555
8

Hoofd communicatie Vogelbescherming

Kees de Pater (1958) begon al als jongetje met vogels kijken. Het duurde echter tot 2002 voor hij de liefde voor vogels tot zijn beroep kon maken bij Vogelbescherming. Voor die tijd was hij met onder andere een eigen bureau actief voor verschillende goede doelen op het gebied van mensenrechten, ontwikkelingssamenwerking en duurzame ontwikkeling. In de rol van hoofd Communicatie zet hij zich onder andere in om de situatie voor de vogels op het boerenland beter te maken.

Laat de Rode Lijst broedvogels de ogen openen

Laten we gezamenlijk van Nederland een ‘showcase’ maken en aantonen dat we ook in de huidige wereld op een verantwoorde manier de ruimte kunnen delen met natuur

Geen prachtig zacht gekoer meer van zomertortels op warme avonden in mei of juni. Toen ik in de jaren negentig van de vorige eeuw begon met het tellen van broedvogels in een gebied in Flevoland, zaten er nog drie paar van dat mooi duifje, dat ‘s winters in de Sahel verblijft. Ze zijn er niet meer. Op plekken in Twente waar ik als jongetje kwam, scharrelde volop patrijzen door kruidenrijk gras. Vele veldleeuweriken zongen onzichtbaar hoog in de lucht. Dat zijn nu zeldzaamheden.

broedvogels
cc-foto: Jac. Jansen

In slechts enkele decennia heb ik zo met eigen ogen kunnen aanschouwen dat eens algemene vogels in hoog tempo zijn weggevaagd. Dat proces vervat de donderdag 30 november uitgekomen nieuwe Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in harde getallen. Van de 197 Nederlandse broedvogels staan er maar liefst 87 op de Rode Lijst. Verdeeld over verschillende categorieën van ‘uitgestorven’ tot ‘kwetsbaar’. Dat is zo’n 44% van alle vogels die in ons land broeden!

Insecten het dagelijks brood
Na de alarmerende berichten over de achteruitgang van insecten was een overvolle Rode Lijst van broedvogels te verwachten. Insecten zijn voor veel vogels hun dagelijks brood. Hopelijk opent deze nieuwe Rode Lijst nu ook echt de ogen van bestuurlijk Nederland én de rest van de samenleving. De afgelopen decennia zien we een constante teruggang van veel soorten vogels. Op de vorige Rode Lijst in 2004 stonden 78 soorten, nu dus nog eens negen erbij.

Ondanks dat er beschermingsmaatregelen voor vogels zijn genomen, zijn er dus toch soorten bijgekomen. Waren de inspanningen dan nutteloos? Nee, want de achteruitgang had nog veel dramatischer kunnen uitpakken én er zijn ook soorten van de lijst afgehaald. Zo hebben maatregelen in natuurgebieden de situatie voor sommige soorten verbeterd. De purperreiger en de nachtzwaluw staan bijvoorbeeld niet meer op de lijst.

Maar over heel Nederland bekeken, is de natuurkwaliteit verder achteruit gekacheld. Vooral in het boerenland heeft de geïndustrialiseerde landbouw zijn tol geëist. De achteruitgang van boerenlandvogels is tekenend: patrijs en veldleeuwerik met meer dan 90 procent achteruit en grutto’s met ruim 60 procent. Niet alleen landbouw, ook infrastructurele werken, overbevissing, stadsuitbreidingen, dijken en dammen hebben een aandeel in de achteruitgang van het aantal vogels.

Dwangmatige groei
Onze dwangmatige gerichtheid op eenzijdige groei zorgt ervoor dat natuur en landschap het onderspit delven. De regels en maatregelen die deze dwangneurose moeten beteugelen, werken onvoldoende, ondanks hun prachtige ambtelijke namen, zoals ‘de Programmatische Aanpak Stikstof’ die de gigantische uitstoot van stikstof wat moet compenseren.

Ja, zulke regels hebben ertoe bijgedragen dat er niet nóg meer vogels op de Rode Lijst staan. Maar om te komen tot een echte omslag, moet er meer gebeuren. Nederland heeft een ander, gezonder groeimodel nodig. De natuurkwaliteit van onze leefomgeving moet daarbij voorop staan. Voor ons eigen welbevinden en voor de planten en dieren die bij ons land horen. Bij alle plannen en ontwikkelingen in landbouw, infrastructuur en stedenbouw moeten we onszelf daarvoor steeds deze vraag stellen: hoe dragen ze bij aan herstel van natuur en landschap?

Gierzwaluwen rond kantoorkolossen
Dat uitgangspunt effent het pad voor talloze andere en vernieuwende mogelijkheden. Neem bijvoorbeeld het IJsselmeergebied. Verbeteringen aan dijken voor de veiligheid kunnen goed samengaan met de aanleg van stukjes moeras en ondiep water, waardoor er meer natuurlijke oevers ontstaan. Goed voor vissen, vogels en recreanten. In de agrarische sector bewijzen moderne boeren dat je een gezond bedrijf kan hebben dat zich richt op natuurvriendelijke landbouw. Dus geen belastinggeld meer naar intensivering, maar alleen nog naar boeren die ook bijdragen aan een natuurrijk landschap. Een nieuw kantoorgebouw op de Amsterdamse Zuid-As? Ontwerp een gebouw met nestgelegenheid voor gierzwaluwen en vleermuizen én kies voor een groen dak.

Zo komen we tot een positieve benadering van natuurherstel. Nederland hoeft en kan niet terug naar het landschap van mijn jeugd. Dus kom uit de loopgraven, kies voor vernieuwing en dus ook voor een landschap waar duurzaam geboerd wordt. Rond de akkers scharrelen dan weer patrijzen, hebben grutto’s en tureluurs reële overlevingskansen in bloemrijke weilanden vol bijen en vlinders. En op naar een stad waar zomers gierzwaluwen rond kantoorkolossen hun spectaculaire luchtshows laten zien. Dat kan het natuurrijke Nederland van morgen zijn. Een lonkend perspectief.

Showcase voor de wereld
We kunnen er nu al mee beginnen. Iedereen kan wat doen. In de eigen achtertuin, op het eigen dak, bij een keuze voor producten in de supermarkt. Het nieuwe kabinet dat zich graag als ‘groenste ooit’ presenteert, kan deze ontwikkelingen daarbij aanzienlijk versnellen. Laten we gezamenlijk van Nederland een ‘showcase’ maken en aantonen dat we ook in de huidige wereld op een verantwoorde manier de ruimte kunnen delen met natuur.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)