1.426
51

Journalist

Erwin Lamme heeft HBO-communicatiesystemen gestudeerd. Daarna heeft hij diverse banen gehad, onder andere als redacteur bij Veronica Magazine. Tegenwoordig werkt hij voor de Gooi- en Eemlander.

Is het populisme over zijn hoogtepunt?

Het is misschien maar beter te spreken over de puinhopen van het populisme dan de puinhopen van Paars

Ruim tien jaar geleden opende de helaas vermoorde Pim Fortuyn de aanval op de politieke elite en op de islamitische cultuur. Volgens Fortuyn moest alles anders. Er moest een beter bestuur komen, de bureaucratie in het onderwijs en de zorg moest minder, en vooral de grenzen moesten potdicht voor islamitische immigranten. Fortuyn zag de islam als een bedreiging en wilde daarom een ander vreemdelingenbeleid. Tegelijk vond Fortuyn dat iedereen die al in Nederland verbleef mocht blijven, bijvoorbeeld via een generaal pardon.

Fortuyn werd door sommige tegenstanders populist genoemd. Sommigen vergeleken Fortuyn met Le Pen en Haider. Een combinatie van beide typeringen lijkt recht te doen aan het Fortuynisme: extreem-rechts populisme.

Overigens valt het niet mee een sluitende definitie te vinden van het populisme. Volgens het Kramers-woordenboek betekent populisme ‘een politieke stroming waarin de rol van de gewone man bij de machtsuitoefening sterk wordt benadrukt’. Volgens de Nederlandse Wikipedia zijn populisten mensen die uit naam van de bevolking spreken, met als kenmerken een afkeer van de partijpolitieke elite, het refereren aan de wil van de bevolking, en vaderlandsliefde. Volgens de Engelse Wikipedia is een populist iemand die claimt aan de zijde van de bevolking te staan en die tegen de politieke elite is.

Uit deze definities blijkt dat populisme niet per se iets fouts hoeft te zijn. Iets verwoorden wat veel mensen vinden en strijden tegen de zittende macht kan ook goed zijn. Bijvoorbeeld: “Mensen staan elke dag lang vast in de file omdat de overheid al jaren een puinhoop maakt van het verkeersbeleid.” Maar meestal is dit soort populisme onwaar en overdreven. Dit soort populisme zie je veel bij de SP.

Maar het populisme wordt een ander verhaal indien een politicus de onderbuikgevoelens van sommige mensen verwoordt en versterkt. Fortuyn zei bijvoorbeeld: “Ik ben ook voor een koude oorlog met de islam. De islam zie ik als een buitengewone bedreiging, als een ons vijandige samenleving.” Fortuyn zei ook: “Als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, dan zou ik gewoon zeggen: er komt geen islamiet meer binnen.”

Dergelijke uitspraken demoniseren islamieten en zijn een dolksteek voor de integratie omdat er een kloof wordt gecreëerd tussen islamieten en niet-islamieten. Het is duidelijk een foute vorm van populisme, het is extreem-rechts populisme.

Geert Wilders heeft dit extreem-rechtse populisme overgenomen en kwam in 2006 met 9 zetels in de Kamer. Wilders ging verder dan Fortuyn, met uitspraken als “geen moslims Nederland meer in, veel moslims Nederland uit”. Verder bepleitte Wilders voor de Deense televisie om tientallen miljoenen orthodoxe moslims uit Europa te zetten indien zij dachten aan de jihad of de sharia.

Tegenwoordig lijkt Wilders minder radicaal, maar in het laatste verkiezingsprogramma van de PVV vind je nog steeds het onversneden extreem-rechtse populisme van Fortuyn:

‘Het Nederlandse volk betaalt een gruwelijke prijs voor het gebrek aan patriottisme van een generatie politiek-correcte politici. Net toen ze hadden moeten opkomen voor ons volk, vielen ze voor platvloers weg-met-ons-idealisme. De sluizen gingen open voor honderdduizenden moslims, hier naar toe gelokt met banen, uitkeringen, woningen en onderwijs. De gevolgen zijn rampzalig. Inmiddels snapt iedereen dat.’

Maar in de verkiezingscampagne van 2012 zijn de woorden integratie en immigratie nauwelijks gevallen. De verkiezingen gingen vooral over de zorg, over de economische crisis, en over Europa. De PVV profileerde zich vooral als anti-Europa partij. Dit sloeg nauwelijks aan, en uiteindelijk verloor de PVV 9 zetels. Ook het SP-populisme van het zich afzetten tegen de politieke elite met zijn forse bezuinigingen sloeg nauwelijks aan tijdens de verkiezingen. De SP zag haar enorme winst in de peilingen verdampen. De PVV en de SP komen in 2012 samen op 20 procent van de stemmen. In 2010 was dit nog 26 procent.

Dit roept de vraag op of het populisme over zijn hoogtepunt is. Vermoedelijk wel omdat zowel het SP-populisme als het PVV-populisme weinig legitimiteit hebben. De verzorgingsstaat is redelijk prijzig geworden en er moet nou eenmaal een begrotingstekort worden weggewerkt, dus het zich afzetten van de SP tegen een sanering van de verzorgingsstaat lijkt weinig redelijk.

En wat betreft de islam en de problemen met immigranten werden en worden de problemen zwaar overdreven. De feiten zijn dat de integratie gestaag steeds beter gaat sinds de jaren ’80. En de islam is eerder een conservatieve cultuur dan een bedreigende cultuur.

Belangrijker is misschien wel dat het zich afzetten tegen de politieke elite door de populisten weinig redelijk is. Kijkend naar de feiten – relatief weinig armoede, weinig werkloosheid, relatief weinig staatsschuld – moet geconcludeerd worden dat de kabinetten uit de recente geschiedenis het gewoon goed gedaan hebben. Het populisme daarentegen heeft weinig goeds gebracht, zoals twee gevallen kabinetten (met de LPF en PVV) en meer ontevredenheid en meer verdeeldheid onder een deel van de bevolking. Misschien is het daarom beter om niet te spreken van de puinhopen van Paars maar van de puinhopen van het populisme.

Geef een reactie

Laatste reacties (51)