1.153
6

Filosoof

Robin Brouwer is woonachtig te Amsterdam en studeerde en doceerde filosofie en semiotiek aan de Universiteit van Amsterdam (tot 2001). Daarna doceerde hij aan verschillende academische instellingen en was van 2004 tot en met 2008 hoofdredacteur van kunsttijdschrift HTV De IJsberg. In 2005 richt hij met collega Tiers Bakker de Liberticide-werkgroep voor maatschappijanalyse en ideologiekritiek op. Dit kritische onderzoek naar de fundamenten van de neoliberale samenleving leidt in 2008 tot de eerste onderzoeksbundel: Liberticide. Kritische reflecties op het neoliberalisme (samen met Tiers Bakker, uitgeverij IJzer, Utrecht). September 2012 verschijnt van hen het tweede boek onder de titel: Vrijheid. Maar voor wie? met daarin een bijdrage van de internationaal vermaarde denker Slavoj Zizek.

Sinds 2011 werkt Brouwer aan het vergoten van de bewustwording voor maatschappelijke systeemverandering in tal van sectoren, zoals de bouwsector, het onderwijs, de zorg, de infrasector en financiële sector. Dit leidt tot het opzetten van de Robin Brouwer Collective, een samenwerkingsverband tussen verschillende professionals die willen werken aan een kritische bewustwording in de samenleving om verandering mogelijk te maken. Sinds september 2012 werkt Brouwer samen met het Amsterdamse debatcentrum De Nieuwe Liefde van Huub Oosterhuis waar hij maandelijks lezingen geeft en in debat gaat met politici, journalisten en wetenschappers over de problemen van onze huidige samenleving.

Kunstpaus bekeert zich tot populisme

Hoe een schouwburgdirecteur het beleid van Rutte I omarmt en waarom dat slecht is

Het kabinet Rutte I opende in 2011 een ongekende aanval op de kunst die de kunstwereld verbijsterde en verlamde. Nu zien we dat een prominent uit die kunstwereld de ideologie van Rutte omarmt, betogen Robin Brouwer en Tiers Bakker.

Zaterdag 7 december meende de directeur van de Amsterdamse Stadschouwburg, Melle Daamen, in de NRC een knuppel in het hoenderhok te moeten gooien. De kunstsector in Nederland is te groot en moet internationaal gaan samenwerken voordat het te laat is. Het was geen knuppel. Eerder was het een buiging, een diepe buiging voor het beleid van het kabinet Rutte-Wilders dat met Halbe Zijlstra in 2011 de toon zette voor een radicale vermarkting en vercommercialisering (populisme) van de cultuur. Hij zat een paar dagen daarna bij Pauw en Witteman – alsof wat hij geschreven had zo confronterend was. Was het dat eigenlijk wel?

Het beeld is als volgt. In 2011 – de crisissfeer zit er dik in – weet het kabinet Rutte een aanval op de cultuur in te zetten. Want iedereen moet de broekriem aantrekken. Van Wilders en van Henk en Ingrid komen in de media steeds meer aanvallen op linkse elites die publieke gelden besteden aan allerlei gesubsidieerde instellingen. Het KNMI, de publieke omroepen (de VARA waar Wilders niet wil komen), (multi-) culturele instellingen en natuurlijk de kunst (wie snapt daar nog wat van?), zijn doelwit in dit offensief.

Voor Rutte cum suis is dit de gelegenheid om in te grijpen. Na het debat najaar 2011 weet Zijlstra zijn gelijk te krijgen in de Kamer en zegt na afloop dat hij ‘de cultuur bevrijdt door haar aan de markt te schenken’.

In dit klimaat van linkse hobby’s, van de zorg, het onderwijs en de bijstandsmoeder die ook gemarginaliseerd worden, is elk verweer tegen dit beleid makkelijk weg te zetten als elitair en ondemocratisch. De collega’s van Daamen en vele journalisten en columnisten weten najaar 2011 hierop geen verweer te bieden. Men staat met de mond vol tanden.

Als we het betoog van Daamen beluisteren dan klinkt daar de teneur in door van een ex-communist die zijn mea culpa betuigt door nog roomser dan de Paus zijn nieuwe neoliberale en populistische geloof uit te dragen. Daamen ziet om zich heen instellingen en collega’s die zich geen raad weten, die angstig zijn om gemarginaliseerd te worden en gelooft in de neoliberale verlossing. De genade die hij voor zich ziet bestaat uit het outsourcen van de cultuur. Wat een briljante gedachte, moeten Rutte en Asscher gedacht hebben. Want natuurlijk, je kunt ook naar Brussel of Aken om een opleiding te volgen, je kunt ook naar Parijs voor de opera of naar Bilbao voor een goed museum.

De verarming van deze retoriek wordt goed zichtbaar als je haar projecteert op de zorg: er is toch ook een ziekenhuis in Antwerpen? Waarom rijdt de ambulance niet even door naar België? Of naar Rusland? Onze zorgsector is veel te groot voor dit land. 

Mensen als Daamen, Wilders, Rutte en Zijlstra beseffen niet dat cultuur geen show is waar je als consument van kan genieten, maar dat cultuur ‘civilisatie’ betekent.

Beeldende kunst, theater, literatuur, maar ook filosofie en ethiek, zijn geen entertainment en hoeven dus helemaal niet leuk gevonden te worden. Civilisatie is een proces dat in een samenleving breed verankerd dient te zijn en dat te maken heeft met vorming, educatie en reflectie. Er moet dus niet steeds minder, maar steeds meer geld komen voor civilisatie, te beginnen op de basisscholen. Laten we deze verpaupering tegen gaan!

Eerder: Kunst moet schuren

De kunsten – Voorbij het neoliberalisme
di 17 december 2013 | 20.00 uur |De Nieuwe Liefde, Amsterdam

Hoe kan de cultuur in tijden van bezuinigingen haar kritische functie blijven vervullen? De huidige cultuurpolitiek bevordert het tegenovergestelde: een toename van de mainstreamcultuur. Als we een cultuuraanbod willen dat condities schept voor kritisch bewustzijn, wat staat ons dan te doen? Met Ann Demeester directeur de Appel arts center en kunstenaar Jonas Staal, wiens werk over de relatie tussen kunst, politiek en ideologie regelmatig aanleiding is geweest voor publiek debat. Meer info en kaarten (€10/€7,50) via www.denieuweliefde.com

Geef een reactie

Laatste reacties (6)