905
5

Directeur Artsen zonder Grenzen

Arjan Hehenkamp vertrok in 1992 op zijn eerste missie voor Artsen zonder Grenzen als logistiek medewerker naar Somalië. Na nog twee andere missies in Sudan en Afghanistan, trad hij in 1995 toe tot het noodhulpteam van Artsen zonder Grenzen. Dat team heeft tot taak noodhulpprojecten in crisis- of rampgebieden op te starten.
Voor het noodhulpteam werkte hij in Bosnië, Rwanda, de Democratische Republiek Congo, Kroatië, Servië, Sierra Leone, Ghana, Congo-Brazzaville, Somalië en Afghanistan.
Na een kort dienstverband op het hoofdkantoor in Amsterdam werkte hij een jaar als operationeel adviseur in Amsterdam en was vier jaar landencoördinator voor Zuid-Sudan vanuit Nairobi, Kenia.
Terug in Amsterdam in 2004 werkte hij weer op het hoofdkantoor, waarvan de laatste vijf jaar als operationeel directeur, de direct eindverantwoordelijke voor alle veldprojecten van Artsen zonder Grenzen.
Persoonlijke informatie
Arjan werd geboren op 11 mei 1968, is gehuwd en heeft drie kinderen. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en spreekt naast Nederlands ook Engels, Duits en Frans.

Is twintig jaar aidsbestrijding voor niets geweest?

Leg de rekening voor de bestrijding van aids in ontwikkelingslanden niet bij de patiënten

Internationale donoren trekken zich terug uit de bestrijding van hiv en aids in ontwikkelingslanden. Schrijnend voorbeeld is Zimbabwe. De winst van twintig jaar aidsbestrijding komt in gevaar, waarschuwt Artsen zonder Grenzen.

66.000 hiv en aids-patiënten in Zimbabwe dreigen hun toegang tot levensreddende aidsremmende medicatie te verliezen. Internationale fondsen voor de ondersteuning van lokale behandelprogramma’s zijn op grote schaal weggevallen. De situatie in Zimbabwe is typerend voor de tendens onder internationale donoren om terug te komen op eerdere toezeggingen rond aidsremmers. In de medische sector van Zimbabwe gaan nu stemmen op om de patiënten zelf voor hun medicatie te laten betalen.

Artsen zonder Grenzen Nederland en haar internationale zusterorganisaties ondersteunen de behandeling van 228.750 hiv-patiënten in meer dan twintig landen. Het baart ons grote zorgen dat met voorstellen als die in Zimbabwe de rekening voor de aidsremmers nu wordt doorgeschoven naar de patiënten zelf. Natuurlijk moeten ook de regeringen van de getroffen landen zelf politieke wil tonen en middelen vrij maken voor de behandeling van hiv. Maar meer dan ooit hebben die overheden grote moeite de aanvullende financiering te vinden om te voorkomen dat ze behandelingen moeten rantsoeneren.

Tot eind 2011 financierden Groot-Brittannië, Noorwegen, Ierland en Canada de aidsremmers in Zimbabwe. Begin dit jaar viel die financiering weg. Als andere donoren zoals de Verenigde Staten of lidstaten van de Europese Unie of de Europese Commissie niet in het gat springen, moet het Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria (Wereldfonds voor de bestrijding van aids, tuberculose en malaria) dat doen. Maar áls dat al gebeurt, zal dat niet voor 2014 zijn.

De Wereldgezondheidsorganisatie stelt – ondersteund door wetenschappelijk bewijs – dat gratis aidsremmende zorg cruciaal is voor duurzame goede behandelresultaten en het vertragen van de aids-epidemie. De meeste mensen die een beroep doen op aidsremmende zorg van de overheid, zoals die in Zimbabwe, zijn al verarmd doordat ze vanwege de ziekte hun inkomen zijn kwijtgeraakt. Daarnaast zijn ze al veel geld kwijt aan de medicijnen tegen de infecties die een kans krijgen doordat hiv het immuunsysteem verzwakt, aan ziekenhuiskosten, röntgenfoto’s en laboratoriumtests. In 2007 deed Artsen zonder Grenzen in Kenia een onderzoek naar hoeveel hiv-patiënten hun gratis behandeling volhielden in vergelijking met patiënten die 7 dollar per maand moesten betalen. Alle andere factoren waren gelijk. Wat bleek? Met gratis zorg was de kans op uitval 56.6% lager.

In landen waar 80 tot 90% van de mensen formeel werkloos is, is het niet redelijk te verwachten dat patiënten hun aidsremmers zelf kunnen betalen. En we weten uit ervaring dat mensen met onzekere inkomens hun medicatie zullen rantsoeneren, zodat ze langer met hun medicijnvoorraad toe kunnen. Dat leidt ertoe dat de onderdrukking van het virus onderbroken wordt en de kans op resistentie toeneemt. Op termijn vergroot dat de zorgkosten alleen maar en ondermijnt het de winst van de eigen bijdragen. De druk op de gezondheidszorg wordt groter, gezondheidswerkers raken ontmoedigd en, tot overmaat van ramp, het schrikt mensen af om zich te laten testen en onder behandeling te stellen.

Er is veel bereikt in de strijd tegen hiv en aids in Afrika, maar de noodtoestand is nog lang niet voorbij en de successen zijn nog lang niet zeker. Economen schatten dat de meeste arme landen nog twintig jaar buitenlandse steun nodig zullen hebben om een effectief beleid tegen aids te voeren. De Zimbabwaanse overheid maakt via de Nationale hiv en aids heffing fondsen vrij waarmee ze de ziekte bestrijdt, maar internationale bijdragen zijn en blijven een cruciale aanvulling. Zonder die bijdragen komt veel van de vooruitgang rond hiv, die de afgelopen twintig jaar is geboekt, in gevaar. De fondsen van de getroffen landen zelf moeten ingezet kunnen worden om het aantal patiënten onder behandeling uit te breiden, niet om de gaten te stoppen die internationale donoren laten vallen.

Artsen zonder Grenzen roept internationale donororganisaties op voldoende fondsen vrij te maken voor gratis en effectieve aids-zorg. De bijdragen van de landen zelf moet worden aangevuld met consistente en duurzame internationale betrokkenheid. Alleen dan kunnen we de aids-epidemie in Zimbabwe en andere landen met een laag inkomen en een hoge besmettingsgraad effectief bestrijden.

Geef een reactie

Laatste reacties (5)