1.472
68

oud-ambassadeur

Na mijn studie, theoretische economie en sociologie, aan de Nederlandsche Economische Hogeschool, nu Erasmus Universiteit, was ik voor UNESCO verbonden aan een onderzoeksinstituut in Rio de Janeiro, Brazilië [1967-1070]. Daarna werkte ik tot mijn pensionering in tal van functies voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken [1970-2003].
Als plaatsvervangend bewindvoerder in de Aziatische Ontwikkelingsbank, Manilla, Filippijnen, vertegenwoordigde ik de Scandinavische landen, Finland, Canada en Nederland [1975-1977]. Aansluitend was ik adviseur van de Nederlandse bewindvoerder in de Wereldbank, Washington DC [1977-1980]. Teruggeroepen naar het ministerie kreeg ik de leiding van de Directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie en ontwikkelingssamenwerking [1980-1987], met een gelijktijdige functie van Chef van de Interne Accountantsdienst [1985-1986].
Daarna was ik ambassadeur in Jemen, Tanzania, Comoren, Mauritius, Madagaskar en Saudi Arabië [1987-2000]. Ik sloot mijn ambtelijke carrière af als adviseur buitenlandse aangelegenheden van de minister-president van de Nederlandse Antillen [2000-2003].
Na mijn pensionering [maart 2003] houd ik mij bezig met het bevorderen van een rechtvaardige en duurzame vrede op basis van het internationaal recht tussen Israël en Palestina. Ik was bestuurslid van de stichting Stop de Bezetting [2007-2010] en manager van het Burgerinitiatief Sloop de Muur, dat medio 2012 leidde tot een geruchtmakend debat in de Tweede Kamer.
Johannes Jacobus (Jan) Wijenberg, geboren in Rotterdam, 02-03-1938, getrouwd, vier kinderen en zeven kleinkinderen.

Israël, het onwrikbare Nederlandse beleid en de weg naar vrede

De oplossing voor het vredesproces ligt er al. Het hoeft alleen maar consequent worden uitgevoerd

Een rechtvaardige, dus duurzame vrede tussen Israël en Palestina lijkt een van de meest weerbarstige vraagstukken van buitenlands beleid. Toch ligt de sleutel in het dwingend internationaal recht toe te passen op Israël. Daarvoor zijn vreedzame maar pijn veroorzakende sancties noodzakelijk. Het Amerikaanse pro-Israël beleid is voor vrede nutteloos. De EU-lidstaten en Nederland dienen het internationaal recht in praktijk brengen. Dan ontstaat uitzicht op een stabiele vrede.

Zeker sinds 1948, eigent Israël zich Palestijns land toe en vernietigt systematisch de Palestijnse samenleving. Dat roept geen noemenswaardig Westers verzet op. Nationaal en internationaal bestaat overweldigende steun voor een effectief vredesbeleid. Toch blijft het Nederlandse beleid de facto pro-Israël. Waarom? In het Nederlandse wereldbeeld zijn de Verenigde Staten onontbeerlijk voor het bereiken van vrede. Bewindslieden en parlementariërs negeren bovendien het dwingend internationaal recht en hun ambtseed.

Het hoogste, expliciet gestelde zionistische doel, Eretz- of Groot-Israël, vereist de verdrijving en zo nodig vernietiging van alle niet-Joden en is, ongehinderd, al een eind gevorderd. Dat zal leiden tot de totale verwijdering van de bedoeïenen en de Palestijnse bevolking uit Israël en de bezette gebieden. De begrippen etnische zuivering en genocide dringen zich op. Minister Timmermans, en met hem een meerderheid van de Tweede Kamer, zet volledig in op de veronderstelde unipolaire macht, de VS, the dishonest broker. Echter, de wereld is na de val van de Berlijnse muur nogal veranderd met de vele Amerikaanse buitenlandse mislukkingen, de consolidatie van de EU, de opkomst van de ongeduldige BRICS en het hervonden Russische zelfvertrouwen. Het uitzicht op een rechtvaardige en dus duurzame vrede tussen Israël en Palestina bestaat nauwelijks meer. Dat is bijzonder slecht nieuws voor de Palestijnen, slecht nieuws voor ons – de naaste buren – en vooral slecht voor het meest verwende jongetje in de klas, Israël.

De Grondwet, Artikel 90, verplicht de regering de internationale rechtsorde te bevorderen. Artikel 94 stelt de rechtskracht van het internationaal recht boven het Nederlandse. Als dat politici zo politiek of electoraal uitkomt, worden deze artikelen grootschalig genegeerd, hun ambtseed op de Grondwet ten spijt. 

Het internationaal recht is van onschatbare waarde: het is gericht op vrede, helder in zijn doelstellingen, het is dwingend recht en het ligt als van hogere rechtsorde dan het Nederlandse recht vast in onze Grondwet. Het is universeel aanvaard, goedkeuring van de Veiligheidsraad is niet nodig.  De rechtvaardige en duurzame vrede is geheel afhankelijk van politiek verantwoordelijke beleidsmakers. Het toepassen van het internationaal recht is een plicht, geen politieke keuze.

De Twee Staten oplossing staat centraal. Het decennia lang demoniseren van alle niet-Joden door allerlei Israëlische instanties heeft zulke extreme vormen aangenomen, dat samenleven in één staat onmogelijk is. Bovendien ligt deze oplossing al sinds 1947 vast in tal van instrumenten van internationaal recht. Het Internationaal Gerechtshof heeft in 2004 bepaald dat Israël zich moet terugtrekken achter de Bestands- of Groene Lijn. Pas daarna vinden Finale Statusonderhandelingen plaats. De omgekeerde volgorde leidt tot niets. 

Het Hof bepaalde ook dat Israël de muur – voor zover op Palestijns gebied – moet afbreken en de getroffenen schadeloos stellen. Onder de Vierde Geneefse Conventie is het de bezettende macht verboden onderdanen van het eigen land – de kolonisten dus – te vestigen in bezet gebied. Alle kolonisten zullen dus naar Israël moeten terugkeren. Moeilijk? Ja. Onmogelijk? Nee. Israël heeft het probleem tenslotte zelf gecreëerd en zal het moeten oplossen.

Dezelfde Conventie verbiedt bewoners van bezet gebied over te brengen naar het gebied van de bezetter. Dat gebeurt op grote schaal met Palestijnse gevangenen. Deze gevangenen moeten worden overgedragen aan het bevoegde Palestijnse gezag. 

Daarnaast bestaat internationaal recht variërend van de rechten van vrouwen en kinderen tot het verbod op martelen, etnische zuivering en genocide. Het Nederlandse mensenrechtenbeleid identificeert 15 verschillende instrumenten en stelt bij herhaling dat zonder onderscheid alle landen op hun overtredingen worden aangesproken. Israël overtreedt alle 15 instrumenten dagelijks en op grote schaal. De regering dient zijn beleid gestand te doen en, ook in EU-verband, van Israël het onmiddellijk staken van die misdaden te eisen. Het Internationaal Gerechtshof heeft deze taak expliciet aan de lidstaten van de VN opgedragen. 

Het recht op terugkeer naar hun woonplaats van de Palestijnse vluchtelingen is onvervreemdbaar verankerd in het internationaal recht. Het Israëlische streven om altijd een meerderheid van Joodse Israëliërs in Eretz-Israel te garanderen, is racistisch en dus onaanvaardbaar.

Hoe krijg je Israël en de kolonisten achter de Groene Lijn, het barbaarse beleg van Gaza beëindigd, de muur afgebroken, de getroffenen schadeloos gesteld? Wanneer gaat Israël zich gedragen als een beschaafd land dat de mensenrechten en het humanitair recht respecteert en wordt de Palestijnse vluchtelingen recht gedaan? Dat kan maar op één vreedzame, voor Israël pijnlijke manier: EU-sancties. Wanneer Israël weigert deze eisen te honoreren, volgen meer en steeds zwaardere sancties. Uiteindelijk komt vrede in zicht.

Geef een reactie

Laatste reacties (68)