1.291
9

Hoogleraar duurzame transities

Jan Rotmans is hoogleraar transitie economie aan het Dutch Research Institute for Transitions (Drift) aan de Erasmus Universiteit en oprichter van Urgenda. Hij publiceert over klimaatverandering en transitie naar duurzaamheid.

Kanteljaar 2014: van instituties naar gemeenschappen

Veel organisaties hebben belang bij het in stand houden van de bestaande orde, maar dat is slechts uitstel van executie

2014 wordt een kanteljaar. Steeds meer mensen in steeds meer geledingen van de samenleving realiseren zich dat de samenleving aan het kantelen is en doen daar ook actief aan mee. De samenleving kantelt van een centraal geleide, top-down gestuurde naar een decentrale, bottom-up samenleving.

Oude verticale instituties lopen op hun laatste benen (zoals vakbonden, politieke partijen, omroepen, natuur & milieuorganisaties), terwijl nieuwe, horizontale verbanden (gemeenschappen, coöperaties, sociale en fysieke netwerken) voortdurend aan belang winnen.

Op weg naar samenleving 3.0 verkeren we nu in een overgangsfase, die gepaard gaat met chaos, turbulentie en onzekerheid. Veel organisaties hebben belang bij het in stand houden van de bestaande orde, maar dat is slechts uitstel van executie. Een ongrijpbare vernieuwende dynamiek van onderop vormt langzaam maar onmiskenbaar een nieuwe macht.

De kantelfase waarin we nu zitten is lastig maar boeiend: de oude silo’s worden afgebroken en dat gaat gepaard met veel onrust: massale ontslagen in de thuiszorg, welzijnsorganisaties verdwijnen, bouwbedrijven saneren op grote schaal, energiebedrijven vallen om en financiële instellingen reorganiseren radicaal.  
Maatschappelijke stelsels als zorg, welzijn, onderwijs, energie, bouw en de financiële sector gaan op de schop en moeten worden vernieuwd.

Gemeenschappelijke deler in al deze domeinen is dat de mens niet meer centraal staat, maar in dienst van de structuren. Hervorming van deze stelsels houdt in dat de mens weer centraal komt te staan en de structuren in dienst van de mens. Dat kost tijd en geduld. Zo wordt het zorgstelsel (zeker de care) langzaam maar zeker omgevormd tot een stelsel dat mensgericht is, een beroep doet op de eigen kracht en de eigen omgeving met samenredzaamheid als uitgangspunt. In zorg 3.0 staan menselijke waarden als aandacht, vertrouwen, ruimte, diversiteit en kwaliteit voorop.

De politiek worstelt met deze kantelperiode. Zij is ook bezig met hervormingen, van de arbeidsmarkt, woningmarkt, zorg en onderwijs. Dit zijn echter vooral aanpassingen van de bestaande systemen en geen radicale systeemvernieuwingen. Binnen de bestaande kaders wordt gezocht naar verbeteringen, maar wel met dezelfde spelers binnen dezelfde verhoudingen. Van een werkelijke machtswisseling is geen sprake. Zo is in de zorg sprake van een decentralisatie van taken, bevoegdheden en financiën, maar de crux is de noodzakelijke cultuuromslag en structuurverandering.

Het misverstand is derhalve dat de politiek binnen de kaders van de traditionele samenleving (2.0) bezig is met hervormingen (systeemaanpassingen), terwijl een steeds krachtiger onderstroom bezig is met het  vormgeven van een heel nieuw type samenleving (3.0).

Dit zal in 2014 steeds meer maatschappelijke onrust teweegbrengen. De transitiehistorie leert dat de bestaande orde zich met hand en tand zal verdedigen tegen de opkomende orde. Illustratief hiervoor was een recent voorstel vanuit het ministerie van Economische Zaken om zzp’ers te verplichten tot collectieve arbeidsregelingen. Datzelfde ministerie van EZ maakt het de snel groeiende lokale energie initiatieven moeilijk via postcoderoosregelingen. Dit zijn allemaal uitingen van pogingen om de nieuwe orde een halt toe te roepen. Het zal niet baten, het zal hooguit het verandertempo afremmen.

In 2014 zullen de spanningen toenemen tussen de aanpassers en de vernieuwers. En hoe groter de spanningen hoe meer onrust er zal ontstaan en hoe verder we in de kantelfase geraken. Van transities uit het verleden weten we dat een kritische massa van ca. twintig procent van de bevolking nodig is om het systeem definitief en onomkeerbaar te laten kantelen. Dat betekent voor Nederland dat zo’n 2.5 miljoen volwassenen mee moeten kantelen om het omslagpunt te bereiken.

Uitgaande van zo’n 250.000 mensen die nu al actief betrokken zijn bij de nieuwe maatschappelijke orde, betekent dat pakweg een vertienvoudiging van het aantal Nederlanders dat betrokken is bij de kanteling. Een mooie opgave voor de komende jaren!

Volg Jan Rotmans ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (9)