan zij in eerste instantie lijkt. Want naar welke instantie verwijzen de ‘echtheidsstrijders’ eigenlijk wanneer zij het onderscheid maken tussen wat echt is en wat niet?

Een grootschalig en alarmerend fenomeen dat deze problematiek wat scherper illustreert is de toename van seksuele intimidatie onder vrouwen in de onrustige gebieden, waaronder Egypte. Schriftgeleerden die vinden dat vrouwen beter binnen kunnen zitten bij hun gezin dan geld verdienen of protesteren halen de tegenstelling tussen echt [volgens de heilige geschriften] en onecht [de manier waarop het feitelijk gaat] gretig van stal. 

Om de échte Islam te waarborgen moeten wij [rechtgeaarde mannen] vrouwen ontmoedigen zich buitenshuis te manifesteren, desnoods met seksueel geweld. 

Dit echtheidsargument klinkt ons al veel minder plausibel in de oren dan het structureel vergelijkbare argument toegeschreven aan het Egyptische leger. 

Paradox
In beide voorbeelden is er sprake van een paradox. Bij de seksuele intimidatie van vrouwen gebeuren er op basis van heilige (echte) morele voorschriften dingen die in strijd zijn met iedere vorm van moreel gedrag, bij de militaire coup wordt uit naam van het echte volk, de grondwet overtreden. 

Het woordje ‘echt’ lijkt steeds weer te staan voor een transcendente rechtvaardiging van subjectieve opvattingen en schimmige politieke belangen. Of dat nu in de context van religie is, waar menselijke motieven een goddelijk sausje meekrijgen, of bij het verdedigen van de ware democratie via ondemocratische weg. 

In het tribunaal van de publieke opinie kan een beroep op echtheid afhankelijk van de omstandigheden zowel gunstig als ongunstig uitpakken. Dit verandert echter niets aan haar paradoxale structuur, waardoor het echtheidsargument in alle gevallen er een is om zeer scherp in het kritisch vizier te houden. 

Geef een reactie

Laatste reacties (6)