3.522
30

voorzitter Algemene Onderwijsbond

Langer doorwerken maakt onderwijs duur

Het kabinet zou de meerkosten moeten bijpassen

Vandaag verscheen het Rekenkamer-onderzoek naar de financiering van het voortgezet onderwijs. Hebben scholen genoeg geld om kwalitatief goed onderwijs te geven? AOb-voorzitter Walter Dresscher signaleert een belangrijk knelpunt. Nu oudere docenten massaal langer doorwerken, zoals de politiek ook wil, zijn de loonkosten fors gestegen. Die meerkosten moet het kabinet bijpassen.

Onderwijspersoneel werkt massaal langer door. Sinds 2007 is de gemiddelde pensioenleeftijd opgeschoven van 60 jaar naar ruim 63 nu. Wanneer we naar de toekomst kijken zal dat door het opschuiven van de aow-leeftijd vermoedelijk verder stijgen richting 67 jaar. Een koers die achtereenvolgende kabinetten hebben ingezet, langer doorwerken was nodig om ons welvaartsniveau bij een krimpende bevolking overeind te houden. Maar de beleidsmakers hebben voor het gemak de desastreuze  neveneffecten voor arbeidsmarkt en onderwijsbeleid vergeten.

Het is een simpele rekensom. Wanneer een schoolbestuur een gepensioneerde uitzwaait en een starter aanneemt, scheelt dat tussen de 1000 en 2000 euro per maand. Omdat de pensioenleeftijd razendsnel opschuift door het overheidsbeleid, zit de schooldeur dicht voor starters.

Nu oudere leraren massaal voor de klas blijven staan, is er voorlopig minder plek voor starters. Jongeren van de pabo en de lerarenopleidingen voortgezet onderwijs was bij de start van hun opleiding voorgespiegeld dat ze de banen voor het uitkiezen hadden. Dat leek toen ook zo. Maar doordat de zestigers zoals bedoeld langer doorwerken, is er veel minder plaats dan gedacht.

We zien dat terug in werkloosheidscijfers voor jong onderwijspersoneel. En kijken we vooruit dan zal dat nog even aanhouden totdat de pensioenleeftijd rond de 67 is gestabiliseerd. Van dat o zo gewenste doorwerkbeleid zijn jongeren het kind van de rekening.

Maar niet alleen de arbeidsmarkt gaat op slot. Schoolbestuurders hadden in hun meerjarenplannen rekening gehouden met vergroening. En dat scheelt nogal. Wanneer een ervaren juf uit het basisonderwijs vertrekt en plaats maakt voor een starter, scheelt dat ongeveer duizend euro per maand. In het voortgezet onderwijs en het mbo kan dat oplopend tot tweeduizend euro per maand.

De uitruil van jong voor oud is niet het enige financiële effect. De afspraak dat jongeren sneller konden doorstromen naar hogere salarisschalen is gemaakt op basis van prognoses met minder ouder personeel. Het noodzakelijke budget voor ouderenregelingen ligt hoger omdat meer ouderen substantieel langer doorwerken. Met het langer doorwerken stijgen de gemiddelde personeelslasten fors en zit het schoolbestuur met een gat in de begroting.

Ook daar hebben we de afgelopen jaren vervelende neveneffecten van gezien. Door het uitblijven van de verjonging van het personeelsbestand zijn schoolbesturen gaan snijden in de personeelsuitgaven. In het basisonderwijs en mbo is het aantal banen harder gezakt dan de daling van het leerlingenaantal rechtvaardigt. In het voortgezet onderwijs is het helemaal bizar: daar stijgt het aantal jongeren maar daalt het aantal personeelsleden. Vollere klassen en meer werkdruk zijn het gevolg. Zo wordt langer doorwerken voor de overheid een bezuiniging, maar ontpopt het zich voor scholen als een kostenpost.

Een grotere verantwoordelijkheid voor deze ontwikkeling ligt bij de overheid. De keuze voor doorwerken tot 67 is misschien verdedigbaar, maar de politiek kan de ogen niet sluiten voor de overgangsproblemen die tot 2021 voortduren. Grote werkloosheid bij starters en knellende budgetten op scholen. Dat vraagt om een antwoord in de komende begroting. Red de werkgelegenheid voor starters. Pas geld bij voor de kostenverhogende effecten van het langer doorwerken.

Gemiddelde pensioenleeftijd ligt in het onderwijs steeds later:

2007 60
2009 61,5 
2011 63 
2015 65*
2018 66*
2021 67*
*= verwachting op basis overheidsbeleid latere aow-leeftijd

Geef een reactie

Laatste reacties (30)