1.098
8

Schrijver

Hassan Bahara (1978) werd geboren in Teroua n'Ait Izou (Marokko). Hij is columnist bij NRC en criticus bij de Groene Amsterdammer en schrijver van de roman Een verhaal uit de stad Damsko.
Bahara publiceerde in de Volkskrant, het NRC Handelsblad, Vrij Nederland en Contrast Magazine.

Leg de kifpijp weg

In Nederland is de Berbercultuur vrijwel non-existent.

Maar wat goed en waardevol is aan de Berbercultuur, dat mag wat mij betreft tot in de eeuwigheid blijven bestaan. Het herontdekken van Mohamed Mrabet is een eerste aanzet daartoe. Nu is het aan andere Berbers, activist of niet, om op zoek te gaan naar de andere essentiële en universele waarden van de Berbercultuur. Schuif de kifpijp en de jengelmuziek maar even terzijde, want die zijn toch ten dode opgeschreven.

Onlangs verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam de roman Manaraf van de analfabete Riffijnse verhalenverteller Mohamed Mrabet. Om uit te kunnen leggen wat voor een wonderlijke figuur Mrabet is, heb ik meer tekst nodig dan u geduld heeft, dus voor meer informatie over hem verwijs ik u vriendelijk door naar zijn Wikipediapagina.

Het voorwoord van Manaraf is geschreven door Asis Aynan, de Nederlandse ontdekker van Mrabet. In het voorwoord probeert Aynan het oeuvre van Mrabet te duiden en legt hij een link tussen Mrabets werk en de Marokkaanse Berbercultuur. Het toekomstperspectief dat Aynan schetst van de Berbercultuur is weinig rooskleurig: “Zolang de oppermachtige (Marokkaanse, HB) koninklijke familie en het staatsapparaat het streven naar een kunstmatig Arabië niet opgeven en de Berberidentiteit slechts als folklore blijven zien, is de teloorgang van de Marokkaanse Berbercultuur onafwendbaar.”

Er valt heel wat af te dingen op die stelling. Ten eerste is het nog maar de vraag of het alleen aan het Marokkaanse koningshuis en staatsapparaat te wijten is dat de Berbercultuur marginaliseert. Globalisering en economische malaise die gemeenschappen zowel financieel als geestelijk ontwricht, zijn daar evengoed debet aan. Ook het populaire islamisme dat zich een krachtig, en vaak enig protest betoont tegen de corrupte Arabische regimes, heeft de Berbercultuur ondermijnd. In mijn geboortestreek is een folkloristische traditie zoals ahidous (een dans en zangspel, bedoeld als ritueel waarbij dorpsjongens en meisjes elkaar het hof kunnen maken) aan het verdwijnen doordat jonge streekgenoten, die in aanraking zijn gekomen met het politiek islamisme, zich daar fel tegen uitspreken, want onzedig en haram.

In Nederland is de Berbercultuur ook vrijwel non-existent. Er worden geregeld concerten gegeven waar populaire Berberartiesten optreden, en eens in de zoveel tijd wordt er een literaire lezing gehouden in een of ander gehucht waarop een handjevol usual suspects afkomt. Maar een levende cultuur, in de zin dat het grote groepen mensen geestelijk voedt, is het daarmee nog lang niet. Het is eerder een cultuur die aan het infuus ligt en kunstmatig in leven wordt gehouden door subsidiënten en jongeren die graag willen dansen op willekeurig welke jengelmuziek dan ook.

De Berbercultuur alhier kende een kortstondige opleving toen de AEL in Nederland opkwam. Om opportunistische redenen werd de Marokkaan destijds in de politiek en in de media herontdekt als de Berber. Zelfs een onnozelaar als Eddy Terstal werd fan van de Berbers, want dat waren tenminste geen Arabieren, want Arabieren hadden de islam uitgevonden etc. etc. Een erg lang bestaan was die opleving niet gegund. Met het verdwijnen van de AEL, verdwenen ook de Berberactivisten. Soms komen ze nog samen om te zwelgen in nostalgie. Krampachtig houden ze vast aan folkloristische uitingen die allang ten dode zijn opgeschreven. Fijn voor je dat je ouders vroeger in hun geboortedorp kif rookten en op een snareninstrument tokkelden, maar word wakker gast, je leeft al je hele leven in het regenachtige Utrecht!

Dat de Berbercultuur in zijn folkloristische verschijningsvorm ook in Nederland ten dode is opgeschreven, staat wat mij betreft buiten kijf. Het is ook niet iets om lang over te treuren. De meeste autochtone Nederlandse meisjes zijn ook vast blij dat ze er niet meer bij hoeven te lopen als een Zeeuws meisje.

Wat wel jammer zou zijn, is als het kind met het badwater wordt weggegooid. Uit die Berbercultuur zijn enkele waarden te destilleren die de moeite van het behouden meer dan waard zijn. Ze zijn nog altijd geldig en kunnen zeer van pas zijn voor een gemeenschap die massaal in een identiteitscrisis lijkt te verkeren. Het bij de Riffijnen zeer bekende begrip touiza is een van die waarden die in ere gehouden moet worden. Ook kunnen er uit de Berbercultuur lessen getrokken worden die de notie van tolerantie en verdraagzaamheid kunnen versterken. De Berbercultuur is bovendien vruchtbare bodem voor ideeën over de man – vrouwverhoudingen binnen de Marokkaanse gemeenschap. Het recht op inspraak en discussie zijn waarden die eeuwenoud zijn bij de Berbers.

De Berbers zijn geen heiligen. Ze hebben niet altijd geleefd of gehandeld naar de bovengenoemde waarden. De Berbercultuur bevat ook elementen die juist niet de moeite van het behouden waard zijn, zoals het historisch begrijpelijke, maar ook onproductieve wantrouwen jegens autoriteiten. Ook het vermoeiende machismo mag verdwijnen.

Maar wat goed en waardevol is aan de Berbercultuur, dat mag wat mij betreft tot in de eeuwigheid blijven bestaan. Het herontdekken van Mohamed Mrabet is een eerste aanzet daartoe. Nu is het aan andere Berbers, activist of niet, om op zoek te gaan naar de andere essentiële en universele waarden van de Berbercultuur. Schuif de kifpijp en de jengelmuziek maar even terzijde, want die zijn toch ten dode opgeschreven.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)