Laatste update 20:42
996
9

Jos Joosten is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Hoe geroeptoeter aan de stamtafel een ‘officieel onderzoek’ werd

Het universitair onderwijs kreeg dinsdag een dikke onvoldoende uitgedeeld in de media. Maar het onderzoek waar dat uit blijkt presenteert borrelpraat, alleen dan zonder borrels.

Dinsdag stond de universiteit plots volop in de landelijke schijnwerpers. Een ANP-bericht over het universitair onderwijs sloeg aan. Regionale kranten maakten het meteen tot voorpaginanieuws: ‘Slechte lessen op universiteiten’, kopte de Gelderlander, want ‘een op de drie docenten scoort onvoldoende voor lesgeven’. Het artikel baseert zich op onderzoek van het Zwolse adviesbureau Goudsteen & Company. Dat ‘ondervroeg veertien topdocenten van verschillende universiteiten, die afgelopen jaren onderwijsprijzen wonnen. Volgens hen heeft één op de drie universitair docenten alleen aandacht voor onderzoek. (…) Of ze een goede docent zijn, is minder van belang.’

Representatief?
Elke enigszins kritisch ingestelde lezer zou zich direct afvragen hoe representatief een onderzoek onder veertien personen is. Maar een vrolijk framende journaliste, op zoek haar een pakkend voorpaginanieuwtje, laat haar plezier natuurlijk niet bederven door dit soort details. Met resultaat.

5375805547_375c8b400b_zIn de loop van de ochtend belandde het nieuws bij de NOS, die het dezelfde avond nog eens dunnetjes overdeed met een webartikel onder de rellerige titel ‘Stuur dit artikel door naar je slechte docent’. Ook Metro, Trouw, het Reformatorisch Dagblad, om maar enkele te noemen, publiceerden het bericht.
Wat werkelijk frappeert is dat geen van de betrokken journalisten de moeite nam om eens één tel stil te staan bij het feitelijk, inhoudelijk gewicht van het onderzoek. Alleen al de zeer beperkte onderzochte groep, ik zei het al, had op zijn minst argwaan kunnen wekken. Wie het rapport zelf erop naslaat, wordt in dit wantrouwen alleen maar bevestigd.

Ronduit kwakkelig
Het onderzoek is namelijk ronduit kwakkelig, vanaf de (onder)titel: Meer geluk dan wijsheid: De kwaliteit van topdocenten aan onze universiteiten. Foutje van de eindredactie, want het ‘onderzoek’ gaat helemaal niet over de ‘kwaliteit van topdocenten’, maar over het universitair onderwijs in zijn algemeenheid, gezien door de ogen van de veertien geïnterviewde topdocenten.

Toevallige opinies
Daar zit meteen ook het knelpunt. Het bureau selecteerde veertien winnaars van universitaire onderwijsprijzen, verspreid over de landelijke universiteiten en heeft hun om hun mening gevraagd inzake allerlei onderwijskwesties. Dit ‘onderzoek’, met andere woorden, is in werkelijkheid niet meer dan een selectie van toevallige opinies: er is geen controleerbare vraagstelling, er is geen raamwerk waarin de feitelijke situatie van het universitair onderwijs wordt weergegeven, laat staan geanalyseerd. Geen enkele aandacht dus voor de feitelijke verhouding tussen onderwijs en onderzoek binnen aanstellingen aan de universiteit (soms een volledige onderwijsaanstelling, doorgaans 70/30 of 60/40, maar vrijwel altijd met de meeste tijd voor onderwijs), voor het systeem van cursusevaluaties, onderwijsvisitaties, opleidingscommissies.

Dit onderzoek presenteert borrelpraat, maar dan zonder borrels.

Algemeenheden van de koffieautomaat
Maar goed, laten we zelf eens één tel doen alsof we ook imbeciel zijn, en het onderzoek serieus nemen. Zelfs dan springt er genoeg in het oog. Bijvoorbeeld dat de tekst vooral uitblinkt in algemeenheden van de koffieautomaat: de een vindt dit, de ander schat dat, alles gelardeerd met citaten zonder bron, in het genre: ‘De leidinggevende hecht geen belang aan onderwijs en besteedt geen tijd aan docentbegeleiding. Die docenten leggen zich daarbij neer. “Die leidinggevende vindt dat wel prima omdat hij een andere agenda heeft: het doen van onderzoek.”’

Totale willekeur
Die totale willekeur tekent ook de kernkwestie die nu alom het nieuws haalde: ‘Aan de topdocenten is gevraagd een verdeling te maken van het kwaliteitsspectrum van universitaire docenten.’ Ziedaar, de ‘onderzoeksvraag’: geen kwantificeerbaar kader, antwoordmodel of wat voor feitelijk criterium dan ook. Niet gek dus, dat een paar collega’s hier afhaakten: ‘een aantal van hen (28%) geeft aan deze vraag niet te kunnen beantwoorden’. Blijven over: 72% van de ondervraagden die hier wél een mening over willen debiteren, met als uitkomst de nu overal, tot aan de minister, rondwarende algemene conclusie: ‘Topdocenten schatten in dat 30% van de docenten slecht functioneert.’
‘Topdocenten schatten…’. Zonder lidwoord. 72% van de ondervraagden, in werkelijkheid: tien man en vrouw aan de borreltafel. Vier waren even bier halen of naar de WC.

Interessant is – we houden ons nog even dom – dat de weliswaar even ongegronde, maar eigenlijk minstens zo spectaculaire, keerzijde van dit rondje meningen het nieuws niet haalde: de tien die wel op de vraag wilden reageren ‘schatten in dat 45% van de collega’s als ‘goed’ gekwalificeerd kan worden’, én zij ‘schatten in dat 25% van de docenten tot de categorie topdocent behoort’. Kortom: zeventig procent van de docenten in het universitair onderwijs scoort goed tot zelfs zéér goed.

Geroeptoeter aan de stamtafel
Het trieste is natuurlijk dat dit partijtje geroeptoeter aan de stamtafel van tien collega’s nu landelijk het beeld bepaalt van de zogenaamde staat van het universitair onderwijs. Dat is vooral zo te betreuren omdat het helemaal niets te maken heeft met de praktijk. Als ik met een biertje tot het gezelschap van de hooggeleerde collegae had behoord, dan had ik een heel ander beeld geschetst. Minstens 7% van de docenten zou dan hebben gevonden dat het onderwijs doorgaans zeer goed is. Dat we eerder enigszins te lijden hebben onder over-controle, met talloze cursusevaluaties, die de onderwijsdirecteur beoordeelt, verplichte feedback aan de studenten, rapportages aan de opleidingscommissies, eindeloze dossier-opbouw voor periodieke onderwijsvisitaties etcetera. Om, al borrelend, maar niet te spreken over de onuitroeibare didactische terreur van leerdoelen, onderwijsmatrixen en wat dies meer zij. Ik zie eerder overbezorgdheid dan desinteresse.

‘Veranderkundige’
Ten slotte nog een merkwaardig detail aan dit ‘nieuws’. Het onderzoek is al bijna een jaar geleden gepubliceerd, zo is vast te stellen op de LinkedIn-pagina van de onderzoeker, ‘veranderkundige Jelger Spijkerboer’. Het onderzoek had geen opdrachtgever, maar werd op eigen initiatief geïnitieerd. Waarom zou Goudsteen & Company deze oude koe nog eens opnieuw hebben proberen te pluggen, met de grote nadruk op het slechte nieuws? Het zal toch niet, als ik me ook wat borrelpraat mag veroorloven, te maken hebben met het feit dat Goudsteen en zijn kompanen hun brood verdienen met het geven van cursussen op het gebied van veranderingen in onderwijs?

Deze opinie verscheen eerder op Voxweb

Portretfoto Jos Joosten: Dick van Aalst
Beeld: Ruben Nijveld

Geef een reactie

Laatste reacties (9)