Laatste update 15:15
1.901
56

Bestuurslid Brabants Burgerplatform

Frank van den Dungen. Uden.1945. Enfant terrible op de middelbare school. Ratatouille aan interesses en oriëntatie. Jarenlang ‘eeuwige student’ – toen dat nog kon. Als werkstudent actief in en rond de popmuziek, de journalistiek en in het landbouwonderwijs. Na tal van aanloopjes uiteindelijk ooit afgestudeerd op Koning Arthur. Daarna actief in ontwikkeling van beleid en innovaties in en rond groen onderwijs. Een aantal jaren secretaris onderwijs van de landelijke vereniging voor groen onderwijs, de AOC-raad. Specialist in onorthodoxe oplossingen. Voor Helicon ontwerper van nieuwe leerwegen, opleidingen en examineringssystemen. Ook buiten zijn werk om eigenzinnig, speels, creatief & innovatief. Van tijd tot tijd dichter, tekstschrijver en bij vlagen “als ze het daar weer eens echt te bont maken” politiek actief. Sinds een aantal jaren lid van het bestuur van het Brabants Burgerplatform. Daarnaast actief als ontdekkingsreiziger & spoorzoeker, nieuwsgierig naar nieuwe ontwikkelingen binnen een veranderende wereld.

Kabinet: biedt peelboeren nieuw perspectief en rechten voor rechten

We hebben te veel dieren en navenant domweg te weinig grond. Grondgebonden veehouderij in deze aantallen is niet realistisch. De veestapel moet dus krimpen. Grootschalig uitkopen kunnen we ons echter niet veroorloven

Door: Frank van den Dungen en Geert Verstegen, Brabants Burgerplatform

Het vorige kabinet omarmde de visie op circulaire landbouw. Het verhaal kreeg bijval. Maar er werden geen stappen gezet om het in gang te zetten. Tegelijkertijd bleef het kabinet ook zweren bij technologische innovatie als hét middel dat de intensieve veehouderij zou genezen van alle kwalen. De stikstofcrisis heeft inmiddels bewezen dat het met technieken evenmin lukt dit onheil te bezweren. De boeren zelf kregen het gevoel dat ze in hun bestaan bedreigd werden. En dat werd aan alle kanten bevestigd. Of het nu het klimaatprobleem was, de fijnstofproblematiek of het risico van zoönosen, er werd telkens naar de veehouderij gewezen. En behalve de projectontwikkelaars met hun zonnevelden, bood niemand een aantrekkelijk perspectief.

Boeren
cc-foto: Janneke Staaks

Nu wordt in Den Haag gepleit voor overstap naar circulaire landbouw om de forse krimp van de veestapel te realiseren. Wij hebben het idee dat de beoogde halvering er niet zomaar in zal zitten. Zeker niet in Brabant, waar de concentratie het hoogst is. Want de overstap van intensief naar grondgebonden circulair is enkel mogelijk voor boerenzonen, die vroeger van huis ook grond hebben ‘meegekregen’. Voor de talloze zij-instromers, die vanuit andere branches ingestapt zijn in de intensieve veehouderij zijn, is de overstap naar circulair problematisch. Zij zijn in de meeste gevallen begonnen met niet meer grond als waar hun stal op stond. En als ze daarna grond bijkochten, was dat meestal alleen om extra stallen te zetten.

Nu heeft circulariteit voor deze ‘bodemloze boeren’ ook een zij-ingang. Dat zijn de afvalstromen uit de voedselindustrie als veevoer. Maar ook hier hangt een donkere wolk boven de horizon. Want de mestfabrieken die nu zwaar gesubsidieerd groene energie maken van het mestoverschot, hebben dezelfde afvalproducten nodig als co-producten voor hun vergisters. Het vergisten van alleen drijfmest levert namelijk minder energie op dan nodig is om het vergistingsproces te laten draaien. Groene energie is de gesubsidieerde concurrent van het varken bij restverwerking, dus dat is op termijn ook geen uitweg voor de intensieve veehouderij. En zo bijt de hond in zijn eigen staart.

We hebben te veel dieren en navenant domweg te weinig grond. Grondgebonden veehouderij in deze aantallen is niet realistisch. De veestapel moet dus krimpen. Grootschalig uitkopen kunnen we ons echter niet veroorloven. Dus om circulariteit een kans te geven is systeeminnovatie nodig. We moeten met name de bodemloze boeren  een aantrekkelijk alternatief verdienmodel bieden. Niet de doodlopende straat van de sanering, maar een uitweg met nieuwe toekomstmogelijkheden.

Nood breekt wet. De nood is hier hoog genoeg. Dat heeft Den Haag erkend door de Peel aan te wijzen als probleemgebied, waar in het kader van de Omgevingswet een nieuwe aanpak hard nodig is. Wij pleiten ervoor om boeren daar een nieuw perspectief te bieden: een aantrekkelijk alternatieve bestemming voor hun stallen. Als ze hun dierrechten inleveren, krijgen ze in ruil daarvoor rechten terug. Het recht om hun stal om te bouwen tot appartementen, een bedrijvenhotel, een bed & breakfast, een dagrecreatieverblijf, of tot ja… zeg maar alles wat zonder hinder en overlast past in de omgeving. Geef boeren rechten voor rechten.

De nood onder de veehouders is hoog. De woningnood ook. Laten we die twee combineren en van de nood een deugd maken. De provincie heeft gesignaleerd dat de grootste vraag naar woonruimte komt van ouderen en dat de behoefte aan vormen van geclusterde wonen groeit. Er zijn aanknopingspunten om dat te realiseren in het provinciale Actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw. En de huidige Interim Verordening Leefomgeving bevat nu al mogelijkheden om aan goede initiatieven mee te werken. Onder een nieuwe provinciale Omgevingsverordening zal dat er alleen maar op vooruit gaan.

De Peel heeft voldoende stallen om dit idee kansrijk te kunnen realiseren. De proeftuin-status maakt het mogelijk rek en ruimte te creëren in de regels. Het initiatief Peel Natuurdorpen, waarbij melkveehouders tiny houses combineren met natuur, heeft volop belangstelling. En op de rand van de Peel staat in Nistelrode al een voorbeeld van een varkensbedrijf dat is omgebouwd tot een achttal agrarische appartementen. Waar wachten we nog op? Op een nieuwe Minister van Leefomgeving om het startschot te geven? Of zullen we zelf alvast beginnen? Een nieuwe provinciale dialoog van boeren en burgers uit de Peel?

Geef een reactie

Laatste reacties (56)