Laatste update 04 januari 2016, 14:58
2.345
19

Journalist

Margaux Tjoeng (Hilversum, 1985) is freelance journalist. Van 2010 tot januari 2015 was ze redacteur bij Joop.nl. Margaux is gespecialiseerd in de etno-journalistiek en natuur & milieu onderwerpen. In 2012 was zij projectleider van Stichting Wolf, een organisatie van jonge twintigers die met scholieren in discussie gaan over hun social media gebruik. (cc-foto: Eva Snoijink)

Kerst op Lesbos (Deel I)

Margaux Tjoeng voegt zich bij de internationale groep hulpverleners: Samen met tientallen vrijwilligers en dokters sta ik op de kant te wachten met nooddekens, water en droge kleren

Europese eilanden en steden veranderen omdat het in het Midden-Oosten een puinhoop is. De vluchtelingen komen niet alleen uit Syrië, maar ook uit Irak, Afghanistan en Koerdistan. Allemaal zien ze geen toekomst meer in hun thuisland. Op Lesbos ontmoet ik iedere dag honderden van hen. Het zijn tieners, ingenieurs, secretaresses, verpleegkundigen, automonteurs, artsen, politiemannen, studenten, zakenmannen en kinderen die netjes in alle talen ‘dankjewel’ hebben leren zeggen. Nooit in hun leven hadden ze gedacht in een rubberen dinghy te stappen of hun kinderen te moeten vertellen dat ze een spannend avontuur zouden gaan beleven, niet wetende hoe het zou aflopen.

Dit is deel I van mijn blog ‘Kerst op Lesbos’. 

“Je zult het wel rustig krijgen”, grapt mijn vader voor mijn vertrek. Hij denkt dat ik op Lesbos in de zon met een cocktail kan chillen omdat er sinds de EU-deal met Turkije vast geen vluchteling meer over durft te steken. Hij heeft liever dat ik de Turkse grens bij Syrië opzoek. Dat vindt hij spannender. Ik vraag me af of dat een meerwaarde voor mijn verhalen oplevert. En daarnaast ben ik geen oorlogsverslaggever, maar een researcher en onderzoeksjournalist. 

Spoelt de realiteit niet gewoon iedere dag al aan op al die Griekse eilanden? Moeten we niet gewoon iets beter kijken naar deze gezichten? Ons verplaatsen in hun natte schoenen en naar hun verhalen luisteren? De antwoorden op deze vragen doen me uiteindelijk besluiten om als vrijwilliger naar Lesbos te gaan. 

Mijn avontuur begint in Athene. Het is half zes in de ochtend wanneer ik word opgepikt door George. Hij staat in zijn Alfa Romeo voor de deur te wachten. Sinds hij als Griekse arbeidsmigrant is teruggekomen uit Zweden en voor zijn zieke baby moet zorgen, verhuurt hij het oude huis van zijn oma. 

“Je bent niet in de beste tijd gekomen”, verontschuldigt hij zich voor de kou. Wanneer ik mijn handen in mijn mouwen vouw, stopt hij ineens en stapt uit. Achterin de auto vindt hij een wollen trui en legt die over me heen. George is een echte gentleman. Eerder in de aankomsthal stond hij ook al met een rode ballon boven zijn hoofd te zwaaien en nu dit lieve gebaar. Het is een schat van een kerel! Als ik op het vliegveld afscheid van hem neem, geef ik hem een warme omhelzing. George is bescheiden. Hij hoeft geen dankjewel. “We zijn eigenlijk allemaal migranten.” De afgelopen tijd ontmoet hij regelmatig Nederlanders die een nachtje in het huisje van zijn oma komen logeren omdat ze een vroege vlucht naar Lesbos hebben.

Al in de eerste twee dagen blijkt mijn vader het mis te hebben. Er is zon, zee en strand, maar er zijn ook boten en vluchtelingen. Ondanks de extra patrouilles van de Turkse kustwacht komen er dagelijks dinghy’s met vluchtelingen binnen. De ene dag zijn het er een paar, de andere komen er tientallen binnenzeilen. Het zijn er minder dan voorheen, maar het zijn nog altijd busladingen vol mensen waar tientallen vrijwilligers, vuilnismannen, artsen en lifeguards hun handen vol aan hebben. De Spanjaarden rukken uit met hun speedboten en jet ski’s en de Noren, Denen, Nederlanders, Zweden, Britten en Duitsers spotten de boten en verschaffen eerste hulp.

Op mijn eerste ochtend komen er vier boten binnen. Samen met tientallen vrijwilligers en dokters sta ik op de kant te wachten met nooddekens, water en droge kleren. Van een lifeguard krijg ik al snel een baby van een paar maanden in mijn armen gedrukt. Hij geeft geen kick en terwijl ik blijf staan, speur ik naar de ouders, maar ik zie ze niet. En moet een baby geen geluid maken of iets doen? Na een halve minuut vind ik ze gelukkig. Vader komt op mij aflopen met betraande wangen, maar een lach op zijn gezicht. Hij is ontzettend blij dat zijn gezin de overtocht heeft overleefd. Wanneer ik het kind teruggeef aan zijn moeder begint hij gelukkig ook weer vertrouwde babygeluiden te produceren. Het klopt weer. Ze zijn onderweg naar Duitsland begrijp ik van een oudere man die Engels spreekt. Hij heeft een lange stoffen jas aan, koffertje in de hand en schoongepoetste brillenglazen. Alsof hij naar zijn werk gaat en net uit zijn Mercedes is gestapt. Hij doet me denken aan één van mijn vrienden thuis. 

Inmiddels zijn in de eerste minuten ook de aasgieren gearriveerd. Alles wat bruikbaar is zoals bootmotoren en houten planken wordt in auto’s geladen. Dan willen Afghaanse jongens met mijn telefoon bellen naar vrienden aan de overkant in Turkije om te vertellen dat ze veilig zijn aangekomen. Ik twijfel omdat ik geen willekeur wil veroorzaken, maar uiteindelijk geef ik ze toch mijn telefoon. Ik regel dat de dokter naar een baby kijkt die ziek is en een andere Iraakse man maakt indruk op mij door in vier talen een praatje met mij te maken. Jaren werkte hij in Europa vertelt hij, maar omdat hij nu geen werkvisum meer heeft, was de overtocht zijn enige mogelijkheid. 

Een andere jongen wordt gehecht aan een open steekwond in zijn schouder. Even valt hij flauw, maar wanneer hij weer bijkomt, vertaalt hij voor andere patiënten in het noodhospitaal. Een andere vrouw vraagt aan een collega waar ze een ‘net hotel’ kan vinden. We wijzen haar de weg naar het dorp en wensen haar geluk. De meeste hotels vangen geen vluchtelingen op omdat ze dan een boete riskeren voor het opnemen van illegalen.

De meeste vluchtelingen vinden zelf de weg naar het eerste opvangkamp. Gezinnen met jonge kinderen en baby’s rij ik er in een warme auto naar toe. Het is niet te bevatten dat ze voorheen ook nog 2 tot 3 dagen naar de hoofdstad Mytilini moesten lopen. Eenmaal terug op de plek waar de eerste boten arriveerden zijn Noorse vrijwilligers aan het opruimen. De kust van Lesbos, die uitkijkt op Turkije, is één groot kerkhof geworden. Er liggen overal overblijfselen van rubberen boten, kleding, plastic en heel veel reddingsvesten in allerlei kleuren en uitvoeringen. We vinden ook kinderuitvoeringen met Finding Nemo, dolfijnen en Assepoester. Als ouder moet je zo’n tochtje toch een beetje leuk maken. Hopelijk zitten ze nu ergens droog en veilig hun eerste Kerst in Europa te vieren. 

Geef een reactie

Laatste reacties (19)