1.971
13

Klassenuitje

'Vanuit mijn ooghoek zag ik toen de duivel zitten op een stoel'

Als de hel bestaat moet je er workshops geven aan vmbo’ers.

Voor mij stonden drie kinderen. Drie. Van de achtentwintig.

‘Waar is de rest?’ vroeg ik.

‘Naar de McDonalds,’ antwoordde de jongen die zijn digitale oortjes over zijn echte had hangen. De andere twee keken met open mond naar het enorme glazen plafond boven hun hoofd.

‘De mensen van het museum hebben gevraagd of jullie je jassen en je tassen op willen bergen.’

De jongen met de oortjes reageerde alsof ik hem had gevraagd om zijn eerst geboren kind af te staan. ‘Waarom ouwe!?’

‘Omdat het de regels van het museum zijn,’ piepte ik.

‘Goed, we zullen eerst maar even op de rest wachten. Weet iemand of ze onderweg zijn? Is er misschien een klassenapp?’

‘Ja, meester,’ antwoordde een Surinaams meisje met een strak op haar hoofd gebonden knotje.

‘Zou jij voor mij een foto van het scheepvaartmuseum naar de app willen sturen zodat ze weten waar ze moeten zijn?’

Het meisje verzonk weer in haar telefoon en ik bad dat ze zou doen waar ik om gevraagd had.

Een halfuur later arriveerde de rest als een op hol geslagen kudde wilde dieren en wederom werd duidelijk dat vmbo’ers zich erg aan hun jas hechten.

‘Wat is deze? Op school hoeven we de jas nooit uit!’

Dan niet. Met een schreeuwende, elkaar duwende en trekkende groep jongens en meisjes van de openbare scholengemeenschap Bijlmer achter me aan daalde ik de trappen af naar de kerkers van het museum.

De gangen waren donker maar aan het eind brandde licht. Achter de openstaande deur zou de allerlaatste workshop van vandaag plaatsvinden.

De twee mensen die op ons stonden te wachten gaf ik een hand.

Een jonge vrouw en de oude man. Ze hadden er zin in.

Zin is misschien een te groot woord. De wanhoop en angst stond hen nog niet zo duidelijk in de ogen als bij hun collega’s.

‘Ze zijn erg druk maar dat ligt niet aan jullie,’ zei ik bij voorbaat.

Erg druk is ook eufemistisch uitgedrukt.

Bij de vorige workshop was er een leerling met de boeken van de voordragende schrijfster gaan gooien. De arme vrouw sprong erachteraan terwijl de rest van de klas ermee ging overgooien.

Ik herhaal: overgooien. Daarvoor had de groep net zo lang en hard door haar verhaal geschreeuwd tot ze haar presentatie staakte en nog net niet huilend met haar armen over elkaar op een stoel had plaatsgenomen. Bij haar verhaal over de Tweede Wereldoorlog bleek al snel dat het gros geen idee had dat deze oorlog überhaupt had plaatsgevonden. ‘Wanneer is dat gebeurd dan? Dat is toch al tantoe lang geleden, broer.’

Van de opdrachten die ze had uitgedeeld werden ouderwetse vliegtuigjes gevouwen.

De oude man en de jonge vrouw verklaarden dat zij een workshop ontwerpen gingen geven. De viltstiften werden uitgedeeld en in gedachten zag ik deze alweer in alle kleuren van de regenboog door de lucht gaan. De rest van de uitleg was niet te verstaan omdat de leerlingen allemaal weer tot hun eigen conversaties waren overgegaan.

‘Jongens, zouden jullie nog héél even stil willen zijn?’ smeekte ik bij een willekeurig groepje. Niemand die het hoorde.

Cc-foto: Aaron

Vanuit mijn ooghoek zag ik toen de duivel zitten op een stoel.

Hij lachte zich rot. Hij wees naar me terwijl de tranen uit zijn dichtgeknepen ogen sprongen. Het puntje van zijn staart kronkelde speels om een van de stoelpoten. De geur van zwavel vulde mijn neus.

‘Jongens?’ vroeg ik wanhopig. ‘Hebben jullie nou gehoord wat de opdracht was?’ Ze keken naar me op alsof ik hen in een sjiek restaurant onderbrak tijdens een belangrijke vergadering.

Uit mijn mond volgden de clichés. ‘Doen jullie dit thuis ook? Zouden jullie het fijn vinden als ik door jullie heen zou praten?’

‘Hoe moet dat straks bij je eerste baan?’

Ik probeerde het bulderende gelach van de duivel te negeren.

Er sprong vuur op uit de grond. De vlammen likten aan de muren en het werd warm in de kerker. De leerlingen schenen het niet te merken. Ze kletsen rustig verder over het haar van Famke Louise en welke burger je moet nemen bij de Mac. De duivel maakte een selfie met een paar leerlingen. Zijn gevorkte tong likte de wang van een meisje terwijl hij mij met zijn bloedrode ogen uitdagend aan bleef kijken.

‘We moeten een auto tekenen,’ zei een jongen alsof hij ontwaakte uit een trance.

Het vuur achter de ramen stokte. Ik draaide me om.

‘Een auto, ja heel goed!’

‘Omdat we … een omslag moeten tekenen.’

‘Ja, heel goed!’

Met een grom trok de duivel zijn tong weer in, keek om zich heen en vertrok naar een groep meisjes die nog steeds hard met elkaar door de uitleg heen aan het lachen waren. Het was bijna niet meer te zien door de rookwolken maar ik zag hoe hij een stoel tevoorschijn toverde, aanschoof en hard mee begon te lachen. Ik spoedde me erheen.

‘Dames, weten jullie wat jullie moeten doen?’

‘Ja, meester, we zijn al klaar.’

‘Al klaar?’

Toen de duivel de tekeningen zag hief hij van schrik zijn armen voor zijn gezicht alsof iemand hem een kruis had voorgehouden.

Het vuur achter de ramen doofde en de rookwolken losten op.

De duivel slaakte een gil die ik alleen kon horen terwijl hij achterwaarts naar een hoek van de kerker kroop en daar verdween in het donker.


Laatste publicatie van Ties Teurlings

  • Krentenkoppen

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (13)