1.323
32

Filosoof

Robin Brouwer is woonachtig te Amsterdam en studeerde en doceerde filosofie en semiotiek aan de Universiteit van Amsterdam (tot 2001). Daarna doceerde hij aan verschillende academische instellingen en was van 2004 tot en met 2008 hoofdredacteur van kunsttijdschrift HTV De IJsberg. In 2005 richt hij met collega Tiers Bakker de Liberticide-werkgroep voor maatschappijanalyse en ideologiekritiek op. Dit kritische onderzoek naar de fundamenten van de neoliberale samenleving leidt in 2008 tot de eerste onderzoeksbundel: Liberticide. Kritische reflecties op het neoliberalisme (samen met Tiers Bakker, uitgeverij IJzer, Utrecht). September 2012 verschijnt van hen het tweede boek onder de titel: Vrijheid. Maar voor wie? met daarin een bijdrage van de internationaal vermaarde denker Slavoj Zizek.

Sinds 2011 werkt Brouwer aan het vergoten van de bewustwording voor maatschappelijke systeemverandering in tal van sectoren, zoals de bouwsector, het onderwijs, de zorg, de infrasector en financiële sector. Dit leidt tot het opzetten van de Robin Brouwer Collective, een samenwerkingsverband tussen verschillende professionals die willen werken aan een kritische bewustwording in de samenleving om verandering mogelijk te maken. Sinds september 2012 werkt Brouwer samen met het Amsterdamse debatcentrum De Nieuwe Liefde van Huub Oosterhuis waar hij maandelijks lezingen geeft en in debat gaat met politici, journalisten en wetenschappers over de problemen van onze huidige samenleving.

Kunst moet schuren!

De kunsten hebben de democratie niet nodig om te kunnen overleven, maar de democratie kan niet zonder de kunsten

Sinds het uitbreken van de crisis is het bezuinigen op de kunsten een logische stap in de neoliberale cultuurpolitiek. En omdat het maatschappelijke belang van culturele diversiteit onder druk is komen te staan, is het voor de sector uitermate moeilijk om in verweer te komen. Want, hoe voor de kunsten op te komen wanneer deze als elitair wordt bestempeld? Wie daar een lans voor durft te breken krijgt al snel het predicaat niet-democratisch te zijn. Cultuur moet voor het volk zijn. En welk instrument kan dit beter reguleren dan de marktwerking?

Door: Robin Brouwer en Tiers Bakker

Het is dit populistische klimaat dat domineert in politiek en samenleving. Vandaar dat veel kunstinstellingen het boetekleed aantrekken en geneigd zijn om zelfcensuur toe te passen. Maar wat is het maatschappelijke belang van de kunsten (en de cultuur) en wat is eigenlijk democratie? We dienen ons allereerst af te vragen welk ‘volk’ door de marktwerking feitelijk wordt bediend: een volk dat er belang aan hecht vermaakt te worden, een volk dat cultuur beschouwt als een onderdeel van de consumptieve lifestyle. Een volk dus, dat in grote getalen liever afkomt op een trendy fototentoonstelling over filmsterren in een sexy foto-instituut, dan dat het zich open wil stellen voor experimentele ontwikkelingen op het terrein van de kunsten.

Deze populistische benadering van cultuur is inmiddels doorgedrongen tot menige kunstopleiding. Wie de gevolgen van het overheidsbeleid over de afgelopen twintig jaar bekijkt ziet dan ook dat er steeds meer mainstream geprogrammeerd wordt en dat veel programma’s op elkaar lijken. De diversiteit staat op het spel. Voor inhoudelijke en kritische reflectie is weinig plaats meer.

De kunstsector herkent dit mechanisme maar al te goed; in burgerlijke tijden, wanneer het populisme domineert, wordt kunst voornamelijk gewaardeerd als vermaak en investering – kunst als gedomesticeerde tijger, ontdaan van de scherpe randjes. Vandaar dat de media de afgelopen jaren schrijven over de succesverhalen in New York; over hoe een klein clubje kunstenaars, al dan niet met de hulp van een mecenas, weet door te breken tot het grote publiek, het volk. Vandaar dat met veel tamtam het cultureel erfgoed (Rijksmuseum) in het zonnetje wordt gezet. Kunst als onderdeel van de entertainmentindustrie.

Democratie is niet een dictatuur van de meerderheid die via de marktwerking of de overheid anderen hun wil op leggen. Democratie is een bewust gekozen diversiteit die in ideologische èn materiele zin gewaarborgd wordt.

De marktwerking geeft geen waarborg; integendeel, zoals de cijfers laten zien ondermijnt ze de diversiteit. Het saneren van de kunsten hangt samen met een bredere ‘bewustzijnspolitiek’ waartoe het ingrijpen op de publieke omroepen en ook het terugdringen van religie tot achter de voordeur, deel van uit maken. Zijn er nog er nog kunstenaars die het maatschappelijke/democratische belang van de kunsten willen uitdragen? Zoals de geschiedenis leert hebben de kunsten de democratie niet nodig om te kunnen overleven, maar de democratie kan niet zonder de kunsten, zonder een radicale diversiteit van denken en beelden…

Dit artikel is geschreven door Robin Brouwer en Tiers Bakker

De kunsten – Voorbij het neoliberalisme
di 17 december 2013 | 20.00 uur |De Nieuwe Liefde, Amsterdam   
Hoe kan de cultuur in tijden van bezuinigingen haar kritische functie blijven vervullen? De huidige cultuurpolitiek bevordert het tegenovergestelde: een toename van de mainstreamcultuur. Als we een cultuuraanbod willen dat condities schept voor kritisch bewustzijn, wat staat ons dan te doen? Met Ann Demeester directeur de Appel arts center en kunstenaar Jonas Staal, wiens werk over de relatie tussen kunst, politiek en ideologie regelmatig aanleiding is geweest voor publiek debat. Meer info en kaarten (€10/€7,50) via www.denieuweliefde.com of
kijk hier.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)