926
19

Schrijver

Said El Haji (1976, Marokko) is schrijver. Hij won in 2000 de El Hizjra-aanmoedigingsprijs voor het korte verhaal “De kleine Hamid”. In hetzelfde jaar publiceerde hij zijn debuutroman De dagen van Sjaitan. Wat volgde waren vele lezingen en voordrachten op talloze podia en fora. Ook werkte hij als columnist voor tal van regionale en landelijke kranten en bladen. In 2006 stelde hij de bloemlezing 25 onder de 35 samen, waarvoor 25 van de nieuwste lichting Vlaams-Nederlandse schrijvers onder 35 jaar werden geselecteerd. In datzelfde jaar verscheen Goddelijke duivel, zijn tweede roman. Najaar 2011 publiceerde El Haji zijn derde roman, De aankondiging.

Jij jouw hoofddoek, ik mijn eigen gang

Toch heb ik liever dat het debat over de hoofddoek niet in het parlement plaatsvindt, maar in de moslimgemeenschap zelf

Lange tijd heb ik niet willen nadenken over de hoofddoekjeskwestie. Misschien omdat het onderwerp gekaapt was door politici. Het kan ook zijn dat ik er gewoon geen gewicht aan wilde toekennen, door de veronderstelling dat het ‘maar een stuk stof’ is. Wat een verkeerde veronderstelling is, omdat het om veel meer gaat dan een stuk stof. Dat is waar het hele debat eigenlijk over gaat. Dus niet of de hoofddoek an sich een vrouwonderdrukkend kledingstuk is, waar sommige politici op aansturen, maar dat er pas en alleen dan sprake is van onderdrukking wanneer zij door anderen wordt opgedrongen. In dat geval wordt een individueel grondrecht, om in vrijheid keuzes te maken, bedreigd; en dan is het, aangezien we in een rechtsstaat leven, een taak van de overheid om in te grijpen. Toch heb ik liever dat het debat over de hoofddoek niet in het parlement plaatsvindt, maar in de moslimgemeenschap zelf.

De conservatieve krachten die vinden dat het dragen van een hoofddoek een religieuze plicht is, zijn helaas ook van mening dat vrijzinnigheid op straffe van uitstoting moet worden ontkend. De hoofddoek gaat, indien verplicht, dus meer om het uitoefenen van controle dan om godsdienst. 

Er is geen dwang in de godsdienst, dat stelt de Koran ondubbelzinnig in 2:257. De reden dat er geen dwang mag zijn, is eenvoudig. Zodra godsdienst een verplichting is, vervliegt de spirituele energie, zoals de liefde vervliegt wanneer de ene mens de andere ertoe dwingt.

Een vrouw is dus niet gedwongen om een hoofddoek te dragen. Maar in een islamitisch land (of in de moskee) doet ze er verstandig aan om dat wel te doen. Omdat ze anders zichzelf en haar naasten in de problemen brengt. Ze zullen reputatieschade lijden, of erger. En omdat godsdienst streeft naar het behoud van de mens, adviseert zij in dat geval de hoofddoek wel. Niet om de gelovige in staat te stellen dichter bij God te komen, maar om de maatschappelijke orde te respecteren. Houd je je er niet aan, dan wordt je uitgestoten door de groep en niet door God.

In een seculier land als Nederland, waar vrouwen in het algemeen geen hoofddoek dragen behalve als ze het zelf willen, kan de hoofddoek geen religieuze plicht zijn. Hier mag je een hoofddoek dragen, maar het hoeft niet. Zij die denken dat het moet en dat het zelfs aan anderen moet worden opgelegd, gebruiken de religie om zich niet aan te passen en hun eden “tot een middel van bedrog, uit vrees dat het ene volk machtiger zou worden dan het andere”. (Koran, 16:93)

De hoofddoek is dus geen kwestie van godsdienst maar van traditie, en de draagsters ervan kunnen daarom ook geen aanspraak maken op het recht op godsdienstvrijheid. Sterker nog, de hoofddoek verplicht stellen is op zich al een aantasting van diezelfde godsdienstvrijheid.

Toegegeven, de meeste mensen kiezen er vrijwillig voor een deel van hun vrijheid op te geven. Mensen die niet zonder de cosmetica van Rimmel of Clinique kunnen, zijn niet vrij. Die niet vreten “wat de boer niet kent”, zijn niet vrij. Die niet in de buurt van allochtonen of ongelovigen willen wonen, zijn niet vrij. Die om redenen van smaak of toewijding gesluierd willen gaan, zijn niet vrij. Maar het is allemaal vrijwillige onvrijheid, omdat er geen sanctie van buitenaf tegenover staat. Je wordt niet uitgescholden als je liever make-up van Maybelline wilt. Je bent geen paria als je buiten de deur eet. Je bent niet strafbaar wanneer je allochtone of ongelovige buren hebt.

Anders is het wanneer de persoonlijke onvrijheid wordt afgedwongen door de geboden en verboden van een gemeenschap. Je kunt dan niet zeggen dat je vrijwillig voor de onvrijheid hebt gekozen. Beweren dat het een uiting is van rebellie (‘Ik maak zelf wel uit wat ik draag!’) kan evenmin. Het kan wel, maar het is puberaal. Ik zal uitleggen waarom.

Er is in beide gevallen sprake van groepsdruk. De ene groep wil dat je mét en de andere dat je zónder hoofddoek gaat. Toch kunnen we onderscheid maken. Die ligt in de mate van angst die je hebt tegenover de ene of andere groep. Daar waar de angst het minst is, is de vrijheid het grootst.

Pubers bezwijken nogal eens voor de druk van hun peers en zij leggen daarvoor de schuld niet bij zichzelf maar bij hun goedwillende opvoeders, tegen wie zij zich nadrukkelijk afzetten. Rebelleren tegen mensen die het goede met je voorhebben, is puberaal.

Uiteindelijk komt het er voor ieder denkend individu op aan te kiezen. Dat is niet altijd even makkelijk, maar noodzakelijk is het op den duur altijd.

De behoefte aan individualiteit en onderscheiding is bij lang niet iedereen of in gelijke mate aanwezig, dat moet gezegd. Veel mensen vinden het maar eng om verantwoordelijk te zijn voor eigen keuzes en de gevolgen die ze daarvan moeten ondervinden. Zij voelen zich geborgen in de groep, die hen in tijden van nood opvangt, onder de hoede neemt en zonder welke zij in het geheel niet of slecht zouden functioneren. Zij vinden het goed om door anderen gecontroleerd te worden en hebben de groep daarom nodig. Lonkende open deuren wekken argwaan. Het is daarom ieders goed recht zich te laten beschermen door poortwachters, die zeggen dat ze zich baseren op gezaghebbende boeken.

Maar hetzelfde recht op bescherming verdienen ook zij die de behoefte aan individualiteit en onderscheiding wél hebben. In het geval dat ze deze niet krijgen, dan zoeken ze haar ergens anders. Niet omdat ze zo nodig willen breken, maar omdat ze ertoe gedwongen worden.

Gelukkig leven we in een seculier land, waar de rechten van het individu zijn gewaarborgd. Wie zich niettemin het rancuneuze recht aanmeet de vrijzinnige van bescherming uit te sluiten, in de veronderstelling dat wie de groep verlaat het aan zichzelf te danken heeft om uitgesloten te worden, is rechtsstatelijk nergens en karakterologisch laf.

Geef een reactie

Laatste reacties (19)