1.793
233

publicist

Shantie Jagmohansingh (1982) is freelance publicist en schrijft in o.a. Trouw, Volkskrant, Contrast, Wereldjournalisten en OHM Vani. In december 2010 verscheen haar eerste korte verhaal ‘Sneeuw’ in literair tijdschrift Armada. In het dagelijkse leven werkt zij als sociaal wetenschappelijk onderzoeker bij de gemeente Rotterdam en heeft diverse onderzoeksrapporten en artikelen geschreven op het terrein van armoede, bijstandsgerechtigden, arbeidsmarkt en zorg & welzijn. Zij studeerde bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Shantie is Hindoestaans, haar voorouders komen uit India, haar ouders uit Suriname en zelf is zij geboren en getogen in Nederland. Deze migratiegeschiedenis, die zich in ruim een eeuw heeft uitgespreid over drie geheel verschillende werelddelen, vormt een belangrijke inspiratiebron voor haar (toekomstige) schrijfwerk. Andere belangrijke onderwerpen zijn migratie, integratie, identiteitsontwikkeling, (post)koloniale geschiedenis en vrouwenrechten.

Keti Koti: een dag voor iedereen

Hoeveel mensen weten dat vandaag de afschaffing van de slavernij wordt herdacht?

Waarschijnlijk niet veel. Het stilstaan bij de afschaffing van de slavernij op 1 juli leeft niet breed in Nederland. Waarom is het herdenken van de koloniale slavernijgeschiedenis relevant voor nu?

Als het er echt op aankomt, ben je dan een held, een verliezer, een passant of een psychopaat? Hoe gaan we om met de gemaakte keuzes die tekenend waren voor het eigen leven of dat van anderen? Uiteindelijk is dat wat we bestuderen als we kijken naar de geschiedenis. Vooral de gebeurtenissen waarbij mensen elkaar de ergste dingen hebben aangedaan, leren ons het meest over de menselijke aard, waar we wel of niet toe in staat zijn. Hierop reflecteren maakt de bestudering van de geschiedenis zinvol.

Historisch leed wordt vaak pas echt invoelbaar in verhaalvorm. Zo wijst historicus Sandew Hira op Sophie’s Choice, een van de indrukwekkendste films die het leed uit de tweede wereldoorlog invoelbaar maakt. Het gaat over de keuze die een kampbewaarder een Joodse vrouw voorlegt. Hij vraagt haar te kiezen tussen haar zoon of dochter. De een zou direct naar de gaskamer gaan, en de andere zou kunnen blijven leven in het werkkamp. Zij besloot uiteindelijk haar dochter op te offeren. Sophie’s Choice is iets wat kon gebeuren in een totale institutie met totaal gebrek aan vrijheid.

Hira stelt vervolgens de vraag: “Hoe vaak zou Sophie’s Choice zijn voorgekomen tijdens de slavernij, wat ook als een totale institutie kan worden omschreven? Hoe vaak heeft een moeder de keuze gekregen welke van haar kinderen verkocht zou worden aan een meester waarvan zijn wreedaardigheid bekend stond?”

Wanneer je deze vraag stelt in Nederland is de kans groot dat je op een muur van weerstand stuit. Op dit punt maakte de Canadese schrijver Lawrence Hill van bestseller Het Negerboek een rake opmerking in de Volkskrant (31 mei 2011): ‘Wat de slavernij betreft is in Canada altijd de eerste reactie: kennen we al, willen we niet aan worden herinnerd. Misschien uit schaamte, misschien uit een gevoel dat die geschiedenis ver achter ons ligt. Maar de ironie is dat er juist extreem weinig over bekend is, en ik heb sterk de indruk: bij jullie ook. Hoeveel Nederlanders weten iets van de geschiedenis van Suriname en Nederland als slavenhandelarenland? (…) In Canada wijzen we ook graag met het vingertje naar de Verenigde Staten: ‘Daar was het erg, de slavernij.’

In Nederland wordt in dit geval vaak verwezen naar de oudheid waar ook al slavernij voorkwam, of Afrika, waar stamhoofden zelf hun mensen verkochten. Maar betekent dit dat je niet meer kritisch moet kijken naar het eigen handelen in de trans-Atlantische slavernij?

Op 2 mei 2011 schreef VK columnist Rene Cuperus over de ‘onpensioneerbare oorlog’. Dat het ook anno nu belangrijk is om hier stil bij te staan. Het is namelijk nog steeds lastig te accepteren dat er zo weinig heroïek was in de oorlog, en dat er zoveel Nederlandse Joden zijn gedeporteerd. En nog altijd is het moeilijk te vatten dat Nederland vlak na de bevrijding, zelf een oorlog begon tegen de Nederlands-Indiërs die ook vrij wilden zijn.

Ook de geschiedenis over de slavernij in Suriname en de Antillen is onpensioneerbaar. Ook deze geschiedenis kent weinig heroïek, en ook dit tijdperk roept nog steeds tal van ongemakkelijke en confronterende vragen op. Economische belangen en zakelijke interesses voerden tijdens de slavernij de boventoon. Zo ontdekte Lawrence Hill dat de Middelburgsche Commercie Compagnie, die rond 1730 meer dan honderd schepen naar Afrika zond, haar cargo omschreef als ‘kroesvee’.

Een brede abolitionistische beweging zoals in Amerika, Frankrijk en Engeland, ontbrak in Nederland nagenoeg. De uiteindelijke afschaffing was in 1863, nadat alle andere landen waren voorgegaan. Maar meteen nam de pragmatiek weer de overhand. Er moesten nieuwe goedkope werkkrachten komen om de plantages te bewerken. Die zouden tien jaar later komen uit India: de contractarbeiders. Maar van 1863 tot 1873 moesten de voormalig slaven dit gat ‘opvullen’, al was dat wel tegen betaling.

Wat doen we in Nederland om deze periode te herdenken? Net zoals we ieder jaar op 4 en 5 mei stilstaan bij de Tweede Wereldoorlog, wordt op 1 juli stilgestaan bij de afschaffing van de slavernij, en op 5 juni bij het lot van de Hindoestaanse contractarbeiders. Toen Keti Koti, wat staat voor Verbroken Ketenen, voor het eerst in Nederland werd gevierd waren er ongeveer duizend bezoekers. Dit aantal is dertig jaar later haast onveranderd, wat aantoont dat deze geschiedenis niet breder is gaan leven in het nationaal historisch bewustzijn. In Suriname wordt Keti Koti ook wel Dag der Vrijheden genoemd, om aan te geven dat het niet alleen bedoeld is voor de nazaten van de slaven, maar een feestdag is voor iedereen. Misschien een idee voor Nederland?

Waarom is het herdenken van de koloniale slavernijgeschiedenis relevant voor nu?

1.) Het zou absurd zijn om iets wat zolang heeft geduurd, wat zoveel impact heeft gehad voor volkeren uit verschillende delen van de wereld, waarbij zelfs een land is gecreëerd, weg te drukken uit de Nederlandse geschiedenis als irrelevant.
2.) Het leert ons een les die in het licht van de uitbuiting van Polen en andere Oost-Europeanen en vrouwenhandel in de prostitutiebranche absoluut nog ter zake doet: hoe winstgevend handel ook mag zijn, mensenrechten en menselijke waardigheid mogen nooit in het geding komen.
3.) Kennis over de slavernij en contractarbeid hoeft niet per se gepaard te gaan met het ‘opdat het nooit weer zal gebeuren’, maar het is belangrijk om te weten waartoe mensen in staat zijn. Hoe kwam het dat het vaak gewone, ‘respectabele’ mensen waren die de wreedste dingen deden?

Maar er is ook een andere invalshoek: het vertelt ons hoe ongelooflijk sterk mensen kunnen zijn. Zoals Lawrence het verwoordde: ‘Als ik denk aan de Holocaust, de Rwandese genocide, de oorlog in voormalig Joegoslavië, of aan de trans-Atlantische slavenhandel: bij al de gebeurtenissen werden mensen gekwetst op de ergste manier die je maar kunt bedenken. En toch zijn er survivers die beautiful people worden.’

Het bestuderen van de geschiedenis toont ons ook hoe we er als menssoort toe in staat zijn om, zelfs als we gekwetst zijn op de ergste manier, uit kunnen groeien tot inspirerende helden die zich inzetten voor een betere toekomst voor het nageslacht. 

Geef een reactie

Laatste reacties (233)