2.660
58

oud-ambassadeur

Na mijn studie, theoretische economie en sociologie, aan de Nederlandsche Economische Hogeschool, nu Erasmus Universiteit, was ik voor UNESCO verbonden aan een onderzoeksinstituut in Rio de Janeiro, Brazilië [1967-1070]. Daarna werkte ik tot mijn pensionering in tal van functies voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken [1970-2003].
Als plaatsvervangend bewindvoerder in de Aziatische Ontwikkelingsbank, Manilla, Filippijnen, vertegenwoordigde ik de Scandinavische landen, Finland, Canada en Nederland [1975-1977]. Aansluitend was ik adviseur van de Nederlandse bewindvoerder in de Wereldbank, Washington DC [1977-1980]. Teruggeroepen naar het ministerie kreeg ik de leiding van de Directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie en ontwikkelingssamenwerking [1980-1987], met een gelijktijdige functie van Chef van de Interne Accountantsdienst [1985-1986].
Daarna was ik ambassadeur in Jemen, Tanzania, Comoren, Mauritius, Madagaskar en Saudi Arabië [1987-2000]. Ik sloot mijn ambtelijke carrière af als adviseur buitenlandse aangelegenheden van de minister-president van de Nederlandse Antillen [2000-2003].
Na mijn pensionering [maart 2003] houd ik mij bezig met het bevorderen van een rechtvaardige en duurzame vrede op basis van het internationaal recht tussen Israël en Palestina. Ik was bestuurslid van de stichting Stop de Bezetting [2007-2010] en manager van het Burgerinitiatief Sloop de Muur, dat medio 2012 leidde tot een geruchtmakend debat in de Tweede Kamer.
Johannes Jacobus (Jan) Wijenberg, geboren in Rotterdam, 02-03-1938, getrouwd, vier kinderen en zeven kleinkinderen.

Israël moet de gevolgen van de eigen misdaden financieren

"Wie breekt, betaalt!" En ook moet de internationale gemeenschap Israël de greep op de noodhulp en het herstel van Gaza afpakken

Voorkomen moet worden dat de internationale gemeenschap dezelfde fouten maakt als bij het herstel van de door Israël aangerichte ravage in Libanon in de zomer van 2006 en bij de wederopbouw van Gaza na de aanslagen van 2008/2009 en 2012. Dat betekent dat Israël de financiële gevolgen moet dragen van de moedwillige vernietiging van huizen en infrastructuur in Gaza. Israël zou niet opnieuw mogen verdienen aan de leveranties van materialen die nodig zijn voor de wederopbouw en geen enkele invloed mogen krijgen op de hoeveelheid en dosering van materialen die nodig zijn voor de Gazaanse noodhulp en herbouw. Ook dient Israël de Nederlandse Staat de schade, berokkend aan Palestijnse projecten, (mede)gefinancierd door middelen uit het Nederlandse budget voor ontwikkelingssamenwerking, te vergoeden.

De internationale gemeenschap heeft steeds de door Israël aangerichte immense schade in Libanon en door de aanslagen van 2008/2009 en 2012 op Gaza al voor zijn rekening genomen. Israël betaalt slechts de kosten van de militaire operaties. De Israel Defence Forces worden bovendien met aanzienlijke Amerikaanse begrotingsmiddelen gesubsidieerd. De militaire operaties zijn spotgoedkoop. Gevolg is, dat Israël geen enkele financiële stimulans kent om zich in militair opzicht terughoudend op te stellen.

De Verenigde Naties beschouwen de Gazastrook als door Israël bezet gebied. De bezetting wordt – dankzij beschikbaar gekomen moderne technologie – gehandhaafd zonder de fysieke aanwezigheid van de bezetter.

Zeer gerespecteerde deskundigen in het internationaal recht zijn van mening dat de Gazanen, dus ook Hamas, over het onvervreemdbare recht op zelfverdediging tegen de bezetter beschikken. Géén demilitarisering van Gaza, dus!  [Afwijkende meningen van politici (“Israël heeft het recht zich te verdedigen”) versterken de Israëlische vernietigingsdrift en moordzucht, zijn juridisch en feitelijk niet te onderbouwen en schadelijk voor het vredesproces.] De unieke aard van de bezetting heeft, aldus deskundigen, tot gevolg dat het gerechtvaardigde verzet noodzakelijkerwijs ook de Israëlische burgerbevolking kan treffen. Dat is dus een verantwoordelijkheid van Israël, niet van de Gazanen.

Conclusie: Israël draagt als enige de verantwoordelijkheid voor de gevolgen, ook de financiële, van de militaire operaties in Gaza. “Wie breekt, betaalt.”

In ruim een maand tijd heeft Israël medio 2014 meer schade aan Gaza veroorzaakt dan ooit tevoren. Er zijn berichten dat Israël, samen met Egypte, een donorconferentie wil organiseren voor de financiering van de wederopbouw van Gaza. De lef en de arrogantie kennen kennelijk geen grenzen. Die grenzen werden door de westerse wereld niet overtuigend genoeg gesteld.

Er moet een einde komen aan de mateloze Israëlische vernietigingsdrang en moordzucht. De wederopbouw moeten wij al helemaal niet willen financieren. Israël dient de gevolgen in zijn portemonnaie te voelen. Daarvoor is een aantal zeer voor de hand liggende maatregelen nodig.

Ten eerste, Nederland dient natuurlijk snel noodhulp en middelen voor de herbouw van Gaza ter beschikking te stellen. Die belastinggelden dienen gegeven te worden als een overheidsvordering op de staat Israël. Gestreefd moet worden zoveel mogelijk landen dezelfde lijn te laten kiezen.
Wellicht komt dat geld nooit terug. Het is evenwel een waarschuwing aan Israël dat aan onze bereidheid hun misdaden te financieren een einde is gekomen. Gehoopt mag worden, dat het Israël tot terughoudendheid in militaire interventies dwingt.

Ten tweede, in het verleden dwong Israël af, dat het land veel materialen en transport daarvan, tegen betaling door de donoren, ter beschikking stelde. Israël vernietigde met opzet grote delen van Gaza en zal er ook nog aan verdienen? Dat mag niet weer gebeuren.

Ten derde, Israël heeft al aangekondigd zeer mondjesmaat toe te staan dat materialen  – zoals cement en betonijzer – Gaza binnenkomen. Ook zullen essentiële onderdelen, zoals vernietigde apparatuur voor de elektriciteits-centrale, Gaza niet in mogen. Het zogenaamde, juridisch ongeldige en politiek onaanvaardbare, argument is het voorkomen van gebruik voor tunnels en andere toepassingen voor op Israël gerichte agressie. De werkelijke reden is de Gazaanse bevolking in een voortdurende staat van ellende en onderwerping te houden.
De VN hebben al een schatting gegeven voor de duur van de herbouw – op basis van de veronderstelde Israëlische medewerking: twintig [20!] jaar.

De greep op de herbouw van Gaza moet Israël worden ontnomen. Daarvoor is op korte termijn onder internationale militaire bescherming een functionerende Gazaanse haven onder het beheer van de VN of de EU nodig. Militaire genietroepen moeten in staat worden geacht zeer snel een functionerende haven op pontons te realiseren. Deze maatregelen dienen als tijdelijke voorziening voor de te herstellen haven van Gaza. De kosten van de noodvoorziening en de herbouw van de haven komen natuurlijk ten laste van Israël.

Ten vierde, met Nederlandse OS-middelen, dus met onze belastingcenten, zijn investeringen gedaan in het Gazaanse vliegveld, de haven en twee vliegtuigen. Al deze investeringen werden door Israël vernietigd.

Daarnaast werden op de export gerichte agro-bedrijven ondersteund. Zeer regelmatig verhinderde Israël de doorvoer, één van de voorwaarden voor succesvolle export. De aardbeien, bloemen en andere bederfelijke waren stonden te rotten aan de grens met Israël.

Nederland heeft ook geïnvesteerd in apparatuur waarmee zendingen naar de Palestijnse gebieden kunnen worden doorgelicht op goederen met een mogelijke militaire toepassing. De bedoeling was aan Israël de garantie te geven dat deze transporten geen veiligheidsrisico op zouden leveren. Israël weigert de apparatuur in gebruik te nemen.
Nederland dient al deze moedwillig veroorzaakte schade op Israël te verhalen.

Tegen deze bizarre achtergronden stel ik voor dat iedereen er op het landelijke niveau – bestuur en Tweede Kamerfractie – van één of meer politieke partijen erop aandringt, dat de greep op de noodhulp en het herstel van Gaza van Israël wordt afgepakt en dat wij onze belastinggelden voor vernielde investeringen terugkrijgen. Stel de politieke besluitvormers voor de noodhulp en herstelbijdragen bij Israël in rekening te brengen.

Hoe meer stemgerechtigden van zich laten horen, des te groter is de bereidheid van de politieke partijen om te luisteren en hun beleid daarop af te stemmen.
Kunt u ook familie, vrienden, geïnteresseerden en partijgenoten vragen hetzelfde te doen?

Geef een reactie

Laatste reacties (58)