1.595
24

live bij De Gids FM op Radio 1

Leg ethiek vast in de belastingwet

Belastingprofiteurs moet je niet alleen pakken op de regels maar ook op hun motieven

Duurbetaalde belastingadviseurs zoeken voor hun klanten voortdurend naar mazen in de wet. Het dichten van die gaten is dweilen met de kraan open. Leg daarom de ethiek van belasting betalen vast in de wet, zoals ook veilig weggebruik in de wet is vastgelegd. Dat maakt het makkelijker overtreders aan te pakken, betoogt Richard Happé, emeritus hoogleraar belastingrecht, in onderstaande bijdrage. Hij gaat er bij De Gids FM over in debat met Henk Koller, voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB).

Luister en kijk live naar het debat donderdag 26 mei om 11:45 bij De Gids FM op Radio 1

HOOG TIJD VOOR ETHIEK IN HET BELASTINGRECHT
Geen enkele geordende samenleving kan zonder belastingheffing. Vanuit een ethisch perspectief mag van iedere burger verwacht worden dat hij zijn billijke bijdrage, zijn fair share, bijdraagt aan de samenleving. Omdat het een fact of life is dat niet iedereen dat op vrijwillige basis doet, is er belastingwetgeving nodig.

Naast de plicht om een fair share bij te dragen betekent dit dat de burger ook een tweede plicht heeft, namelijk om de wetgeving na te komen. Hoewel de meeste belastingplichtigen een positieve motivatie hebben om hun bijdrage te leveren, is er ook een groep die belastingen vooral als een kostenpost ziet, die zo laag mogelijk moet worden gehouden. Over deze laatste groep wil ik graag het volgende kwijt.

De afgelopen decennia heeft de belastingwereld een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Vier kenmerken vallen daarbij op. Allereerst is er sprake van zeer complexe wetgeving. Hand in hand hiermee gaat een tweede kenmerk: vergaande specialisering. Fiscale professionals zijn specialisten. Geen enkele fiscalist overziet nog het gehele belastingrecht.

In de derde plaats is het belastingrecht zeer technisch geworden. Vooral in de agressieve adviespraktijk wordt het belastingrecht als een ‘Delftse’ wetenschap bedreven. Het misstaat niet om van tax engineering, te spreken. De geavanceerde belastingadviseurs onderzoeken voortdurend de belastingregels op loopholes ten einde de belasting te minimaliseren. Nog vers in het geheugen ligt de media-aandacht voor bedrijven als Ziggo, Hema en PCM die in het nieuws kwamen omdat zij ‘via fiscale handigheidjes amper belasting (afdroegen) aan de staat.’

Het vierde kenmerk hangt met de vorige samen: de commercialisering van het belastingrecht. Tax planning is big business geworden.

Ik vind dat belastingplichtigen die uitsluitend het eigenbelang als richtsnoer hanteren, zich als free riders gedragen. Zij negeren de geest van de wet, dat wil zeggen: zij zijn voortdurend erop uit om fiscale constructies toe te passen die de wetgever, ware hij daarvan bij het opstellen van de wet op de hoogte geweest, door aanpassing van de wet zou hebben verhinderd. Voor deze belastingplichtigen en hun adviseurs is het gat in de wet tevens het gat in de markt.

Loopholes in de wet leiden tot een reactie van de wetgever. Reparatiewetgeving is het antwoord. Maar in plaats van beëindiging van de belastingontwijking, lokt nieuwe wetgeving vrijwel steeds weer nieuwe ontwijkingsconstructies uit. Er is sprake van een vicieuze cirkel van ontwijking en reparatie.

Ik constateer dat deze vicieuze cirkel mede in stand wordt gehouden door de aard van de (reparatie)wetgeving. Belastingwetgeving bestaat vrijwel steeds uit gedetailleerde regels. Juist deze regels leveren aanknopingspunten voor het ontwerpen van constructies.

Uitleg van de bepaling naar haar letterlijke betekenis onder verwaarlozing van doel en strekking van de wet is het eerste element van de techniek van het ontwerpen van constructies. Het tweede element is de koppeling van verschillende gedetailleerde regels op een wijze die doorgaans niet door de wetgever was te voorzien. Steeds weer opnieuw verschaffen wettelijke regels het materiaal voor agressieve ontwijkingsconstructies.

Deze vicieuze cirkel moet worden doorbroken. Er moet een einde komen aan het steeds opnieuw introduceren van antimisbruikregels die op hun beurt weer worden ontweken. In plaats van gedetailleerde regels dient de wetgever rechtsbeginselen te codificeren. Rechtsbeginselen bevatten geen loopholes. Bovendien geven rechtsbeginselen een directe duidelijkheid, rechtszekerheid, over wat de wetgever ermee voor ogen heeft.

Een aansprekend voorbeeld uit een ander rechtsgebied is het gevaarzettingsverbod van art. 5 Wegenverkeerswet: men mag zich niet zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt. Hoe verhoudt dit beginsel zich tot de specifieke regel dat men op sommige snelwegen 130 km per uur mag rijden? Het gevaarzettingsverbod troeft onder omstandigheden deze regel af. Voor iedereen is direct duidelijk op een concreet niveau dat bij zware mist of sneeuwval de maximumsnelheid beduidend lager ligt. Op vergelijkbare wijze dienen ook in het belastingrecht rechtsbeginselen geïntroduceerd te worden.

Ook vanuit een ethische invalshoek betekent een beginsel-benadering een stap voorwaarts. Het maakt het fiscale free-riders een stuk lastiger de belasting te ontwijken. Het vervangt tot op zekere hoogte de eigen keuze van de belastingplichtige hoe met het recht om te gaan door de keuze van de wetgever die daartoe beginselen in de wet vastlegt. Deze benadering draagt daarmee ook substantieel bij aan de legitimiteit en de kwaliteit van de belastingwetgeving.

Richard Happé, emeritus hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit van Tilburg

Geef een reactie

Laatste reacties (24)