Laatste update 10:52
4.420
91

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Laat deze hufters de straat niet veroveren

We hebben te maken met een groeiend aantal mensen dat probeert met dreigen, schelden en geweld in de openbare ruimte hun zin door te drijven.

Boekverbranding door extreemrechtse studenten in Berlijn, 1933

De journalisten van de NOS gaan tegenwoordig min of meer incognito op pad omdat ze anders teveel bedreigd en aangevallen worden. De hoofdredacteur van het Journaal, Marcel Gelauff, heeft zelfs het bedrijfslogo van de reportagewagens laten halen.

Journalisten en politici mogen er niet langer vanuit gaan dat zij ongestoord over straat kunnen lopen. Altijd bestaat de mogelijkheid dat zij verbale agressie of erger oproepen bij leden van het publiek die zich storen aan de berichtgeving in Nederland. Het blijft niet meer bij gemor en gebonk op stamtafels. Men gaat tot de aanval over.

De fractievoorzitter van het CDA, Pieter Heerma, maakte ons bij EenVandaag deelgenoot van een treffende observatie. Het gaat niet alleen om journalisten. Van ambulancechauffeurs, zorgmedewerkers, brandweerlieden, verkeersregelaars en andere mensen die op straat hun werk doen, is dit allang bekend. Zij worden net zo goed het slachtoffer van verbaal en fysiek geweld als ze iets doen of zeggen wat omstanders niet bevalt. Dat is het spreekwoordelijke korte lontje.

De agressie tegen journalisten en volksvertegenwoordigers hangt hier sterk mee samen. Het enige verschil is dat de woede geen uiting van richtingloze onvrede is maar duidelijk politiek gemotiveerd. Toch is hetzelfde soort agressieve persoonlijkheid steeds herkenbaar, waar deze zich ook manifesteert: bij een verkeersongeluk, een voetbalwedstrijd, de wachtkamer van de eerste hulp of een demonstratie. Hetzelfde type. Altijd.

Dit is geen kwestie van slechte opvoeding. We hebben te maken met een groeiend aantal mensen dat probeert met dreigen, schelden en geweld in de openbare ruimte hun zin door te drijven. Alleen of in vereniging. Zij doen een poging om de straat te veroveren. Dit is duidelijk zichtbaar rond demonstraties. Zij wensen te bepalen wie welkom is. Ze laten dat niet over aan de organisatie. En tegenwoordig ook bij manifestaties uit de linkse hoek. Zelfde toon, gelijksoortig grijpen naar microfoons, eenzelfde wegjagen.

Snedige opmerkingen of vriendelijke verzoeken helpen niet in de omgang met dit volk. En evenmin vertoon van officiële verontwaardiging in de media.

Zo is het negentig jaar terug in Berlijn ook begonnen. Politieke tinnengieters verzamelden driftig volk met een kort lontje om zich heen. Ze voedden deze verongelijkte ruziezoekers met samenzweringstheorieën, zij wezen vijanden aan. Zij gaven voedsel aan gevoelens van afgunst en rancune. Zo werden ze losgelaten op de straten van de Duitse hoofdstad. De erkende meester in het organiseren en opzwepen van dit soort straatschenders was dr. Joseph Goebbels.
Er leefde in die jaren een psychiater in Berlijn die veel schlemielen en sloebers in zijn praktijk kreeg. Zijn naam was Alfred Döblin. Op basis van zijn ervaringen in de spreekkamer construeerde hij Franz Biberkopf, de hoofdpersoon van zijn grote roman Berlin Alexanderplatz.

Biberkopf is in de kern goedhartig maar hij voelt zich – deels met reden – door het leven besodemieterd en verneukt. Dat wekt bij hem de nodige agressieve gevoelens op. Die worden op alles en iedereen geprojecteerd maar vooral op mensen die het naar zijn idee ten onrechte goed getroffen hebben. Zij kunnen kennis maken met zijn losse handjes. Aan een schamele boterham komt de voormalige metaalarbeider Biberkopf door met nazikrantjes te venten. Toch schetst Döblin hem en zijn milieu van de eerste tot de laatste bladzijde met compassie.

Berlin Alexanderplatz is een meesterwerk, dat zijn eerste druk beleefde in 1929 en de honderdste begin 1933 toen Hitler het tot brandstapel veroordeelde. De hufters die NOS-medewerkers de microfoon proberen te ontrukken, de vervolgers van Pieter Omtzigt, de amokmakers in de wachtkamer van het ziekenhuis, daarin valt steevast Franz Biberkopf te herkennen: dezelfde rancune, dezelfde haat, dezelfde drift, dezelfde intolerantie voor wie zich anders gedraagt of uit dan zij zelf.

Het begon klein in Berlijn maar ze veroverden de straat, eenvoudigweg omdat ze niet tijdig gestopt werden. Dat zien we in Nederland nu ook. Dit is het begin van een offensief. Als deze agressie onbeantwoord blijft, zal het aantal rekruten voor het leger der verongelijkten snel toenemen. Er worden door de aanzwellende coronacrisis Biberköpfe genoeg gekweekt. Wees paraat.

Burhan Qurbani, een Duits regisseur met een Afghaanse achtergrond, heeft Berlin Alexanderplatz opnieuw verfilmd. Het verhaal ontrolt zich in het hedendaagse Berlijn en de hoofdpersoon is niet Franz Biberkopf maar Francis, een illegale vluchteling uit Guinee-Bissau. Hier de trailer.

In 1931 al werd Berlin Alexanderplatz voor het eerst verfilmd met in de hoofdrol de beroemde acteur en filmster Heinrich George. Phil Jutzi deed de regie en Alfred Döblin schreef zelf mee aan het script. Schrik niet terug voor het Berlijns en bekijk de film in zijn geheel.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (91)