2.105
9

Oud-Kamervoorzitter

Frans Weisglas is oud-politicus en werd in mei 2002 namens de VVD gekozen tot Voorzitter van de Tweede Kamer. Tegenwoordig is hij actief als ambassadeur van Terre des Hommes, voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting Rijnlands Lyceum en als universitair gastdocent.

‘Laat onze minister-president zich niet vertonen in Sotsji’

'Bij iedere politieke ontmoeting met Poetin dient een Nederlandse minister over mensenrechten te spreken, maar juist niet op de sporttribunes van Sotsji'

Over een kleine twee weken beginnen de Olympische winterspelen in het Russische Sotsji. Dat wordt hopelijk een geweldig sportfestijn.
Vaak wordt gezegd dat politiek en sport gescheiden moeten zijn en blijven. Vooral van sporters is dat een zeer begrijpelijke opvatting.
Maar helaas is een dergelijke scheiding in Rusland niet mogelijk. Vanaf het eerste begin zag President Poetin Sotsji immers als een politiek prestigeproject. De winterspelen in zijn land moeten dienen ter meerdere eer en glorie van Rusland en moeten bijdragen aan een goede naam en imago van zijn land in de wereld. Daarmee is Sotsji naast een groot sportgebeuren ook een belangrijke politieke gebeurtenis. Terecht betreuren de sporters dat.

Tegen deze achtergrond is het van politiek belang welke delegatie landen – naast de belangrijkste delegatie: de sporters – naar Sotsji afvaardigen. Die delegatie geeft immers ook aan op welke wijze een land de slechte mensenrechtensituatie in Rusland tegemoet wil treden. De Verenigde Staten zijn een uiterste: zij sturen geen politici naar Sotsji en laten hun land bij de openingsceremonie vertegenwoordigen door openlijk homoseksuele sportsterren. Een zeer duidelijk gebaar.

Duidelijk teken van afkeuring
Een groot aantal andere belangrijke landen stuurt ook geen staatshoofd of premier naar Sotsji en wordt vertegenwoordigd op lager politiek niveau. Ook dat is een duidelijk teken van afkeuring van het Russische mensenrechtenbeleid.

De delegatie die door de Nederlandse regering wordt afgevaardigd steekt daarbij schril af. Staatshoofd, Koningin, Premier en Minister van Sport. Hoger kan het niet. Dat de Koning gaat, mede als ere-lid van het IOC, is te begrijpen. Dat hij, behalve door zijn vrouw, vergezeld wordt door de minister van Sport is ook begrijpelijk. Maar dat Nederland dan ook nog zijn hoogste politieke vertegenwoordiger, de minister-president, stuurt is – om het vriendelijk uit te drukken – te veel van het goede. Rutte had gewoon thuis moeten blijven. En als hij verstandig is, doet hij dat alsnog.

Vermaledijde homowetgeving
“Neen”, zegt de premier. Hij gaat juist naar Sotsji, om daar ook te kunnen spreken over het Russische mensenrechtenbeleid en in het bijzonder over de vermaledijde homowetgeving. Daarmee doet Rutte wat de sporters dus juist niet willen: het vermengen van sport en politiek.

Bij iedere politieke ontmoeting met Poetin dient een Nederlandse minister over mensenrechten te spreken, maar juist niet op de tribunes van Sotsji. Daar valt het effect van een dergelijk gesprek automatisch weg bij het mooie plaatje van Poetin en onze hoge delegatie, waar het Russische staatshoofd mooie sier mee wil maken.

Neen, nogmaals, laat onze minister-president zich niet vertonen in Sotsji. Net zoals vele van zijn collega’s in de wereld en ook Europa. Hij kan dan op 7 februari – samen met minister Bussemaker – de in Nederland te houden manifestatie van het COC bijwonen. Dat zou wel een krachtig signaalrichting Rusland zijn. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald!

Geef een reactie

Laatste reacties (9)