Laatste update 02 oktober 2020, 12:33
2.277
12

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Laat ons de coronawinter aangrijpen om echt door te denken over de toekomst

Onze levensindeling voelt als een strak en verroest keurslijf dat eerder bij Modern Times van Charlie Chaplin past dan bij het tweede decennium van de 21e eeuw

cc-foto: Christian Collins

De intelligente lockdown in de lente konden we nog afdoen als een korte pauze. De lange coronawinter die we nu tegemoet gaan laat zich niet zomaar wegrelativeren. Er is verwarring, onrust en onvrede, onenigheid en boosheid. Er leeft frustratie jegens een overheid die zich wekelijks, soms dagelijks, genoodzaakt voelt tactische veranderingen in de aanpak van de crisis aan te brengen, te manoeuvreren en zo micro-management bedrijft.

We voelen dat we ons voortbewegen op een hele smalle steile weg met een diepe afgrond. En we krijgen steeds meer de indruk dat de bestuurder – net als wij – de weg niet kent. Regeren is deze dagen vooral reageren. Er valt wellicht ook niet veel meer te verwachten van onze bestuurders bij deze ongekende en vreemdsoortige crisis.

Om de boel bij elkaar te kunnen houden en als samenleving niet twijfelend en ruziënd uit elkaar te vallen op deze duizelingwekkende weg, is er wel veel meer nodig dan een kundig chauffeur met goede reflexen. Ja, intensief micro-management is noodzakelijk, maar niet voldoende. We hebben ook een horizon van hoop nodig.

De zee van de tijd, die de onvermijdelijk op ons afkomende intelligente of nog rigidere lockdown gaat brengen, zouden we beter kunnen besteden dan alleen met z’n allen te malen over de weinig verheffende vraag “wat als ik, of mijn dierbaren, de volgende slachtoffers zijn?” Zeventien-en-half miljoen mensen hoeven ook niet met z’n allen in de dagelijkse talkshows welles-nietes over de aanpak van de crisis te spelen of het eigen Outbreak Management uit te gaan hangen. Liever niet.

Wij hebben nu wel de kans en tijd om te overpeinzen over de vraag waaruit elke romanschrijver zijn drive haalt: ‘what if?’ Elk goed verhaal begint bij de dag dat alles anders werd, waarmee een veelheid aan mogelijke verhalenlijnen in beweging wordt gebracht. Die dag is aangebroken. We hebben niet om deze crisis gevraagd, maar nu die er is zouden we de kans moeten grijpen en meer willen dan straks terugkeren naar normaal. We kunnen de kans grijpen om nieuwe verhalen te bedenken over de toekomst van ons land. Om daarmee deze beproeving beter te doorstaan. Maar ook omdat deze crisis kansen biedt om de veranderingen, die al lang nodig waren maar we steeds tegen aan bleven hikken, nu werkelijk door te voeren.

Corona blijft voorlopig hier, en naast vele pijn en zorgen, is het ook een gelegenheid om te herijken wat nu echt van waarde is voor onze samenleving. Om het goede te behouden maar ook de onnodige lasten van oude gewoontes van ons af te schudden.

Dit is mijn overtuiging en die is uit een heel wezenlijke ervaring geboren. Dit stuk is geschreven in de dagen dat een van mijn gezinsleden positief getest was en ons huishouden gedwongen was tot een tiendaagse quarantaine. Een van buiten afgedwongen bezinningsmoment, zo u wilt.

De huiselijke isolatie gaf mij nog meer ruimte om op afstand te zien hoe krampachtig wij ons in allerlei bochten wringen om met hele ingewikkelde regelingen en regeltjes “iets” in stand te houden. Wat dat iets is, is misschien het beste te omschrijven als de ‘consumptiecultuur’, met als resultaat een overstretched, overspannen samenleving, een ‘work hard. play hard’-mentaliteit. Ik noem het de hyper-individualistische, materialistische levensconditie van de laat-moderne mens.

Met hyper-individualistisch bedoel ik: het individu beschouwen als de maat der dingen en tegelijk het individu op zichzelf aangewezen laten zijn. Dat levert enigszins een bevrijding van groepsdruk op maar toch ook vooral een eenzame mens. Een samenleving waar ‘zorg goed voor jezelf!’ de eerste reactie is als we van een vriend horen dat het niet goed met hem gaat, voordat überhaupt de vraag komt of, en zo ja hoe, we eventueel iets voor diegene zouden kunnen betekenen.

Met materialistische mentaliteit bedoel ik: productiviteit en prestatie als waarde bepalend. Zowel maatschappelijke instituten als de mensen worden afgerekend op hun prestatie. In zo’n samenleving zijn oude mensen hoogstens een zorg voor de samenleving en nog vaker een last. Terwijl in pre-moderne samenlevingen wijsheid synoniem werd gesteld aan grijze baarden en witte vlechten. De rijping kreeg waarde toegekend.

In een samenleving als de onze, is niet alleen het verleden van mensen niet meer van waarde als ze daar niet aantoonbaar meer door kunnen presteren, ook plekken verliezen hun waarde zodra er vanuit die manier van denken geen publiek geld meer aan besteed wordt. De waarde van dergelijke plekken wordt immers niet afgemeten aan hun intrinsieke betekenis maar aan de vraag of mensen bereid zijn er voor te betalen.

Het is een samenleving zonder sacrale rust, waar troostbiedende ruimtes ontbreken. Waar de deuren van ideële en spirituele publieke ruimtes, de tempels en kerken, de synagogen en de moskeeën, of anderszins troost brengende plekken, vaker dicht zijn dan open, en zeker niet toegankelijk voor een ieder. Degenen die zich in vrijheid tot iets anders wil verhouden dan tot de waan van de dag, en niet aan duur betaalde pseudo-spiritualiteit willen doen zijn in feite dakloos. Tenzij je jezelf committeert aan de strakke groepsnormen en dogma’s van bepaalde geloofsgemeenschappen, ben je in onze samenleving spiritueel een wees.

Ik herinner mij als de dag van gisteren, toen ik twintig jaar terug in de miljoenenmetropool Bombay rondliep, hoe wonderbaarlijk vreemd en aangenaam het voelde om telkens te kunnen vluchten uit de duizelingwekkende kakofonie van deze megastad, een hindoetempel of een moskee in. Of onderdak voor mijn hart en ziel te vinden in een vuurheiligdom van Zoroasters of in een katholieke kerk. En dat zonder te hoeven te bewijzen dat ik tot een van deze geloofsgemeenschappen behoorde. De deuren stonden open, de hele dag, omdat dáár ook de bezielende voorzieningen als basisbehoefte van de mens erkend werden.

En tenslotte, met laat-moderne mens bedoel ik de mens die – terwijl er in technologisch en sociaal opzicht van alles in zijn leven veranderd is – nog op een paradoxale wijze trouw is gebleven aan het ritme en de ordeningen die de vroeg-industriële samenleving draaiend hielden: het kerngezin; de harde scheidslijn tussen thuis en werk; een maatschappij breed gedeeld en rigide dagritme, dat ook aan de kinderen opgedrongen wordt.

Onze levensindeling voelt als een strak en verroest keurslijf dat eerder bij Modern Times van Charlie Chaplin past dan bij het tweede decennium van de 21e eeuw. Terwijl we allang weten dat de echtelijke verbintenissen vaker tijdelijk dan eeuwig van aard zijn en dat we dus moeten investeren – door hoe we bouwen, hoe we sociale voorzieningen ordenen – in het vergroten van een aanvullend sociaal-emotioneel vangnet. Dat we de duurzaamheid van vriendenkringen, woongemeenschappen en urban tribes moeten gaan faciliteren.

Terwijl ons nu alle middelen voor thuiswerken ter beschikking staan zodat we niet dagelijks massaal en haastig hoeven pendelen naar de mierenhopen van onze kantoorparken, dat we ons niet in sick buildings opsluiten om daar het toeslaan van de volgende burn-out epidemie af te wachten. Terwijl we weten dat dankzij thuisonderwijs het niet meer noodzakelijk is om onze kinderen dag in dag uit in overvolle scholen aan overbelaste en overspannen leerkrachten toe te vertrouwen.

Wat nu als we dankzij corona inzien dat het einde van dit tijdperk in zicht komt? Wat nu als we niet op de rem gaan trappen, maar de tijd die de coronawinter ons gunt, besteden aan het doordenken van een waardiger toekomst? Dat geeft een horizon van hoop om het hier en nu te overleven, het brengt een schitterend licht over de donkere dagen.
Ja, what if?


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (12)