1.640
53

Voormalig parlementair verslaggever

Ik heb geruime tijd gewerkt als politiek verslaggever en correspondent Brussel van het ANP. Daarna heb ik onder meer gepubliceerd op de The Postonline, Historiek en Frontbencher. Ook verschenen er enkele boeken van mij. ‘Van verzuiling tot versplintering’ uit 2015 is het laatste.

Is een rechtstreeks gekozen burgemeester wel zo wenselijk?

Als de bevolking de burgemeester aanwijst, verandert diens functie van karakter.

Sharon Dijksma (PvdA) wordt de nieuwe burgemeester van Utrecht. Dat wil zeggen: de gemeenteraad van die stad heeft haar gisteravond voorgedragen. De officiële benoeming vindt  plaats door de Kroon, ofwel de regering. Maar dat is een formaliteit. Het is al jaren de gewoonte dat het kabinet de raadsvoordracht zonder meer overneemt. De gemeenteraad bepaalt dus in feite wie er burgemeester wordt.

Deze procedure gaat veranderen. Wanneer precies is onbekend, maar vermoedelijk in de volgende kabinetsperiode. In 2018 besloot het parlement namelijk om de zogeheten Kroonbenoeming uit de grondwet te halen. Dat maakt de weg vrij voor een andere wijze van benoemen. Welke dat wordt, is een politieke afweging.

Er zijn drie mogelijkheden. De eerste houdt in dat de gemeenteraad de burgemeester kiest uit een aantal sollicitanten. Dat gebeurt nu in feite ook al, maar dan wordt de huidige gang van zaken wettelijk vastgelegd. De kandidaat die de raad naar voren schuift krijgt dan meteen het ambt, zonder dat de Kroon er nog aan te pas komt. In de praktijk verandert er hierdoor nauwelijks iets.

Een tweede mogelijkheid is dat een gemeenteraad na de verkiezingen de burgemeester aanwijst uit zijn midden. Dat zal dan bijna altijd de lijsttrekker van de fractie worden die bij de stembusgang als grootste is geëindigd. Een dergelijk systeem, waarbij de bevolking indirect beslist over het burgemeesterschap, is in onder meer Frankrijk van kracht.

De derde variant houdt in dat de bevolking de burgemeester rechtstreeks kiest. Vanuit democratisch oogpunt is dat natuurlijk veruit te verkiezen. Wat is er logischer dan dat de inwoners van een gemeente bepalen wie daar de hoogste politieke baas wordt?

Toch leidt deze aanpak tot problemen. Als de bevolking de burgemeester aanwijst, verandert diens functie van karakter. Hij (of zij) is niet langer een boven de partijen staande ambtsdrager, maar een politicus, die campagne moet voeren om zijn baan te krijgen. Hij/zij ontleent zijn gezag aan het feit dat hij bij verkiezingen een mandaat heeft gekregen. De burgemeester is in dat geval niet langer neutraal.

Nu kun je natuurlijk tegenwerpen dat die neutraliteit alleen maar op papier bestaat. Veruit de meeste burgemeesters zijn prominente partijpolitici, zeker in grote steden. Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam was GroenLinks-leider en Kamerlid. Ahmed Aboutaleb van Rotterdam werkte eerder als PvdA-wethouder en -staatssecretaris. Jan van Zanen van Den Haag geldt als een prominent VVD’er (hij was onder meer voorzitter van deze partij). En Dijksma, die nu naar Utrecht vertrekt, zat vanaf 2018 in het Amsterdamse college. Daarvoor was ze staatssecretaris en Kamerlid.

Toch blijft staan dat een burgemeester op dit moment niet op grond van zijn politieke achtergrond wordt gekozen, zeker niet openlijk. Er zijn zelfs steden – Maastricht bijvoorbeeld – waar de burgemeester van geen enkele partij deel uitmaakt. Ook in kleinere plaatsen is deze functionaris vaak hooguit ‘snurkend’ lid van een partij.

Maar nog problematischer is het hoe je van een burgemeester afkomt als hij/zij niet blijkt te voldoen. Kan een minister of gemeenteraad een burgemeester ontslaan die zijn (haar) mandaat ontleent aan de kiezer? Dat lijkt me nogal ingewikkeld. Hetgeen zou betekenen dat je aan die niet-deugende burgemeester blijft vastzitten tot de volgende raadsverkiezingen.

Misschien is die rechtstreeks gekozen burgemeester toch minder wenselijk dan het op het eerste gezicht lijkt.

Geef een reactie

Laatste reacties (53)