1.417
51

Expert in Europese Zaken. Oprichter van EUKNOWHOW.eu

Milos Labovic is Magister in Europawissenschaften (RWTH Aachen) en heeft een Master in European Studies (maastricht). Van 2007 tot 2009 adviseerde hij de Servische Regering over EU aangelegenheden. In 2012 was hij Finalist voor een DODS European Public Affairs Award. Op dit moment is hij belangenbehartiger in Brussel en de oprichter van EUKNOWHOW.EU. Auteur van "Brussel beinvloeden via Den Haag".

Laatste kans voor de EU: pleidooi voor monsterverbond tussen eurofielen en eurosceptici

Het vredesverdrag zou een eeuwenoude strijd tussen eurofielen en eurosceptici begraven en een betere deal voor heel Europa zijn

Het is een strijd van epische proporties. Eurofielen tegen europsceptici. Het doet denken aan de historische rivaliteit tussen Guelphs en Ghibellines, Capulet tegen Montagues, Perzen tegen Spartanen. Het probleem met deze strijd is dat niemand aan het winnen is.

Bovendien zit er een diep tragisch element in het plot. Eurosceptici en eurofielen willen in de kern hetzelfde; een goed functionerende Europese Unie. De enige manier om dit te bereiken is door een monsterverbond te smeden tussen eurofielen en eurosceptici. 
“Ik hou van Europa”, dit zijn niet de woorden van Sophie in het Veld of Guy Verhofstadt maar van Nigel Farage, uitgesproken tijdens een bijeenkomst in de Balie, Amsterdam. In een warm pleidooi probeerde de UKIP leider uit te leggen dat de Europese Unie totaal iets anders is dan Europa. En dat hij het bureaucratisch monster hekelt en niet zozeer Europa.

Hij is niet de enige die die boodschap verkondigt. De Nederlander Derk Jan Eppink staat in het telefoonboekje van menig eurofiel onder het kopje ‘euroscepticus’. Hijzelf zou zichzelf euro-realist noemen. In een onophoudelijk relaas bekritiseert Eppink de EU en al haar fouten. Eurofielen zouden hier lering uit moeten trekken. Op veel punten hebben mensen als Derk Jan Eppink en Nigel Farage namelijk gewoon gelijk. De Europese rekenkamer heeft al jaren niet afgetekend op de Europese uitgaven. Transparantie is enorm ver te zoeken in het EU besluitvormingsproces. En zolang niemand politieke verantwoordelijkheid af hoeft te leggen voor EU besluiten kan de EU zich geen democratie noemen. Alle argumenten van de pro-Europa partijen ten spijt.

Maar eurosceptici vertellen niet het hele verhaal. Niemand kan nog met droge ogen vertellen dat lidstaten de mondiale uitdagingen van vandaag aan kunnen. Voor zaken als klimaatverandering, migratie, energiezekerheid, concurreren met blokken zoals China en de VS en het bestrijden van terrorisme kan men allang niet meer uitgaan van de natiestaat. Ook de rest van de wereld is niet  meer geïnteresseerd in zakendoen met kleine Europese landen.

De VS hebben al aangegeven dat zij niet geinteresseerd zijn in een handelsverdrag met het Verenigd Koninkrijk, mocht laatstgenoemde uit de EU (en dus de TTIP onderhandelingen) stappen. Als lidstaten samenwerken op zulke grote thema’s dan kan men niet meer spreken van een economische unie. Dan praten wij over een politieke unie. En een politieke unie heeft democratische controle nodig in de vorm van een parlement en een rechterlijke macht. En dus komen wij toch weer uit op iets wat enigszins op een federale staat lijkt. 

Eurofielen valt minstens net zoveel te verwijten als eurosceptici. In de eerste plaats blijven zij fouten en misstanden van de Europese instellingen verdedigen omdat zij diep overtuigd zijn dat zij daarmee Europa an sich verdedigen. Kritiek op het EU budget wordt weggewimpeld door te goochelen met percentages; het is slechts 1 procent van het totale BNP van Europa zeggen zij dan. Dat het om een absoluut bedrag van duizend miljard gaat doet er niet toe.

Trots roepen eurofielen dat wij dankzij de EU sinds de Tweede Wereldoorlog vrede en veiligheid in Europa hebben. Kijk naar de Nobelprijs voor de vrede die Europa in ontvangst mocht nemen in 2012! Gemakshalve worden vreselijke oorlogen op de Balkan vergeten. Net zo kwalijk is dat eurofielen toelaten dat de Europese Unie het begrip Europa kaapt om er vervolgens een institutioneel, bureaucratisch verhaal van te maken.  

Op dit moment wordt in Brussel de laatste hand gelegd aan het Museum van de Europese geschiedenis. Hoewel een adviesraad op zogenaamd hoog niveau ervoor moet zorgen dat de inhoud en de verhaallijn academisch adequaat en relevant zijn (tekst van de website), weet ik nu al dat het een institutionele versie zal zijn van de Europese geschiedenis. Tenenkrommend. 

Wat zou er in vredesnaam in het Vredesverdrag van eurosceptici en eurofielen moeten staan? In de eerste plaats moeten we de ideologische discussie begraven. Eurofielen moeten hun Ever Closer Union opgeven, en eurosceptici moeten staken met het nastreven van een puur economische unie. Nadat de ideologische impasse is doorbroken kunnen eurofielen en eurosceptici een hele rits aan pragmatische afspraken maken. Een kleiner EU budget is voor eurofielen onbespreekbaar, maar niet als ze er een flexibeler en simpeler budget voor terugkrijgen, zonder rariteiten zoals kortingen voor bepaalde landen. Voor eurosceptici is afdracht van soevereiniteit onbespreekbaar. Maar als afdracht van soevereiniteit op een beperkt aantal onderwerpen plaatsvindt dan kunnen we ook een hele rits aan onzin beleidsvelden terughalen naar de lidstaten. Een gekozen president van de Europese Commissie klinkt als een droom van eurofielen, maar dan moeten eurosceptici wel in staat kunnen zijn om diezelfde president af te zetten. Het vredesverdrag zou uiteindelijk niet alleen een eeuwenoude strijd tussen eurofielen en eurosceptici begraven, maar uiteindelijk een betere deal voor heel Europa zijn.   
Dit is een tweede in de reeks ‘Laatste kans voor de EU’ die Milos Labovic exclusief voor Joop.NL schrijft 

Geef een reactie

Laatste reacties (51)