1.764
12

Schrijfster, werkt met kindsoldaten

Ginny Mooy is schrijfster, antropologe, en grafisch ontwerper. Inmiddels woont en werkt Ginny ruim negen jaar in Sierra Leone, waar ze onderzoek doet naar de gevolgen van extreme geweldpleging, reïntegratie van (en de daarmee samenhangende positie van vrouwen) in de naoorlogse samenleving. Ginny volgt in Sierra Leone de lange termijn reïntegratie van voormalig kindsoldaten voor verder onderzoek.

Over haar eerste onderzoek schreef Ginny de roman 'De wil om te doden'. In April 2009 verscheen Ginny’s tweede boek 'Moordjongens'. Een boek voor jongeren vanaf 12 jaar, gebaseerd op waargebeurde verhalen en situaties.

Bekijk ook haar website www.ginnymooy.nl

Laat ze niet doodbloeden

Emotionele noodkreet aan minister Ploumen: help mijn familie!

Waar Ginny Mooy, die in Nederland verblijft maar in Sierra Leone woont, al maanden voor vreesde is gebeurd: de gevreesde ziekte heeft toegeslagen in het dorp waar haar familie verblijft. In een emotionele open brief aan minister Ploumen smeekt ze om hulp.

Hooggeachte mevrouw Ploumen,

Hartelijk dank voor uw antwoord op mijn vragen over uw beslissingen over hulpverlening aan de ebolalanden op uw Facebook pagina. Ik ben heel blij met een grotere bijdrage van Nederland aan de landen die door ebola getroffen zijn. Dat betekent niet alleen in professioneel opzicht veel voor mij, maar meer nog in persoonlijk opzicht. Ik schrijf u deze brief in twee hoedanigheden, als directeur van een stichting die zich inzet in de strijd tegen ebola, maar ook als mens, omdat ik persoonlijk getroffen ben door de ebola epidemie.

Mijn (schoon)familie woont in Sierra Leone, in Kailahun en Kenema, de gebieden die het hardst getroffen werden in dit land. De afgelopen maanden hebben zij hun dorp weten te beschermen tegen ebola. Ze waren goed op de hoogte, ze wisten hoe ze besmetting moesten voorkomen en met veel trots hielden zij hun dorpen en huizen ebolavrij.
Tot eergisteren.
De buurman van mijn schoonmoeder had een ziek familielid op bezoek, zodat hij de verzorging op zich kon nemen. Hij overtuigde de dorpelingen ervan dat het niet om ebola ging. En hij is een man met aanzien, niemand gaat daar tegenin. De zieke is inmiddels gestorven. Veel dorpelingen hebben de patiënt aangeraakt. Ze zijn nu in quarantaine, in afwachting van hun eigen lot.

De komende 21 dagen worden een zeer moeilijke tijd voor ons. We hopen met heel ons hart dat niemand besmet is geraakt met het virus. Maar als dat wel zo is, dan kunnen we helemaal niets doen. De klinieken zitten vol. Waar moeten ze naartoe? Niemand laat zijn familieleden eenzaam creperen. Ze zullen wel voor elkaar moeten zorgen, wat tot meer besmettingen zal leiden. We lopen het risico onze hele familie kwijt te raken aan ebola. Er is geen hulp. Ze staan er helemaal alleen voor.

Laat ze niet doodbloeden
Het is mooi dat er steeds meer landen bijdragen aan een oplossing, maar u ziet dat het in de praktijk maar weinig verschil maakt. Wie kan ons helpen dit acute probleem op te lossen?  We weten wat we nodig hebben, maar niemand lijkt het ons te kunnen bieden. We moeten door een grote muur van bureaucratie, van onbegrip en onzinnige hulpverlening. We kunnen nergens terecht met onze zieken, we kunnen nergens terecht met onze trauma’s. En de trauma’s zijn enorm.

Niemand durft zich te uiten uit angst dat hun zorgen misschien opgevat zouden kunnen worden als een reactie tegen de overheid. De angst voor de eigen leiders is enorm. Wij worden letterlijk in een hoek gedrukt.

De visie die men er wereldwijd over West-Afrika op na houdt, stigmatiseert enorm en maakt het probleem nog veel groter. Niemand lijkt te willen begrijpen dat voor elkaar willen zorgen heel menselijk is. Zou u uw eigen zieke kinderen zeggen zichzelf op te sluiten in een huis, of buiten in de bush te gaan liggen om eenzaam te sterven zodat zij maar niemand besmetten? In de praktijk doet niemand dat. Mensen kiezen er dan voor samen te sterven. Dat is geen cultuur, dat is geen traditie, maar een oerdrift die wij mensen allemaal in ons hebben. Of we nu uit Afrika komen, of uit Nederland. Als mijn eigen dochter getroffen zou worden door ebola, dan zou ik haar in mijn armen houden zolang ik kon. Niemand zou haar van me af kunnen nemen om in een plastic zak, anoniem in de grond te worden gestopt.

Dringend behoefte aan artsen
Van ons wordt het onmenselijke verwacht. Er zijn andere oplossingen. Oplossingen die meer empatisch zijn, die het lijden van de mensen centraal stellen. Want ebola mag dan wel een bedreiging zijn voor de hele wereld, wie staat daar bij stil als het hem persoonlijk overkomt? Als er genoeg ruimte zou zijn in de klinieken, als mensen goed zouden worden verzorgd, als familieleden bezoekrecht zouden hebben (zoals dat in sommige klinieken wel het geval is), als mensen hun eigen doden mogen begraven, dan zou het al een stuk minder moeilijk zijn.

Samen spelen kan niet
De ziekte treft voornamelijk vrouwen, en nu ook hun kinderen. Wij zouden ons moeten kunnen voorstellen waarom dat zo is. Vrouwen kunnen niet anders dan voor hun zieke familieleden zorgen. Ze kunnen er niet van weglopen. Dat kan niet met een griepje, dat kan niet met ebola. We hebben nu direct goede zorg nodig, voldoende bedden, hulp bij de verwerking van de trauma’s en begeleiding bij het rouwproces.

De gebieden in quarantaine krijgen een klein rantsoen, waar slechts een paar voedingsmiddelen in zitten. We maken ons daar grote zorgen over. Onze familie moet nu zorgen sterk te blijven om voldoende weerstand op te bouwen tegen de ziekte, mocht die hen toch treffen. Maar met wat rijst, wat ui, maggiblokjes en wat olie lukt dat niet.

De maatregelen die nodig zijn om anderen te beschermen, brengen hen juist extra in gevaar. Veel huishoudens zijn na een paar dagen door het rantsoen heen en lijden tijdens hun quarantainetijd honger. Eén van mijn neefjes is vijf, net zo oud als mijn dochter. Hij kwakkelde altijd al. Hoe houden we hem nu sterk?

Mensen die horen over deze omstandigheden, kiezen er vaak voor hun zieken niet te melden, omdat ze bang zijn dat ze zichzelf dan niet meer kunnen verzorgen. Het is allemaal zo logisch. Als we er nou voor konden zorgen dat mensen in quarantaine in ieder geval genoeg en voldoende voedzaam eten krijgen, dan hebben we een grote stap gemaakt. Maar er is niet genoeg voorraad voor handen en te weinig fondsen om aan de pakketten groenten, proteïnen en zeep (bijvoorbeeld) toe te voegen.

Machteloosheid overheerst
De talloze campagnes over persoonlijke hygiëne en de noodzaak van handenwassen zijn natuurlijk goed, maar voor de mensen die de grootste risico’s lopen op besmetting, is zeep niet eens binnen bereik. Ze zouden dat zelf kunnen kopen, als ze niet in quarantaine zouden verkeren. Dit is de praktijk, die niemand wil zien. Mensen die daadwerkelijk met ebola te maken krijgen en niet het geluk hebben dat ze in een goede kliniek terecht kunnen, zijn aan de goden overgeleverd.

Van het bedrag dat Nederland ter beschikking stelt, zou direct de juiste hulp geboden kunnen worden. Hulp die direct verschil maakt. Graag zou ik u in een persoonlijk gesprek uitleggen hoezeer het ons treft en wat we nodig hebben. We weten het zelf heel goed en ergens zouden we een keer de kans moeten krijgen om dat uit te leggen aan de beleidsmakers. Ik hoop dat u de eerste beleidsmaker zult zijn die zich wel wil verdiepen in de menselijke kant van de ebola-epidemie. Want het is niet de cultuur, het zijn niet de tradities, het is niet de veronderstelde ‘achterlijkheid’ van West-Afrikanen, maar het feit dat we mensen zijn waardoor ebola om zich heen blijft grijpen.

Ik hoop op uw positieve reactie,

Ginny Mooy
directeur Stichting Sierra Leone Ebola Campaign Team Holland | www.kickebola.org

Geef een reactie

Laatste reacties (12)