2.158
27

Historicus

Dennis van Lammeren werkte jaren als boekhouder in de bedrijfswereld, is wetenschappelijk omnivoor en studeerde in 2014 af bij de Universiteit van Amsterdam in de Research Master Geschiedenis.

Is het einde van de sociale wetenschappen in zicht?

Een voorbode van een toekomst waarin sprake kan zijn van technische en medische vooruitgang, maar socio-economische en politieke decadentie

Het onderzoek van in de Volkskrant van 21 februari naar de verdeling van geld voor de wetenschap geeft een duidelijke boodschap aan alle nieuwsgierige jongeren die in de toekomst wetenschap willen beoefenen: kies een exacte studie, of zoek ander werk.

Op basis van de genoemde 71 wetenschappers en hun vakgebied, kan men berekenen dat circa 83% van de bijna 784 miljoen Euro, die tussen 2004 en 2014 aan deze wetenschappers is uitgekeerd, naar de exacte of medische wetenschappen is gegaan. Tussen de resterende 17% vindt men geen enkele ‘zuivere’ sociale wetenschapper. De personen die hier wel naar neigen, hebben vrijwel allemaal dwarsverbanden met de exacte en medische wetenschappen.

Dat betekent weer een harde klap voor de toekomst van de sociale wetenschappen. Waarschijnlijk zullen weinig mensen de waarde betwijfelen van onderzoek naar onderwerpen zoals het milieu, ziektes en techniek. Maar voor de sociale wetenschap ligt dat klaarblijkelijk anders. Laten we deze situatie zelf nu eens bekijken vanuit een sociaal-wetenschappelijk perspectief.

Een reden dat er veel meer geld in de exacte en medische wetenschappen wordt gestoken, is dat men zich daar focust op verbeteringen. De potentie op verbeteringen zorgt voor de grote mate van financiering voor deze vakgebieden. De focus op verbeteringen is een omstreden doelstelling binnen de sociale wetenschappen. Maar wellicht ligt daar nu juist het probleem. Scepticisme is essentieel voor de wetenschap, maar pathologisch scepticisme zorgt voor stilstand en daarmee intellectuele bekrachtiging van de status quo. De sociale wetenschappen focussen zich te veel op signalering en te weinig op verbetering.

Maar de situatie is wat complexer. De vermeende behoefte aan exacte en medische wetenschappen hoeft namelijk geen reflectie te zijn van een behoefte van de gehele samenleving. Het feit is namelijk dat het uiteindelijk de financiers zijn, voornamelijk de overheid en bedrijven, die de exacte wetenschappers meer waarderen. Men vergeet vaak dat de overheid en bedrijven niet ‘de maatschappij’ zijn. Het zijn instituten, elk met eigen belangen. Doordat deze instituten het geld aanleveren, is de wetenschap dus nooit geheel onafhankelijk.

Het zijn bij uitstek mensen met een sociaal-wetenschappelijke achtergrond die inzicht kunnen geven in een context als deze. Zij zullen echter actiever de samenleving moeten opzoeken en zich meer moeten focussen op verbeteringen. Momenteel schuilt hierin evenwel een risico. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de onderzoeksvoorstellen die tegen de belangen van de financiers ingaan?

Sociale wetenschappers zouden daarom veel meer de media en de rest van de samenleving moeten opzoeken. Er zijn momenteel te weinig studenten en docenten die actief burgers opzoeken en hun kennis proberen over te brengen. Er sijpelt nauwelijks kennis uit de sociale wetenschappen door naar de rest van de samenleving en hierdoor zijn veel mensen te weinig geïnformeerd over de omgeving waarin zij leven. Met alle gevolgen van dien.

De ‘top-hoogleraren’ uit het artikel in de Volkskrant illustreren deze stand van zaken misschien wel het beste. ‘De besten krijgen het geld, en terecht’, zegt Hans Bos. ‘Alles gaat in competitie, de beste mensen en voorstellen krijgen geld en zo hoort het’, zegt Thomas Hankemeier.

We kunnen hier een alternatieve, sociaal-wetenschappelijke analyse tegenover zetten; de ‘toplaag’ van de overheid, bedrijven en andere instituten levert het geld aan waarmee de ‘toplaag’ van een wetenschappelijke orgaan subsidies toekent aan een selectie van ‘toponderzoekers’. Dit is niet louter een beloning van individuele prestaties en potentie, maar een proces genesteld in economische en politieke machtsrelaties.

De uitspraken van deze hoogleraren vertonen een glimp van een toekomst zonder sociaal-wetenschappelijk inzicht. Een toekomst waarin sprake kan zijn van technische en medische vooruitgang, maar socio-economische en politieke decadentie. 

Geef een reactie

Laatste reacties (27)