345
10

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Koningin Beatrix in Waku Waku

Als macht gedefinieerd wordt als 'het vermogen om anderen iets te laten doen' heeft de Staatsorganisatie de afgelopen jaren flink aan macht ingeboet

Opmerkelijk nieuws in de Telegraaf van vanochtend: Linda de Mol is machtiger dan ons staatshoofd. Het weliswaar volgens de Telegraaf en dan nog in reactie op een onderzoek van Opzij, maar dan nog.
Ik vrees dat de Telegraaf meer gelijk heeft dan de redactie zelf weet. Immers: als “macht” gedefinieerd wordt als “het vermogen om anderen iets te laten doen” heeft de Staatsorganisatie de afgelopen jaren flink aan macht ingeboet.

In de jaren ’70 en ’80 waren er grote demonstraties. De eerste waar ik zelf aanwezig bij was, was die om de Adlerfabriek in Leiden open te houden. Dat moet ongeveer 1979 geweest zijn. De beelden van de grote demonstraties tegen kernwapens in 1981 en 1983 zijn bekend. De demonstraties waren pogingen van Nederlanders om regeringsbeleid te beinvloeden. Immers: parlementariërs waren keurige mannen en vrouwen die heus wel naar de demonstranten zouden luisteren. De macht van de regering had de tegenmacht van de demonstranten gewoon nodig.

Bij deze demonstraties hing er standaard een vliegtuigje van het OSL in de lucht met de tekst “miljoenen blijven thuis” of “de meerderheid demonstreert niet”, of woorden van gelijke strekking.

En inderdaad: er werd in de jaren daarna steeds minder gedemonstreerd. Als frequent bezoeker van het Binnenhof zie ik hoe kleine groepjes af en toe manmoedig kreten staan te scanderen, maar de bezieling van de jaren ’80 is er uit.

Daartegenover staat wel de opkomst van de Nieuwe Media en de -blijkbaar- daarbij horende verruwing in het politieke debat. Praten over politiek gaat met een toon van wantrouwen en is meestal snoeihard en persoonlijk. Of dat te maken heeft met de democratisering van de politiek durf ik niet te beweren. Feit is dat de kloof, waar vanaf 1994 met het verschijnen van het boek “Het grote ongenoegen” van Andeweg en Van Gunsteren zo fel tegen gestreden werd, politici er alles aan gedaan hebben om de toon van de gewone mens op te zoeken. Politiek moest zich niet alleen in de Tweede Kamer afspelen, maar politici moesten ook in het panel van Waku Waku.

Missie geslaagd? Die “Kloof” is nu kleiner dan ooit. Politici nemen gewoon zelf de telefoon op voor wie belt met 070- 3182211 en zich laat doorverbinden, en veel van de debatten in de kamer worden op een toon en niveau gevoerd die zouden moeten aansluiten bij wat men denkt dat de Nederlandse burger prettig acht: direct, met one-liners, verdachtmakingen en vooral veel, heel veel woede.

Tot een stabielere politiek heeft het niet geleid. Ook niet tot een betere politieke sfeer of een beter functioneren van het Staatsbestel. Net als in de 18e eeuw worden schot- en vlugschriften verspreid waarin mensen verdacht worden gemaakt, waarin buur tegen buur en stadsgenoot tegen stadsgenoot wordt opgezet, en “de elite” de schuld krijgt van alles wat er mis is. Alleen het medium is sneller en -om met McLuhan te spreken- kouder.

Er zijn politici die hun mening laten afhangen van de standpunten die in de samenleving geacht worden aanwezig te zijn, en hun boodschap daarop afstemmen. Politieke marketing. Er zijn ook politici die op grond van hun bestuurservaring berusten in het haalbare en dat laten prevaleren boven het bereiken van idealen. Politieke gemakszucht.

Het commentaart op de politiek wordt – en dat hoort bij dit fenomeen – geleverd door journalisten, acteurs, marketeers en andere mensen die overal verstand van hebben.Te weinig door mensen die ervoor doorgeleerd hebben: politicologen. Immers: politiek is van iedereen, en de mening van iedereen is zo goed als de mening van iedereen. Het is alsof de Febo in Den Haag met restaurant De Librije in Zwolle vergeleken wordt door een binnenhuisarchitect op waar de lichtknoppen zitten. Er kunnen zeker uitspraken gedaan worden die waar zijn, maar of ze relevant zijn, of iets zeggen over de kwaliteit van het restaurant als restaurant is te betwijfelen.

Waar het in de jaren ’80 “macht tegen macht” was, is het nu “onmacht tegen onmacht”.  Een uitdaging waar veel politici mee worstelen. De koof tussen burger en politiek is verdwenen, maar door het afnemen van het vertrouwen in de politiek, het stelsel en de politicis er een kloof ontstaan tussen politici en de politieke macht.

De afgelopen jaren hebben juist laten zien dat politici met een mening en een standpunt, zich duaal opstellen en zich niet laten weerhouden door de realiteit van de taaiheid van bestuur, nogal wat aanhang kunnen verwerven.

Een antwoord op de verruwing van het politieke debat en deze nieuwe kloof is dan ook niet het verder populariseren en democratiseren van de politiek, niet nóg meer oppervlakkig gebabbel van deskundologen, niet nóg “gewoner” doen, maar juist terug gaan naar het bedrijven van de politiek van weleer, waarin standpunten worden ingenomen op basis van kennis en analyse, door mensen met ervaring en kunde. Standpunten die recht doen aan de uitdagingen waar Nederland voor staat, maar met inachtneming van de belangen van allen die zich in Nederland bevinden.
Dit artikel is overgenomen van het weblog Baruch Blogt

Geef een reactie

Laatste reacties (10)