782
8

Docent

Herman Meester is docent Hebreeuws en NT2 en studeert daarnaast rechten en economie

Knolland

Hoe een heel land schipbreuk kan leiden

Er was eens een enorm passagiersschip, met aan boord vele duizenden mensen met uiteenlopende talenten: bouwkundigen, ontwerpers, landbouwers, artsen, metselaars, muzikanten, bakkers, automonteurs, fietsenmakers, scheikundigen, schilders.

Na een aanvaring met een half afgezonken olieplatform begon het schip te zinken. De meeste passagiers konden met reddingsboten worden gered. Ze spoelden aan op het strand van een verlaten eiland, Knolland, ongeveer ter grootte van Luxemburg.

De gehele bevolking van het eiland was enkele jaren daarvoor gevlucht of omgekomen door een tsunami, volgend op een krachtige aardbeving. Gebouwen, bruggen en tunnels waren ingestort; wegen en spoorwegen waren in rampzalige staat. Het land was vruchtbaar, er was drinkwater, er stonden voor timmerhout geschikte bomen, en overal lagen restanten van mogelijk bruikbaar materiaal: staal, bakstenen, radio’s, oude fietsen, computers, auto’s en trams. Elektriciteitscentrales lagen stil, en schoolboeken waren aan het wegrotten.

Toekomst
De nieuwe bewoners van Knolland wilden vol goede moed en optimisme aan de slag gaan. Ze wilden huizen renoveren, wegen herstellen, auto’s en fietsen repareren. Ze wilden nieuwe smeltovens bouwen om schroot te recyclen, irrigatiesystemen herinrichten en scholen en klinieken opzetten. Niets leek een prachtige toekomst in de weg te staan, en het harde werk schrok niemand af.

Een van de aangespoelde overlevenden was echter een breed lachende, getalenteerde politicus, genaamd Ettur Kram. Kram besloot de leiding over het eiland op zich te nemen. Aangezien hij goed kon praten, lukte het hem de mensen ervan te overtuigen dat hij daarvoor de juiste man was.

Net toen de bevolking de mouwen goed had opgestroopt, gebeurde iets onverwachts: Ettur Kram, die ooit een boek had gelezen van enkele economen uit het hoog ontwikkelde land Akirema, waarschuwde de bevolking met klem tegen elke poging de economie van het eiland te herstellen. “Het is pijnlijk maar noodzakelijk. We hebben simpelweg geen geld om zulke enorme investeringen te doen. We zouden onze kinderen en kleinkinderen met een enorme schuld opzadelen als we het geld zouden lenen.”

Kram vervolgde zijn waarschuwing met een pleidooi voor bezuinigingen: als de bevolking zou proberen te overleven op een liter water, een wortel, een kommetje rijst, een rauwe knol en wat bietensap per dag zou het in de toekomst beter gaan. “Als we nu deze pijnlijke maar noodzakelijke offers brengen, zal de economie er in de toekomst veel sterker voorstaan.”

Geen geld
Hoe hoog opgeleid en getalenteerd ook, de nieuwe bevolking van Knolland ontbrak het aan elk inzicht in het verschijnsel ‘geld’ om Ettur Kram van repliek te dienen. Tegen de onweerlegbare logica in het economenboek uit Akirema kon niemand op, daar was geen speld tussen te krijgen. Gedesillusioneerd accepteerden zij gelaten Krams betoog: er is geen geld, dus er is geen ruimte voor investeringen in onderwijs, infrastructuur, gezondheidszorg, energie en woningen.

Het eiland verviel in diepe armoede en kende ondervoeding, cholera en tyfus. Mensen woonden in hutjes gebouwd van wrakhout, asbest, plastic en spaanplaat. Er was nauwelijks onderwijs, riolering was erbarmelijk, en velen overleden voor hun veertigste aan elders in de wereld makkelijk te behandelen ziekten. Slechts één op de tien kinderen leerde lezen en schrijven, de rest was te uitgeput door de kinderarbeid in de rijst- en knollenvelden. Doordat veel bomen voor brandhout werden omgehakt, veroorzaakten regenbuien vernietigende modderstromen. De enige bibliotheek op het eiland bestond uit een plank met daarop elf boeken. Een op de vier vrouwen stierf in het kraambed, en een valse triangel was in heel Knolland het enige muziekinstrument. Mensen traden toe tot bizarre sektes, verkochten hun dochters voor een paar knollen, en het uitdrijven van geesten nam een hoge vlucht.

Standbeeld
Ettur Kram bleef de leider van Knolland tot aan zijn dood. Bij zijn overlijden zei men dankbaar: “Hij heeft het beloofde economisch herstel niet meer mee mogen maken, maar hij heeft ons gelukkig behoed voor een grote schuld. Die hoeven wij gelukkig onze kleinkinderen niet na te laten.” Een twintig meter hoog standbeeld werd te zijner ere opgericht. Bij de bouw daarvan kwamen zeker achttien mensen om het leven, door verroeste steigers en het ontbreken van basale zaken als bouwhelmen.

Enkele jaren daarna werd de gehele bevolking van het eiland, dat nooit iets had gedaan aan het bouwen van dijken en dammen, door een grote tsunami weggevaagd.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)