441
4

Journalist/publicist

Sjors Bos (1978) is publicist en journalist. Hij schrijft onder meer over nationale en internationale politiek en is vooral geïnteresseerd in het politieke proces en welke rol communicatie daarin speelt.

Laten we dit jaar het lijsttrekkersdebat overslaan

Het lijsttrekkersdebat is niets anders dan politiek in hapklare blokken, met pakkende oneliners

In de aanloop naar de verkiezingen worden we overspoeld met lijsttrekkersdebatten. Maar geven deze debatten wel een goed idee van waar een partij voor staat? Een pleidooi om deze hanengevechten dit jaar maar eens over te slaan.

Het lijsttrekkersdebat wordt algemeen gezien als een toegankelijke manier om de kiezer te informeren over de standpunten van politieke partijen. Het recept is eenvoudig: men legt enkele lijsttrekkers in een bedje van stellingen, marineer deze vervolgens in geldingsdrang. Serveer dit met een open microfoon en een draaiende camera. Voeg vervolgens naar smaak een presentator toe.

Het resultaat is voorspelbaar. Hoge kijkcijfers, trending topic op Twitter (haha in de Verenigde Staten vraagt men zich af wat een #JolandeSap is). De volgende avond geven Felix Rottenberg, Maurice de Hond en Jan Mulder een uitgebreide analyse tijdens De Wereld Draait Door. Een oud-politicus, een opiniepeiler en een voetbalanalist leggen uit wie het debat heeft gewonnen en waarom. Politiek is blijkbaar verworden tot een jurysport.

Maar helpt een lijsttrekkersdebat ons daadwerkelijk een weloverwogen keus te maken? Dat is de vraag. Hoewel er door het live uit te zenden de indruk wordt gewekt dat er van alles kan gebeuren, is een televisiedebat ook maar gewoon een televisie-format. Alles gebeurt volgens een script. De redactie bepaalt de thema’s (al dan niet in overleg met de partijen) en wie er tegen wie debatteert.  Een soort Idols voor politici dus. Politiek in hapklare blokken: met pakkende oneliners dus.

En de lijsttrekkers, die zijn vaak als verliefde tienermeisjes. Ze willen te graag en dat maakt ze onaantrekkelijk. Sinds Pim Fortuyn weten politici dat scherp zijn gecombineerd met een portie (vileine) humor werkt. Daarom doen veel lijsttrekkers in de debatten scherp en grappig. Tussen scherp en grappig doen en scherp en grappig zijn, zit echter een wereld van verschil. De scherpte is vaak het probleem niet.

Er is bovendien niets zo ongemakkelijk om naar te kijken naar iemand die geforceerd grappig probeert te doen, of een grap die gewoon niet aankomt. Bovendien, de grappen in televisie-debatten zijn vaak of jij-bakken (scoren over de rug van een ander) of specifieke Tweede Kamerhumor die je alleen begrijpt als je regelmatig in de Haagse kaasstolp vertoeft. De grap met zelfspot ontbreekt vaak in dit soort debatten. Iets waar Fortuyn (naast ordinair jennen) een meester in was.

Het is ook niet eenvoudig, grappig zijn op commando. Ik heb zelf, heel lang geleden eens op het open podium in Toomler gestaan. Daar merk je genadeloos dat grappig doen en grappig zijn, twee compleet verschillende dingen zijn. De seconde dat je je realiseert dat je grap eigenlijk geen grap is, lijkt eindeloos. Op het open podium in een comedy club kun je als het niet werkt van het toneel afstappen. Een lijsttrekker in een televisiedebat kent die luxe niet.

En de lijsttrekkers, die zijn na het befaamde debat in 2002 met Pim Fortuyn en Ad Melkert, bang. Bang om af te gaan, bang om zich geen houding weten te geven of om op het moment suprème de oneliner te vergeten. Uit angst om te verliezen grappen en grommen ze om het hardst naar elkaar. Wie het hardste blaft en de meeste grappen maakt wint het debat, dat is het idee.

Lijsttrekkers schreeuwen harder tegen elkaar dan strikt noodzakelijk is. Het debat polariseert hierdoor onnodig. Je kunt je afvragen of zo’n debat dan wel een eerlijk beeld geeft van de visie en plannen van een politieke partij. Politici zijn er bovendien vaak niet zichzelf. Een uitspraak in een televisiedebat is toch vaak als het gemiddelde songfestivalnummer: de uitspraken zijn bedoeld voor korte termijnwinst. Een jaar later is iedereen ze weer vergeten.

Lijsttrekkersdebatten zijn bovendien vaak zo voorspelbaar als een aflevering van The A-Team. De gedoogpartijen zullen elkaar de schuld geven van de val van het kabinet, de Kunduz-coalitie zal demonstratief over zijn eigen schaduw blijven  stappen en Roemer zal de zachte Brabantse kermisbeer gaan uithangen. Alles wat je in zo’n debat hoort heb je al een keer eerder en beter gehoord.

In de aanloop naar de verkiezingen krijgen de lijsttrekkers voldoende podia om hun verkiezingsprogramma de wereld in te sturen. Een één-op-één interview met een lijsttrekker, vertelt mijns inziens veel meer over de visie en plannen van een politieke partij en zijn kopman dan een debat waar in het versnipperde politieke landschap in Nederland toch al gauw acht partijen mee aan moeten doen. Elke partij is vandaag de dag een potentiële regeringspartij. Dat is niet te doen.

Ik pleit ervoor dit jaar de lijsttrekkersdebatten over te slaan. Een lijsttrekkersdebat is een hanengevecht. Man tegen man. En zo’n debat kun je alleen maar winnen door tegenstellingen uit te vergroten. Het format wekt bovendien de onterechte indruk dat de winnaar er met de buit vandoor gaat. Maar we leven in Nederland nu eenmaal niet in een the winner takes it all-democratie zoals in de Verenigde Staten of Frankrijk.

Straks na de verkiezingen moet er wel een coalitie worden gevormd tussen drie of meer partijen. Lijsttrekkersdebatten polariseren onnodig. Want het staat nu al vast dat er tijdens de formatie weer partijen over hun eigen schaduw zullen moeten stappen. Het is daarom zaak er voor te zorgen dat die schaduw niet te groot wordt. Zo voorkom je dat partijen een spagaat moeten maken om er overheen te stappen. VVD, CDA en PVV hebben in 2010 laten zien waar dit soort spagaten toe kan leiden: een ongeloofwaardige plakbandcoalitie.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)