704
3

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

Israël gebruikt loze argumenten om export uit Gaza te verbieden

De export naar andere delen dan Israël verloopt reeds via Israëlische paden; waarom is export naar Israël zelf dan niet mogelijk?

Israëls weigering om een Nederlandse scanner te gebruiken ter bevordering van de uitvoer van Gaza naar de Westelijke Jordaanoever heeft terecht verontwaardigde reacties opgeroepen. Er zitten echter ook positieve kanten aan.

Allereerst zou men verwachten dat partijen als VVD, CDA, ChristenUnie en SGP nu eindelijk hun wat naïeve geloof aanpassen dat het mogelijk is om met de regering-Netanyahu op feiten gebaseerde afspraken te maken. Daarnaast heeft het incident weer de aandacht gericht op de schrijnende situatie in Gaza en de meer dan dringende noodzaak om die onmiddellijk en ingrijpend te verbeteren.

Discussies over het onderwerp Gaza zijn vaak politiek gekleurd en emotioneel. Daarom is het van belang om over betrouwbare informatie te beschikken. Die is te vinden bij GISHA, een Israëlische NGO die zich sinds 2005 inzet voor de bescherming van het recht op bewegingsvrijheid van met name Palestijnen in Gaza.

In 2005 trok Israël na veertig jaar bezetting eindelijk zijn kolonisten en militairen uit Gaza terug. Tegelijkertijd sloot het de strook hermetisch af, op land, op zee en vanuit de lucht. Op die manier is Israël volkenrechtelijk de bezettende macht van Gaza gebleven. Daardoor heeft het de internationaalrechtelijke verplichting om de Gazaanse bevolking een zo normaal mogelijk leven te garanderen, waaronder aanvaardbare niveaus van hygiëne en gezondheid, voedsel en medische zorg. Dat het nieuwe Egyptische coup-regime de zuidgrens met Gaza op even onaanvaardbare wijze blokkeert doet aan de Israëlische verantwoordelijkheid niets af.

Tot 2007 ging 85% van de Gazaanse uitvoer van groente, fruit en industrieproducten naar Israël en de Westelijke Jordaanoever. Sinds 2007 verbiedt Israël die uitvoer echter en is invoer naar Gaza  slechts zeer beperkt toegestaan. Op dit moment bedraagt de totale uitvoer uit Gaza 2% van wat het tot 2007 jaarlijks was. Buiten Israël en de Westelijke Jordaanoever bestaat weinig vraag naar producten uit Gaza. Daarom is het zo belangrijk voor de Gazaanse economie om weer de traditionele afzetgebieden te kunnen gebruiken

De Israëlische beperkingen hebben tot ondragelijke toestanden geleid voor de 1,7 miljoen Gazanen die in een gebied ter grootte van Texel leven. Landbouw en industrie zijn ingestort; één derde van de bevolking is werkeloos;  70% is afhankelijk van humanitaire hulp; draconische Israëlische visbeperkingen hebben de vissector gedecimeerd; door gebrek aan brandstof en onderdelen voor de elektriciteitscentrale heeft de bevolking 12 uur per dag geen elektriciteit; 40% van de essentiële geneesmiddelen zijn niet te verkrijgen; er is een tekort aan 250 scholen; en nog altijd stroomt het afvalwater uit Gaza ongezuiverd de Middellandse Zee in, doordat invoerbeperkingen de bouw van voldoende zuiveringsinstallaties verhinderen.

Israël verdedigt zijn verbod op Gaza’s uitvoer naar de traditionele afzetgebieden met politieke- en veiligheidsargumenten. Volgens oprichtster en directeur van GISHA, Sari Bashi, bestaat er echter géén veiligheidsargument om niet méér uitvoer uit Gaza toe te staan. Israël levert daartoe zelf het bewijs.

Uitvoer naar bestemmingen buiten Israël en de Westelijke Jordaanoever is namelijk toegestaan en die verloopt, via Israëlische transporteurs, over Israëlisch grondgebied. Daarbij worden alle goederen uitvoerig gescreened en gescanned om Israël uiteindelijk te verlaten via het vliegveld Ben Gurion, de haven van Ashdod of the Allenby Bridge aan de Jordaanse grens, alles op een wijze die beantwoordt aan Israëls veiligheidseisen.

GISHA concludeert daaruit dat politieke argumenten de doorslag geven. Daarbij verwijzen ze naar een zogenoemd “scheidingsbeleid” waarmee Israëlische autoriteiten soms schermen. Dat is nooit nader verklaard, maar volgens GISHA gaat het om “…een politiek besluit, dat onderdeel is van een beleid om Gaza van Israël en de Westelijke Jordaanoever te scheiden.” De praktijk lijkt daar inderdaad op te wijzen. Behalve de uitvoer maakt Israël ook het reizen voor Palestijnen tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever praktisch onmogelijk.

In deze omstandigheden valt het Nederlandse initiatief om de uitvoer naar de Westelijke Jordaanoever te bevorderen zeer te prijzen. In zijn eentje zal Nederland echter wezenlijke verbeteringen niet gerealiseerd kunnen krijgen. Daarom zal het gezamenlijk met andere EU-lidstaten, als Europese Unie, van Israël moeten eisen dat het zijn morele en volkenrechtelijke verplichtingen nakomt.

Hierbij is het van belang dat de dringende aandacht voor Gaza niet ten koste gaat van de vele andere verbeteringen die Israël ook moet doorvoeren, zoals het daadwerkelijk onderhandelen met de Palestijnen over een definitief vredesakkoord; het staken van bouwen in nederzettingen en het opheffen van de verstikkende beperkingen die al veertig jaar lang een normaal Palestijns leven op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem onmogelijk maken.

Geef een reactie

Laatste reacties (3)