642
26

Journalist

Abdelkarim El-Fassi (1985) studeert Nieuwe Media aan de Universiteit van Amsterdam en is naast filmmaker, columnist voor KRO Hemelbestormers en vaste schrijver voor wijblijvenhier.nl

Ivo Opstelten: Minister van Veiligheidsgevoel

De minister moet de kans rechts-extremistisch geweld onderkennen en serieus nemen

Minister Opstelten schijnt de gemoederen te willen sussen door te stellen dat er momenteel geen voedingsbodem bestaat voor rechts-extremistisch geweld in Nederland. Maar een blik op het samenscholingsgedrag van rechts-extremisten op internet, de krimpende economische zekerheid én het vervagen van een solide nationale identiteit toont wel degelijk een zorgwekkende werkelijkheid aan.

Veiligheidsgevoel versus veiligheid

Afgelopen week werd mijn voormalig buurtvader Ivo Opstelten geïnterviewd in het programma Buitenhof. Op de vraag of er in Nederland een voedingsbodem bestaat voor rechtsextremisme, antwoordde hij zoals het een ervaren politicus betaamt (met heel veel geuren & kleuren) bovenal ontkennend. Volgens hem wijzen dé cijfers – welke cijfers mag Joost weten – erop dat Nederland steeds veiliger wordt. In hetzelfde interview confronteert Polak hem bovendien met zijn eerder gedane uitspraken dat hét veiligheidsgevoel belangrijker is dan veiligheid an sich. Als Minister van Veiligheid (en Justitie) ben je eindverantwoordelijk voor de veiligheid in een land. Een logische redenering zou zijn dat het veiligheidsgevoel uit de veiligheid zou moeten voortvloeien. Opstelten draait oorzaak en gevolg echter om en lijkt zijn stelling met zijn werk als burgemeester van Rotterdam te willen onderbouwen.

Getrivialiseerde samenscholingsgedrag van rechts-extremisten

Opstelten’s argumentatie dat vooral veiligheidsgevoel en dalende criminaliteitscijfers factoren zijn die de kans op rechts-extremistisch geweld bepalen, is misleidend. Wie bijvoorbeeld de wondere wereld van het internet kent, het broeinest van types als Breivik, kan niet anders concluderen dat deze naast het sociale aspect een onheilspellende schaduwzijde heeft. Zo vertaalt de website artikel7.nu een bijdrage van de Duitse islamcriticus (lees: islamofoob) Michael Mannheimer, getiteld: ‘Ontkenners en ondersteuners van de islamisering zullen spoedig ter verantwoording worden geroepen’.

De titel spreekt boekdelen. Het zal u niet verrassen dat er structureel met termen als verzetsbewegingen, verraad van links, burgeroorlog en islamisering wordt gesmeten. De reacties zijn nog enger. Daar weten anonieme bezoekers de daden van de Noorse terrorist Breivik zelfs te rechtvaardigen. Het vertaalde artikel van Mannheimer is slechts een fractie van wat het internet aan rechts-extremistische bijdrages te bieden heeft.

Slacht geen schaap, maar een moslim

Gedragswetenschapper Cass Sunstein schreef met Republic 2.0 al in 2002 dat het open karakter en laagdrempelige toegankelijkheid van het sociale web gevaren met zich meebrengt. Rationele discussies ontbreken op veel platforms door anonimiteit, fragmentatie en isolatie. Het gevolg is dat rechts-extremisten vrij spel hebben om ‘strijdmakkers’ aan te trekken die elkaars wereldbeeld versterken en bevestigen. Maar het zorgwekkende is dat er niet alléén op exclusieve websites tot geweld wordt opgeroepen. Ook op Facebook was er onlangs een oproep om op 6 november 2011 geen schaap, maar een moslim te slachten. Ik zou me kunnen voorstellen dat een vegetariër, veganist en misschien zelfs een pescotariër deze oproep met enige humor zou kunnen ontvangen, maar dat was bij mij, terwijl ik doorgaans wel wat ironie kan waarderen, allesbehalve het geval.

De krimpende economische zekerheid én het vervagen van een solide nationale identiteit

Verder leven we nu in een tijd waar de economische achteruitgang een feit is. Griekenland staat op het punt om failliet verklaard te worden en waarschijnlijk zal het niet lang duren voordat andere landen volgen. Sociologe Nadia Fadil ziet in deze ontwikkeling een verklaring voor het opkomende ongenoegen onder de Westerse bevolking die in tijde van globalisatie een vijand probeert te definiëren. Zo schrijft ze in haar essay dat de angst voor de ‘Ander’ samenhangt met crises:

Het is op zo’n momenten van diepe crisis en onzekerheid dat de islamitische ander als een dreiging verschijnt. Met het (olie)crisisjaar van 1974 als sleutelmoment. Deze islamitische ander verschijnt immers vanaf dan niet langer inferieur, of als een welkome exotische afwisseling op ons grijs bestaan. Maar als een actor die spreekt, een cultuur draagt, een visie heeft. En we voelen ons bedreigd. Want we worden ons plots bewust van onze kwetsbaarheid, en van het feit dat we niet zo onverwoestbaar zijn als we aanvankelijk dachten. En ineens blijken herinneringen aan een verre geschiedenis, waarin deze ‘ander’ als historische rivaal van het Europees christendom fungeerde, niet zo ver weg meer.

Fadil schrijft hier iets waardevols. Met het oog op de toekomst, en die ziet er op economisch gebied niet best uit, zal het verlangen naar het opnieuw definiëren van een identiteit alleen maar toenemen. Populisten krijgen hiermee een vacuüm in hun schoot geworpen om ten koste van de minderheden aan terrein te winnen. Deze lijn is na 9/11 in gang gezet en we mogen ons terecht afvragen wanneer de climax zich zal voltrekken.

Een veiligheidsgevoel alléén is niet genoeg

Helaas is de dreigende taal van rechts-extremisten genormaliseerd en ondergebracht in de vrijheid van meningsuiting. Daarmee is het recht om boude uitspraken te doen (tenzij het moslims zijn) iets waar zelfs politiek Den Haag niet meer van opkijkt. Het is een kwalijke zaak dat onze Minister van Veiligheid de stagnatie van zwartrijders, het aantal tas- en fietsendieven, wildplassers, kortom de zichtbare criminaliteit, als meetinstrument gebruikt om een veel complexere, minder zichtbaar proces te bagatelliseren: de voedingsbodem. Want die is er wel degelijk. Daden zoals die van Van der Vlis en Breivik bewijzen dat het ongenoegen uit het niets fysieke vormen kan aannemen. Bovendien lijken deze daden ook op sympathie te kunnen rekenen.

We moeten het samenscholingsgedrag en isolement van (zowel moslimextremisten als) rechts-extremisten uiterst serieus nemen. Want daar ‘waar de meningen niet meer botsen komt de waarheid niet aan het licht’ én zullen groeperingen rechtvaardigen dat hun eenzijdige waarheid het verdient om voor te strijden. In een tijd waarin de islamisering tot buitensporige proporties wordt opgeblazen, verwacht ik van een Minister van Veiligheid, vooral met het oog op de wankelende economische situatie in het Westen en de stagnatie van in het verleden verworven zekerheden, op zijn minst dat hij de ontwikkelingen inzake de kans op rechts-extremistisch geweld erkent en serieus neemt. Want met alleen een positief veiligheidsgevoel kom je er niet.

Dit artikel is eerder verschenen op wijblijvenhier.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (26)