1.712
5

Oud-voorzitter DWARS

Jojanneke Vanderveen (1990) is student politieke filosofie en oud-voorzitter van DWARS. In februari 2010 werd ze lid van GroenLinks en enkele maanden later ook van de jongerenorganisatie DWARS. Ze is voorzitter van DWARS geweest van oktober 2011 tot oktober 2012. Ze studeert momenteel af aan de UvA op het gebied van Theories of Justice.

‘Kinderpardon opmaat voor structureel beleid’

Duyvendak's vraagtekens bij het kinderpardon zijn maar gedeeltelijk terecht en bovendien missen er zaken in de discussie

Iets meer dan een maand geleden lanceerde GroenLinks in samenwerking met veel bekende Nederlanders de site ‘Kinderpardon.nu’. Met inmiddels bijna 100.000 ondertekenaars blijkt de oproep voor een permanent verblijf voor kinderen van asielzoekers in Nederland een succes. Het draagvlak is groot. Toch plaatst Jan Willem Duyvendak, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, in Trouw van 12 januari zijn vraagtekens bij het kinderpardon. Deze vraagtekens zijn maar gedeeltelijk terecht. Bovendien missen er zaken in de discussie.

Duyvendak stelt dat het kinderpardon uit zou gaan van grotendeels subjectieve beoordelingscriteria. Hij vindt dat er te veel nadruk wordt gelegd op het Nederlandse karakter van de kinderen waar GroenLinks nu voor opkomt. Volgens hem impliceert dit een kwalijk precedent: voor minderjarige asielzoekers die zich minder Nederlander voelen, zou geen plaats zijn. Daarmee stelt Duyvendak de zaken te zwart-wit voor.

Het ‘Nederlander voelen’ is namelijk geen voorwaarde om in aanmerking te komen voor het kinderpardon, maar een argument tegen uitzetting. De schrijnendheid van uitzetting komt in een bijzonder tragisch licht te staan wanneer het diep gewortelde kinderen betreft. Je stuurt mensen het land uit, die een vreemdeling zullen zijn in hun ‘thuisland’. Duyvendak noemt dit ‘culturalisering van het burgerschap’ en plaatst daar zijn vraagtekens bij, maar er is hier wel degelijk sprake van een valide overweging. Bij de vraag of het verantwoord is iemand uit te zetten, moet worden meegenomen of diegene een kans zal hebben in een ander land. Voor sterk vernederlandste kinderen kunnen we deze vraag met ‘nee’ beantwoorden.

Niettemin is dit ook voor de initiatiefnemers ‘slechts’ een aanvullend gegeven. De doorslaggevende reden dat deze kinderen in Nederland moeten blijven, is de lange termijn die ze hier al verblijven. Zoals Duyvendak zelf erkent, is dit het objectieve criterium waaraan getoetst moet worden. Maar juist die lange verblijfsperiode veroorzaakt dat veel van de minderjarige asielzoekers zich Nederlander gaan voelen. Aan dit feit kunnen en moeten we niet voorbijgaan.

Toch is het goed dat Duyvendak zo de nadruk legt op de noodzaak van een objectief criterium. Het kinderpardon moet namelijk de prelude zijn voor structureel beleid waarin de verblijfstermijn centraal staat. De afgelopen jaren zijn de nodige pardons richting immigranten voorbij gekomen. Dat de noodzaak bestond om meerdere keren ‘pardon’ te zeggen, duidt op een ernstig gebrek. Een langetermijnidee over hoe een humaan asielbeleid er in Nederland uit moet zien, ontbreekt.

We mogen daarom blij zijn dat Hans Spekman (PvdA) en Joël Voordewind (ChristenUnie) een initiatiefwetsvoorstel hebben ingediend. Tegelijkertijd is de vraag of deze wet afdoende zal zijn. Hij vergt van kinderen dat zij acht jaar in Nederland hebben verbleven in minderjarigheid. Onder meer het onderzoek Kalverboer/Zijlstra (RuG, 2006) en het meest recente advies van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken stellen echter dat het na een verblijf in Nederland van maximaal vijf jaar niet meer verantwoord is kinderen uit te zetten. Bovendien geldt het voorstel alleen voor kinderen in een asielprocedure. Kinderen die een andersoortige verblijfsprocedure hebben lopen, worden niet door het wetsvoorstel beschermd. GroenLinks en andere partijen zouden dan ook niet te snel in moeten zetten op het voorstel Spekman/Voordewind. Dat lijkt nu wel te gebeuren.

Na alle voortslepende procedures, debatten en uitzettingsangsten van de voorbije jaren, is het de hoogste tijd dat de politiek structureel beleid gaat creëren. Zowel voor kinderen als volwassenen; zowel voor asielzoekers als voor andere immigranten. De verblijfstermijn, de persoonlijke situatie en de politieke en economische situatie in het land van herkomst zijn daarbij belangrijke maatstaven. Blijft het gebrek aan dit beleid bestaan, dan zullen we keer op keer in allerlei pardons vervallen. Laat het kinderpardon dan ook de opmaat zijn voor degelijk vreemdelingenbeleid, waarin de rechten van het kind van doorslaggevend belang zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (5)