4.558
67

Freelance journalist en schrijver

Gerard Mulder (1947) is freelance journalist en schrijver. Hij werkte jarenlang voor Vrij Nederland en was adjunct-hoofdredacteur van HP/De Tijd. Mulder schreef diverse boeken, onder andere over de geschiedenis van Het Parool.

Joop-debat: Motorrijder zoekt zelf het risico op

Vanwege de grote kans op letsel of erger wil het Motorplatform dat maatregelen worden genomen om motorrijden veiliger te maken. Maar men kan toch ook de auto nemen?

Er is in Nederland een nieuwe bedreigde diersoort ontdekt, lees ik in
deze krant. Dat wil zeggen, men wist al lang dat de soort bestaat,
maar pas kort geleden heeft hij van wetenschappers het predicaat
‘bedreigd’ gekregen. Het gaat om de motorcyclistus ordinarius, oftewel de gewone motorrijder. Dit als onderscheid van de motoragent en de motorracer, soorten die heel goed voor zichzelf kunnen opkomen. Ter geruststelling: de soort is niet bedreigd in de zin dat de populatie steeds kleiner wordt. Het tegendeel is paradoxaal genoeg het geval.

Er rijden nu 624.000 gewone motorrijders in ons land rond, lees ik, en elk jaar komen er tienduizend bij. Maar waaruit bestaat de bedreiging dan?  Die valt als volgt samen te vatten: hoe meer motorrijders, des te meer dode en zwaar verminkte motorrijders.

De zekerheid groeit dat motorrijders steeds prominenter en opvallender in de ongevalstatistieken voorkomen, waarschuwt het Motorplatform, een bundeling van organisaties die zich met het wegverkeer bezighouden.

Eén van die organisaties, de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), stelt zelfs alarmerend vast dat bestuurders van motorfietsen 25 keer zoveel kans maken op een dodelijk ongeluk als automobilisten. ‘De kans op verwondingen is twintig keer zo groot,’ aldus het bericht in deze krant. Tachtig doden en zevenhonderd zwaargewonden vallen jaarlijks onder motorrijders op Nederlandse wegen, aantallen die het Motor platform onaanvaardbaar groot noemt.

Geen wonder dat vanuit die hoek wordt aangedrongen op maatregelen. Er zijn plannen voor onder andere speciale vangrails en de openstelling van busbanen voor motorfietsen. Het ministerie van Verkeer denkt mee, lees ik, en binnenkort gaan we dat merken.

Kortom, duidelijk is dat de wegverkeerslobby motorrijders beschouwt, of in elk geval zo neerzet, als underdogs, potentiële slachtoffers, die van de overheid een grotere bescherming verdienen. Maar ik heb moeite met het afschilderen van motorrijders als normale, maar helaas weerloze medeweggebruikers.

Nog afgezien van de vraag of de overheid juist in een tijd van grote bezuinigingen zwaar moet gaan investeren in motorrijdervriendelijke vangrails – over het idee van motorfietsen op de busbaan word ik ook niet enthousiast – kan ik de indruk niet van mij afzetten dat er aan de achterliggende redenering iets niet klopt.

Over één ding hoeft geen discussie te zijn: motorrijden is gevaarlijk, veel gevaarlijker dan autorijden of in trein, tram of bus zitten. Kijk in de zomer maar op maandag in de kranten; drie verongelukte motorrijders per weekeinde zijn geen uitzondering. Maar de enorme risico’s van motorrijden zijn heel eenvoudig te ondervangen, namelijk door er niet aan te beginnen.

Dit leidt tot de vraag of er een dringende reden is om zich per motorfiets te verplaatsen. Een tegenvraag kan hier zijn waarom ik me niet afvraag of de automobilisten, die met elkaar telkens weer files en kettingbotsingen veroorzaken, dan allemaal wel zo’n goede reden hebben om de weg op te gaan. Maar ik heb het niet over auto’s, ik heb het over een vervoermiddel dat 25 keer zo gevaarlijk is als een auto. Dan moet de reden om dit vervoermiddel te willen gebruiken ook 25 keer zo dringend zijn. Althans, zo zou het moeten zijn als we de kwestie logisch en
redelijk willen benaderen.

Maar redelijkheid en logica hebben in de wereld van de gewone motorrijders niets te zoeken. Het aantal mensen dat voor zijn broodwinning van zo’n ding afhankelijk is, lijkt me verwaarloosbaar klein. Dan zijn er natuurlijk de motorrijders die zeggen hun ros nodig te hebben om door de files te kunnen laveren, zodat ze op tijd op hun werk zijn. Maar dagelijks je leven wagen om maar op tijd op kantoor te kunnen zijn, daar zit ook iets onredelijks aan. Je gaat ook geen F16 gebruiken om snel boodschappen te kunnen doen.

Nee, laten we er niet omheen draaien: een motorrijder doet het voor de kick. Het gaat om de sensatie van power tussen de lendenen; het gaat om ego’s, adrenaline, pret en geluksgevoelens, niet om de noodzaak van A naar B te komen. Motorrijden is eigenlijk een vorm van legaal drugsgebruik. Met een enorme kans op een overdosis en verschrikkelijke bijwerkingen.

Voor het gemak onthoud ik me verder van bespiegelingen over het recht van de mens op het najagen van genot en geluk. Als motorrijders voor dat doel hun leven willen wagen, moeten ze maar doen wat ze niet laten kunnen. Maar dat wij, belastingbetalende niet-motorrijders, zouden moeten dokken voor het minder onveilig maken van dit roesmiddel, komt neer op gesubsidieerd drugsgebruik.

Straks wordt het een trend. Straks eisen de Nederlandse amateurparachutespringers van staatswege geveerde landingsveldjes, en wil de Nederlandse bond van alpinisten dat de Nederlandse overheid overal op de Mount Everest, de K2 en de Daulaghiri kacheltjes neerzet om het afvriezen van tenen te voorkomen.

Op Dinsdag 21 september gaat Gerard Mulder over dit stuk in debat in het  programma DeGids.fm (11.45 uur op Radio 1)

Dit artikel is eerder verschenen in Het Parool

Geef een reactie

Laatste reacties (67)