2.719
36

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Koester de studentencultuur

Hoewel ik het wangedrag van studentenverenigingen een blijk vind van verloedering geldt dat misschien nog wel meer voor de politiek correctheid waarmee dat soort gedrag wordt veroordeeld

Als student had ik aanvankelijk nogal wat moeite met studentenverenigingen en hun naar mijn smaak wat infantiele en conformistische mores. Maar later kreeg ik meer oog voor het Studentenleven als Cultureel Erfgoed en richtte ik onder meer een studentenpartij op die de economisering van de academische wereld en daarmee het verdwijnen van een hele manier van leven en denken hoopte te voorkomen. Eén van mijn partijleden was Eva Jinek. Toen zij nog lid was van ALSV Quintus was zij tegen elke aanpassing van het ontgroeningsritueel op haar toko. Met name het argument dat de vereniging daardoor beter in de markt zou liggen wees ze radicaal af.

cc-foto: AB
cc-foto: AB

Mijn houding op dat moment was dat ik nooit of te nimmer lid zou willen worden van een vereniging, maar als je ze dan toch hebt laat ze dan ook ieder hun eigen authentieke karakter hebben, bij voorkeur gekenmerkt door stokoude mores en bizarre studenten hocuspocus. De Universiteit is immers niet een of ander opleidingsinstituut, het is je Alma Mater, een plek waar je bent gevormd. En die van mij, Leiden, gaat er daarnaast prat op een ‘Praesidium Libertatis’ te zijn, ofwel een bolwerk van de vrijheid.

Dat betekende mijns inziens dat de Leidse universitaire wereld zich verre moest houden van hip, hot en happening-gedrag en marketing. Het moet niet mee willen doen aan de laatste trend. Het moet zich niet schikken aan een of ander format met lekkerbekkende slogans, maar z’n eigen weg gaan en zélf het format bepalen. Een veel gehoorde slogan is tegenwoordig ‘inclusiviteit’. Dat klinkt leuk, maar waar een universiteit wellicht juist een beetje meer naar zou moeten streven is éxclusiviteit. Níet zo zijn als de rest, maar uniek, bijzonder en vooral zichzelf. Je wilt je immers onderscheiden?

Voor mij betekent dat dat hoe infantiel en conformistisch de cultuur op sommige studentenverenigingen ook mag zijn, die cultuur moet worden gekoesterd, juist omdat die ‘niet meer van deze tijd’ is en moeilijk valt uit te leggen aan buitenstaanders. Ik heb daar ook een politiek argument voor: de academische elite moet een tegenwicht vormen voor de geld-elite, om te voorkomen dat we een monocultuur worden waar alles wordt beoordeeld op nut en marktwaarde. Ooit wilden nieuwe rijken juist in de smaak vallen bij de academische elite in plaats van andersom. Je karakter aanpassen om meer leden te krijgen is je overgeven aan het markt- en beeldvormingsdenken: Kiss of death.

Dat betekent niet dat studentenverenigingen zich niks hoeven aan te trekken van de normen en waarden buiten de studentenwereld. Maar als er eens iets gebeurt op een vereniging dat het daglicht niet kan verdragen, zoals bijvoorbeeld het ‘leestafel-incident’ op Minerva in 2001, waarbij een student ernstig gewond raakte, dan komt dat vroeg of laat naar buiten en leidt dat tot een veroordeling, als de rechter daar toe besluit. Of niet, wanneer hij het niet ernstig genoeg vindt. In genoemd geval gebeurde dat wel. De les: hoe zeer verenigingen ook de reputatie mogen hebben schimmig te zijn, een ‘staat binnen een staat’ of een ‘old boys network’, uiteindelijk vallen ook zij gewoon onder de wet, net als ieder ander.

En als er weer eens een ‘banga-lijst’ wordt gepubliceerd kunnen de gekeurde ‘hertjes’ (plat-Gronings voor jonge vrouwen) dat het beste beantwoorden met een ‘no-banga-lijst’ met kleurrijke waarschuwingen tegen (en telefoonnummers, naam en toenaam van) de ongetwijfeld klein geschapen, slecht presterende, meurende (en daarnaast vadsige en puistige) heren keurders. Mijn voornaamste bezwaar is in dit geval eigenlijk de vorm waarin het gebeurt. Ooit werd er op LVVS Augustinus een gedicht verspreid over de escapades van Lousewies van der Laan met onder meer hockey-ster Floris Jan Bovelander. Het was een lang gedicht, het metrum klopte en het was een soort persiflage op Van Den Vos Reinaerde, als ik het mij goed herinner, ik kan het nergens meer terugvinden. De vorm bepaalt mede of iets plat en ordinair is of een stuk cultuur. Vraag het maar aan Shakespeare, of iets recenter, Ilja Leonard Pfeijffer.

Hoewel ik het wangedrag van studentenverenigingen een blijk vind van verloedering geldt dat misschien nog wel meer voor de politiek correctheid waarmee dat soort gedrag wordt veroordeeld en het schaapachtige inbinden van verenigingen. Om nog even terug te komen bij Quintus: om een weldoordacht oordeel te kunnen vellen over ontgroeningen had de vereniging zelfs een adviesbureau ingehuurd. Het was te gênant voor woorden. Wat is je identiteit als je een PR-bureau moet inhuren om je er een te geven?

Mijn advies aan studentenverenigingen, blijf je zelf. En studenten, ga net als ik niet bij een vereniging tenzij je gelooft dat jij en je vereniging voor elkaar geschapen zijn. Je hoéft geen lid te worden. En in z’n algemeenheid: er is al genoeg eenheidsworst. Eet niet te veel.

Geef een reactie

Laatste reacties (36)