1.561
15

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Jan-Peter Balkenende for president of the EU

Natuurlijk doe ik ook graag mee met het nu populaire gezelschapspelletje “Jan-Peter Balkenende for President of the EU”, al wordt hij het misschien toch niet.

Ik heb overigens alle recht op deelname, omdat ik me er op kan voorstaan dat ik een van de laatste Nederlanders ben die Jan-Peter als zijn secretaris had voordat hij de voorzitter van Nederland werd. Dat was in de programmacommissie van het CDA waar ik voorzitter en hij secretaris was van een subcommissie openbare financiën. Dat was in de jaren 1997-1998, een paar jaar voor Jan-Peter zou promoveren tot bekende, inmiddels misschien wel de bekendste, Nederlander.

Zijn grote politieke successen heb ik alleen maar van grote afstand geobserveerd, maar zijn wijze van optreden als bekend politicus was eigenlijk hetzelfde als toen hij een onbekende secretaris van een even onbekende voorzitter was. 
Secretaris? We hebben het hier toch over de President van de EU, over de man die met de machtigste regeringsleiders van de wereld zal gaan onderhandelen, zoals de schaatsende bestuurder Doekle Terpstra onlangs zei. “Het gaat hier toch niet om de burgemeesterspost van Appelscha,” zei hij ook nog. Nog even er van afgezien dat Appelscha helemaal geen eigen burgemeester heeft, moeten we de functie van president van de EU ook niet gaan overschatten. De ‘president’ is eigenlijk de voorzitter van de Europese Raad waarin de regeringsleiders van de EU participeren. Deze Raad wordt al sinds jaar en dag gedomineerd door de grote landen, waaronder Duitsland en Frankrijk. Deze raad stippelt beleidslijnen uit, maar laat de uitvoering daarvan over aan de Europese Commissie. De ‘president’ mag deze boodschap dus overbrengen aan de Commissie. De president is dus eigenlijk een secretaris van de machtige EU-landen en het is niet de bedoeling dat hij een eigen mening heeft. En daar komt mijn ervaring uit de oertijd van Jan-Peter als politicus om de hoek kijken. Jan-Peter had als secretaris pas een mening als de beslissingen genomen waren. Hij was altijd iemand die in het heetst van de discussie zijn kruit droog hield. Als ik in die toenmalige commissie tijdens moeilijke debatten wel eens zijn kant op keek in de hoop op steun, keek hij een andere kant op en lag zijn pen bewegingsloos op tafel. Hij ging pas weer aan de schermutselingen meedoen als de veldslag al voorbij was. Dan wilde hij aan de hand, of liever nog aan het hoofd, van de overwinnaars nog wel een paar losse flodders loslaten. Die strategie heeft hem de afgelopen 10 jaar in zijn politieke carrière omhoog geholpen en overeind gehouden.
 In Nederland is deze strategie zo langzamerhand wel uitgewerkt, mag ik hopen. Eens moet het toch opvallen dat Balkenende in voorgeprogrammeerde sjablonen spreekt waar geen enkel risico, maar ook geen enkele visie, in verborgen zit. In het buitenland werkt het misschien nog wel. Helaas schijnen de grootmachten in de EU zich de laatste paar dagen opeens te herinneren dat Jan-Peter de Europese Grondwet niet aan zijn volk verkocht kreeg. Over de Grondwet had hij dus wel een mening moeten hebben. Daarom mag een ander onbetekenend dwergland, België, de secretaris, pardon, de president leveren. Goed, we zullen nog maximaal anderhalf jaar door moeten blijven pruttelen met Jan-Peter. Of is er toch nog een uitweg? Misschien toch een tussentijdse burgemeesterspost in Appelscha?

Geef een reactie

Laatste reacties (15)