Laatste update 14:15
2.906
47

Fractievoorzitter PvdD

Marianne Thieme (1972, Ede) is fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren. Thieme was in 2003 en 2006 lijsttrekker van de partij. Zij werkte onder meer bij B&A groep onderzoek en advies BV en de Stichting Wakker Dier.

Koeien met gouden horens, de landbouwmythe vraagt om weerwoord

De melk, kaas en boter worden duur betaald, hoewel ze spotgoedkoop in de winkel worden aangeboden

cc-foto: Red Junasun
cc-foto: Red Junasun

Kalfjes kunnen niet bij hun moeders blijven, om economische redenen. Ook de behandeling van kippen, varkens en vrijwel alle dieren in de veehouderij, jaarlijks bijna 500 miljoen, is sluitpost van de begroting. De Nederlandse landbouw wordt door landbouworganisaties en het kabinet vaak voorgesteld als een robuuste, goed draaiende economische sector. Volgens sommige politici zou de landbouw zelfs de motor van onze economie zijn die ons dankzij de export en werkgelegenheid door de crisis zou hebben gesleept. Een vaak doorslaggevend argument om ecologische bezwaren opzij te schuiven. Maar de feiten vertellen een heel ander verhaal.

De landbouw exporteerde in 2015 voor 82,4 miljard euro. Uit cijfers van het CBS blijkt dat daarvan slechts een klein deel van de Nederlandse landbouw zelf komt. Er zitten nogal wat posten tussen waaraan de Nederlandse boer of tuinder geen enkele bijdrage levert. Hout, kurk, drank, koffie, cacao, thee, sigaretten, snoep, specerijen, kruiden, tabak, ongespecificeerde bewerkingen en een grote post ‘diversen’ zijn samen goed voor bijna 30 miljard euro. Dat bedrag komt niet van Nederlandse veehouders. Kunnen we de ruim 52 miljard euro die overblijft na aftrek van deze exotische producten toeschrijven aan de Nederlandse landbouw? Zeker niet. Ruim de helft is doorvoer. Buitenlandse (landbouw)producten komen binnen, doos eromheen, niet zelden door onderbetaalde Poolse arbeids-immigranten, en gaan weer verder op transport. Daar komt geen Nederlandse boer aan te pas.

Uit de cijfers van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) en het CBS blijkt dat in 2015 aan Nederlands vlees, zuivel, bloemen, aardappelen, groenten en fruit voor 18,8 miljard euro werd geëxporteerd. Dat is nog geen kwart van de toegeschreven exportwaarde. En daarvan is minder dan de helft, slechts 8,5 miljard euro, toe te rekenen aan Nederlandse veehouders. Maar ook dat aandeel komt niet geheel van eigen bodem. De varkens en kippen worden voor het grootste deel opgefokt met geïmporteerd veevoer. En ook in de gangbare melkveehouderij wordt op grote schaal gebruikgemaakt van geïmporteerde soja uit verre bestemmingen, waarvoor tropisch regenwoud gekapt wordt.

Zo blijft er van de Nederlandse export van dierlijke eiwitten weinig Nederlands product over. Daartegenover staan wel enorme lasten voor het milieu, volksgezondheid en de dieren. Alleen al de milieuschade van de veehouderij werd door onderzoeksbureau CE Delft becijferd op ten minste 2 miljard euro. In 2010 berekende de Vrije Universiteit Amsterdam dat de externe kosten van alleen de varkenssector al 1,5 miljard euro bedroegen, zoals schade aan volksgezondheid en waardedaling van woningen door de bouw van megastallen. De miljard euro die de belastingbetaler jaarlijks via Brussel aan de boeren doneert, komen daar nog bovenop.

Volgens het Compendium voor de Leefomgeving bedroeg de bijdrage van de boeren en tuinders aan het bruto binnenlands product 1,4 procent. Daarvan komt bijna de helft voor rekening van de tuinbouw en akkerbouw en 41 procent voor rekening van de veeteelt. De melkveehouderij heeft slechts een aandeel van 0,3 procent, maar is tegelijkertijd verantwoordelijk voor 50 procent van de Nederlandse ammoniakuitstoot. Volgens onderzoek van Quivertree uit 2016 liggen de externe kosten van milieuschade van de melkveehouderij op minimaal 2,3 tot 7,5 miljard euro per jaar. Minstens, want veel kostenposten, zijn nog niet meegenomen. De toegevoegde waarde van de melkveehouderij was zo’n 3 miljard euro. Die wordt dus ruim overtroffen door de kosten waarvoor de samenleving jaarlijks moet opdraaien.

Wat koopt de melkveehouder daarvoor? Het LEI becijferde in 2012 een kostprijs van gangbare melk van 53 cent per kilo melk voor een klein bedrijf, 44 cent voor een middelgroot bedrijf en 38,5 cent voor een groot bedrijf. Daarin zijn milieukosten, dierenleed, oneigenlijke fiscale bevoordeling, etcetera niet meegerekend. Tot 2012 kreeg een gangbare boer gemiddeld 35 cent voor de melk. Plus 3,5 cent inkomenssteun. Dat betekent dat zelfs de grote, zogenaamd meest efficiënte bedrijven nog steeds voor een belangrijk deel moeten leven van subsidie. De overproductie die het gevolg is van de massale uitbreiding van gangbare melkveehouders leidt op dit moment tot zeer lage prijzen.

De gangbare melkveehouder heeft zijn hoop gevestigd op een zich herstellende economie en meer vrijhandel. Onder andere op het op stapel staande vrijhandelsverdrag TTIP. Nog afgezien van de vraag of de economie zich wel structureel kan herstellen naar het niveau van voor de crisis, schiet de gangbare melkveehouderij in Nederland weinig op met een stijgende melkprijs. Als de economie zich herstelt, stijgen namelijk ook de grondprijzen, de grondstofprijzen voor veevoer, brandstof en niet te vergeten de rente voor leningen bij de bank. De marges blijven dus in de gangbare veehouderij altijd smal.

In de Nederlandse melkveehouderij regeert de irrationaliteit. De investeringen in enorme melkveebedrijven, die op dit moment uit de grond worden gestampt, zijn gebaseerd op het tijdelijk uitmelken van een onduurzame en onrendabele sector. De nieuwe Melkveewet werkt deze ontwikkeling in de hand. De boer gaat er door de uitbreidingen zelden op vooruit. Voor zover hij dat al niet was, is hij door torenhoge investeringen slaaf geworden van de bank.

De melk, kaas en boter worden duur betaald, hoewel ze spotgoedkoop in de winkel worden aangeboden. Dieren worden geslachtofferd op het altaar van de economie, dat ook de mens in grote problemen brengt. Een meer plantaardige en daarmee meer diervriendelijke samenleving doet meer recht aan het streven naar duurzame welvaart en harmonie, dan de inzet voor steeds grotere megastallen onder valse voorwendselen.

Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren schreef samen met Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de UvA, het boek De Kanarie in de Kolenmijn, dat deze week verschijnt bij Prometheus.

cc-foto: Red Junasun


Laatste publicatie van MarianneThieme

  • De kanarie in de kolenmijn

    co-auteur: Ewald Engelen


Geef een reactie

Laatste reacties (47)