6.217
267

Welzijnswerker

Katja Bensalem volgde de opleiding Cultureel Maatschappelijke Vorming. Zij werkt sinds 2001 bij een welzijnsorganisatie in Veenendaal, op de afdeling Opvoeden & Opgroeien.

‘Je bent toch geen Hollander’

In gesprek met een aantal Marokkaanse moeders vroeg ik waarom dat nu eigenlijk gezegd wordt, en wat zij bedoelen met 'vernederlandst'; een andere term die ik regelmatig hoor

Als Nederlandse vrouw, moslim, getrouwd met een Marokkaanse man, en moeder van drie zoons in de leeftijd tussen tien en twintig jaar, word ik nog al eens geconfronteerd met opvallende en soms onbegrijpelijke uitspraken uit zowel autochtone als allochtone hoek. Sommige raken me, omdat ze ook onze kinderen direct treffen; andere leg ik inmiddels gemakkelijker naast me neer. Ik had echter nooit gedacht dat niet alleen onze kinderen, maar ook wij zelf tussen twee culturen terecht zouden komen! Bijvoorbeeld omdat Marokkaanse vrouwen er vanuit gaan dat ik ook Marokkaans ben en zich niet realiseren dat sommige uitspraken mij ook persoonlijk raken. Waarschijnlijk word ik er ook meer mee geconfronteerd dan anderen omdat ik op de afdeling Opvoeden & Opgroeien van een welzijnsorganisatie werk.

Ik loop intussen al twaalf jaar rond op verschillende basisscholen, gelegen in zogenoemde speerpuntbuurten, scholen met 50 tot 100% allochtone leerlingen. De grootste groep van deze leerlingen bestaat uit Marokkaanse kinderen. Regelmatig hoor ik allochtone kinderen tegen elkaar zeggen: “Je bent toch geen Hollander”. Verschrikt kijkt het kind tegen wie dit gezegd wordt me dan aan, bang voor mijn reactie misschien. Ik doe maar alsof ik het niet gehoord heb; per slot van rekening kan ik het hen niet aanrekenen dat zij dit zeggen. Kinderen zijn immers vaak net als papegaaien, zij praten anderen, in dit geval volwassenen, na. Boos word ik pas later, op de volwassenen die als hun kind iets doet wat niet mag, of wat in ieder geval anders is dan zij gewend zijn,  met een beschuldigende vinger naar de ‘Hollanders’ wijzen. Lekker makkelijk! Zullen wij ‘Hollanders’ in ongewenste of ongewone situaties voortaan maar naar ‘Marokkanen’ wijzen? In mijn geval zou dat natuurlijk een beetje bizar zijn, maar de gedachte erachter begrijpt  u wel.

Vernederlandst
In gesprek met een aantal Marokkaanse moeders vroeg ik waarom dat nu eigenlijk gezegd wordt, en wat zij bedoelen met ‘vernederlandst’; een andere term die ik regelmatig hoor. Zo zou een meisje uit IJsselstein vermoord zijn omdat zij ‘vernederlandst’ was. En een moeder zei dat haar zoon van tien soms net een ‘Hollander’ is omdat hij alles, zelfs tosti’s met mes en vork eet. Waarop ik zei dat dat zelfs voor een ‘Hollander’ overdreven is. Of een moeder die zei dat haar dochter best naar de koopavond mocht, maar dan alleen maar met Marokkaanse meisjes, want “tsja, die Hollandse meisjes, die zouden haar alleen maar op het verkeerde pad kunnen brengen”. Ik heb op dat moment niet tot tien maar tot duizend moeten tellen voordat ik weer kon spreken. Let wel, deze moeders zijn, op een enkele uitzondering na, allemaal welbespraakte dames en hier opgegroeid en naar school geweest. ‘Zij zouden beter moeten weten’, denk ik dan.

De uitleg die ik kreeg over de opmerking “je bent toch geen Hollander” was onbevredigend. Volgens de moeders werd er vooral mee bedoeld dat het getoonde gedrag een moslim niet past. Met ‘Hollanders’ werden dus niet-moslims bedoeld. In het Marokkaans werd zelfs even het woord ‘heidenen’ genoemd. Het werd even stil toen ik zei dat veel Nederlanders, zeker in de Bible Belt waar we wonen,  christenen zijn. En dat zij, samen met Joden door moslims gerespecteerd moeten worden als ‘Mensen van het Boek’.

Koekje
Daarna kwam de Nederlandse ongastvrijheid ter sprake, zoals de bekende koektrommel waaruit je als gast slechts één koekje mag pakken, en het niet mogen mee-eten als je tegen etenstijd komt. Dat is binnen de Marokkaanse en andere niet-westerse culturen een schande. Ik zal niet ontkennen dat de Nederlandse gastvrijheid grenzen kent, maar het is niet de reden waarom ouders en hun kinderen dergelijke uitspraken doen. Die zit dieper en heeft volgens mij te maken met wie je omgaat, wat je interesses zijn, eigenlijk met wie je bent. Hoe meer je van het geijkte pad afwijkt, des te vaker krijg je te horen dat je ‘vernederlandst’ bent, een ‘Hollander’. Ouders zijn bang dat hun kind van het juiste pad afwijkt, dat wil zeggen van de islam zoals zij die kennen, vermengd met tradities uit hun geboortestreek of die van hun ouders.

Belemmering
Wat me nog de meeste zorgen baart, is dat het kinderen belemmert om onbevangen met elkaar om te gaan. Eén meisje vroeg zichzelf eens  af ‘wat ze moet met die Nederlandse meisjes’? Een ander meisje vertelde me dat ze doodongelukkig was op de havo omdat ze tussen de ‘Hollanders’ zat en niet wist hoe daarmee om te gaan. Ik probeer wederzijds zoveel mogelijk vooroordelen weg te nemen, aan beide kanten, maar dat is lastig. Ze zitten soms zo diep verankerd. Eén van mijn zoons neemt dit soms van me over; hij wijst zijn Marokkaanse vriendjes er op dat dat wat zij zeggen over de ‘Hollanders’, net zo discriminerend is als wat sommige autochtonen over hen zeggen.

Gelukkig zie ik wel verschil tussen de verschillende ‘speerpuntbuurten’ waar ik werk. Op scholen met het hoogste percentage allochtone leerlingen kom ik dergelijke uitspraken vaker tegen. Op andere scholen zie ik af en toe ook vriendschappen ontstaan tussen Marokkaanse en Nederlandse kinderen. Zij komen elkaar overal tegen: op school, op straat, of als buren. Maar ik vrees dat het nog wel een paar generaties duurt voordat we elkaar in de eerste plaats als mens zien. Daar moeten we samen naartoe werken. Niet door elkaar te mijden, maar juist door met elkaar in gesprek te gaan en onze overeenkomsten te ontdekken, want zo verschillend zijn we niet!

Katja Bensalem volgde de opleiding Cultureel  Maatschappelijke Vorming. Zij werkt sinds 2001 bij een welzijnsorganisatie in Veenendaal, op de afdeling Opvoeden & Opgroeien.

Dit artikel verscheen eerder op de website NieuweMoskee.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (267)