2.415
2

Boekvertaler, freelance redacteur

Maarten van der Werf (1970) is boekvertaler, freelance redacteur en nog een paar dingen. En hij publiceert af en toe wat. Hij schreef onder meer in De Volkskrant, NRC Next en Contrast.

‘Je suis Charlie’: zullen we ons weer richten op de kwestie zelf?

Men is zo bezig met elkaar de maat te nemen dat uit het zicht raakt wat de werkelijke misdaad is 

Na de verschrikkelijk aanslag op de redactie van Charlie Hebdo kwam de zinsnede ‘Je suis Charlie’ in zwang, al of niet als #hashtag of uitgeprint A4-tje, soms vertaald en met de tegenhanger ‘Je suis Ahmed’ voor de gedode politieagent. Al vrij snel werd het door alles en iedereen overgenomen als blijk van geschoktheid, medeleven en steun.

Ja, ook ik heb dan al gauw wat gemengde gevoelens. Ten eerste kun je je afvragen wat zo’n statement betekent. Het is nogal ongedefinieerd: bedoel je dat je bereid bent de volgende kogel op te vangen of vind je het ‘alleen’ verschrikkelijk? Waarom zeg je dat dan niet? En als je het wel zegt, hoe oprecht ben je dan? Wat zou ik doen? Zou ik mijn beroep volhouden, ook als dat gevaar op zou leveren? En ben ik me niet andermans leed aan het toe-eigenen?

Ook bekroop een vergelijkbaar kleffig gevoel me als tijdens het massale rouwvertoon na de ramp met de MH17, door de massaliteit, het overweldigende aantal steunbetuigingen en de soms geëxalteerde manier waarop die steun werd betuigd. Wat me niet weerhield om me deze donderdagavond naar het Franse consulaat te begeven – zonder A4-tje, maar als iemand me het in de handen had gedrukt, had ik het waarschijnlijk niet geweigerd.

Inmiddels buitelt iedereen over elkaar heen met redenen waarom iedere bijval via een tweet, selfie, Facebookbericht of A4-tje een blijk zou zijn van hypocrisie, zelfzucht, narcisme, politiek gewin of wat niet al. Men is zo bezig met elkaar de maat te nemen dat uit het zicht lijkt te verdwijnen wat nu eigenlijk de misdaad is: een terreurdaad, niet alleen een aanslag met veel doden, maar ook een aanslag op de vrijheid van journalistiek, de meningsuiting en – niet te vergeten – de humor. Het lijkt wel doelbewust: een poging de werkelijke ramp uit de gedachten te bannen door je druk te maken over selfies en Facebookposts.

Na een verschrikkelijke gebeurtenis willen mensen iets doen, iets betonen. Soms doen ze dat op een manier die je bevalt, soms niet. Soms zijn er andere, onderliggende motieven – misschien. Soms is het onoprecht – misschien. Maar meestal bedoelen mensen het goed. Ja, je mag daar best iets van vinden, maar er is ook een tijd om op te houden met zeiken over elkaars uitingsvorm en de aandacht weer te richten op de zaak zelf: de misdaad en de maatregelen de we wel/niet moeten nemen om herhaling te voorkomen.

Wat mij betreft is dat ongeveer nu.

Geef een reactie

Laatste reacties (2)