2.640
170

Boekvertaler, freelance redacteur

Maarten van der Werf (1970) is boekvertaler, freelance redacteur en nog een paar dingen. En hij publiceert af en toe wat. Hij schreef onder meer in De Volkskrant, NRC Next en Contrast.

Kunstgelul

Wie ooit op een opening van een galerie is geweest – een vernissage schijnt dat te heten – kan zich misschien wel de artistieke dames en heren voorstellen die zich veelal op zo'n evenement verzamelen, die vooral bezig zijn met elkaar en neer lijken te kijken op het niet-begrijpende krapuul dat zich wat ongemakkelijk tussen hen beweegt

Kortgeleden bezocht ik de tentoonstelling Material World – Kunst, design, mode in het Groninger Museum. Ik was zeer onder de indruk van de objecten die ik daar zag. Maar er was een ding dat me opviel, in negatieve zin, wat me in het verleden al vaker was opgevallen – veel te vaak: een bepaald werk – het doet hier niet ter zake welk – vond ik interessant en betekenisvol, maar toen ik op het bordje keek met de naam, was die cryptisch, zo niet onbegrijpelijk, en stond in geen aanwijsbare relatie tot het object.

Ik ben een kunstliefhebber. Ik ging en ga regelmatig naar musea, van zeer klassiek tot zeer conceptueel tot alles ertussenin. Soms gaat een en ander me wel eens boven de pet, een enkele keer vind ik het gezocht of een herhaling van wat ik al eens eerder heb gezien, en soms kan ik er gewoon niks mee. Maar veel vaker vind ik het mooi, uitdagend, of in ieder geval interessant genoeg om kennis van te nemen. Een gewone, geïnteresseerde bezoeker dus: een betrekkelijke buitenstaander, maar wel een met een behoorlijke open mind.

Waar ik me echter altijd aan stoor is het gedoe. Dat begint bij het volk dat eromheen lijkt te moeten zwermen. Wie ooit op een opening van een galerie is geweest – een vernissage schijnt dat te heten – kan zich misschien wel de artistieke dames en heren voorstellen die zich veelal op zo’n evenement verzamelen, die vooral bezig zijn met elkaar en neer lijken te kijken op het niet-begrijpende krapuul dat zich wat ongemakkelijk tussen hen beweegt. Dat is niet alleen gewoon vervelend, maar het brengt bij de omstanders ook een dieper liggende irritatie teweeg: het gevoel niet toegelaten te worden, er niet bij te horen. Als men dan ook nog beseft dat die incrowd bepalend is binnen het kunstwereldje, dan begrijpt men dat die uitsluiting ook wel eens in de bredere samenleving kan worden gevoeld.

Maar dat is niet het enige. Ik moet niet voor niets altijd erg lachen om grapjes als de zogenaamde Arty Bollocks Generator: een online machientje om de onbegrijpelijke kunstblabla genereren die je zo vaak in musea vindt. Ik begrijp dat er een behoorlijk denk- en ontwikkelingsproces voorafgaat aan het uiteindelijke resultaat en ik ben bereid daar voor een groot deel in mee te gaan. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het ook nogal eens gaat om het gelul om het gelul: motivaties waar geen kaas van te maken is, om verwarring te zaaien en om kunstbonzen te paaien die voor dat soort gezwatel gevoelig zijn. Of erger nog: het bezigen van een taal waarmee men bewijst deel te zijn van de incrowd en niet meer behoort tot het gepeuple buiten het selecte gezelschap van kunstminnaars.

Ik vond het bewuste bijschrift onnodige moeilijkdoenerij. Dat ik dat vind doet slechts beperkte schade. Ik sla de ogen ten hemel, gniffel in mijzelf of deel het met mijn metgezel, negeer het bordje verder en geniet van wat er voor mij staat – en hoop ondertussen in stilte dat de kunstenaar zichzelf voldoende serieus neemt om te weten welk geleuter hij daar heeft neergezet. Maar ik weet zeker dat juist uit dit soort obscurantistische flauwekul de onvrede over de kunstensector onder de bredere bevolking voortkomt, een onvrede die uiteindelijk de draconische bezuinigingen op de kunstsector van dit kabinet heeft mogelijk gemaakt.

Als je mensen buitensluit, nemen ze je dat niet in dank af. Dan worden ze boos – en daar worden we nu hard mee geconfronteerd. Het kwaad is in die zin al geschied. Maar misschien is het desondanks toch een goed idee om eens op te houden met die mystificerende onzin. Kunst is kunst, het werk staat op zichzelf en dat is waar het om gaat. De rest is niet meer dan wat het is: gelul eromheen.

Geef een reactie

Laatste reacties (170)