1.865
74

Socioloog

Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Sinds januari 2011 doet hij als promovendus onderzoek naar populisme en culturele studies bij de Universiteit van Tilburg. Hij was gastredacteur van de 20e editie van het tijdschrift Open, de Populistische Verbeelding. Hij schrijft regelmatig voor boeken, bladen en tijdschriften, over stadsontwikkeling, kunst, politiek, filosofie en wat dies al niet meer zij.

De ‘leuke dingen’ van Dijssel­bloem

De PvdA heeft de rechtse visie op de economie omarmd en vervolgens gedepolitiseerd

Foto: ANP

Dijsselbloem gaf deze week een interview voor het Financieel Dagblad. Het is bovenal interessant omdat er nog steeds niet het begin van een analyse ligt van de dramatische verkiezingsuitslag. Daardoor is voorlopig nog een beetje gissen naar de nieuwe lijn van de partijtop aan de hand van dit soort interviews. Dijsselbloem gelooft nog steeds dat de PvdA weinig verkeerd heeft gedaan, wat lijkt te impliceren dat er geen koersverandering op til is:

Ik vind nog steeds dat wat we gedaan hebben, noodzakelijk was. Verantwoord en goed voor Nederland. Maar we zijn er als PvdA in tekortgeschoten dat we onze achterban er niet in hebben kunnen meenemen. Die zijn we ergens kwijtgeraakt.

We hebben het niet goed gecommuniceerd. Het is de aloude lijn van politici die weigeren het eigen beleid ter discussie te stellen. Daarnaast vond ik vooral deze alinea opvallend:

Dijsselbloem zegt te hopen dat een volgende regering niet alleen aan de slag gaat met leuke dingen. Het houdbaarheidsoverschot dat laat zien of de verzorgingsstaat op lange termijn betaalbaar blijft, komt in 2021 uit op €3,5 mrd. Een kabinet heeft volgens Dijsselbloem eerder tot taak om dat te vergroten dan om het te besteden. ‘Pas als je dat doet, mag je ook een deel daarvan inzetten voor leuke dingen.

Hier zien we een aanname die typisch is voor de sociaal-liberale lijn van de partijtop. Overheidsbestedingen zijn ‘leuke dingen’, extraatjes die alleen legitiem zijn in tijden van overvloed. Deze sociaal-liberale visie op de economie werd pregnant verwoord door PvdA-econoom Rick van der Ploeg in zijn oratie uit het begin van de jaren negentig:

Veel beleidsmaatregelen zijn goedbedoeld en pogen de positie van de zwakkeren te verbeteren. Helaas wordt vaak over het hoofd gezien dat dergelijke maatregelen een efficiënte werking van de markt verstoren. Aan het ethisch principe van rechtvaardigheid zit nu eenmaal een prijskaartje. […] Het gebruiken van verstorende belastingen voor een betere verdeling van de welvaart leidt onvermijdelijk tot efficiëntieverliezen en een lagere totale welvaart. […] Sociale maatregelen die de koek eerlijker proberen te verdelen, zoals een werkloosheidsuitkering, leiden in de praktijk dus bijna altijd tot een kleinere nationale koek. […] Voor politici met linkse preferenties zal de doelstelling van eerlijk delen doorslaggevend zijn, terwijl bij rechtse politici efficiëntieoverwegingen zwaarder zullen wegen. Men moet zich goed realiseren dat bijna altijd tussen deze twee doelstellingen gekozen moet worden.[/su_Quote]

Efficiëntie en sociale rechtvaardigheid worden hier voorgesteld als een zero-sum game. Onder verwijzing naar Chicago School economen als Milton Friedman neemt Rick van der Ploeg aan dat er zowat geen hefboomeffect optreedt bij overheidsuitgaven. In andere woorden: geld dat door de overheid wordt uitgegeven heeft geen extra stimulerend effect als de ontvanger het op zijn beurt weer uitgeeft.

Sociale voorzieningen en herverdeling leiden daardoor altijd tot een kleiner nationaal inkomen. Sociaaldemocratisch beleid is alleen mogelijk als extraatje, als neoliberale efficiëntie het mogelijk maakt sociaaldemocratische luxe te financieren. Dat is de opvatting die de PvdA-top omarmde in de jaren negentig als onderdeel van de Derde Weg. Het is niet neoliberalisme tout court maar met een rood randje.

Deze ideologische vooraanname fungeert als fundamentele rem op sociaaldemocratisch beleid. Het plaatst de linkse politiek op een structurele achterstand ten opzichte van rechts, de partij van de efficiëntie. Dergelijke visies worden bijna nimmer als zodanig bediscussieerd of benoemd in de Nederlandse politiek. De PvdA heeft deze rechtse visie op de economie omarmd en vervolgens gedepolitiseerd. De economie is overgelaten aan technocraten, opgeleid met dezelfde marktgerichte visie als Van der Ploeg, en is zo buiten het democratische debat geplaatst.

Er zijn veel economen die Van der Ploegs stelling verwerpen. De eens zo dominante marktgerichte visie is steeds meer onderwerp van debat binnen de economische wetenschap. Zo gaat het post-keynesiaanse kamp (economen als Stiglitz, Krugman en Wilkinson) ervan uit dat herverdeling in sommige gevallen juist efficiënter is. Arme mensen geven meer van hun geld uit dan rijke mensen, wat goed is voor de economie. Ongelijkheid heeft allerlei schadelijke neveneffecten op de maatschappij. Verder zijn overheidsinvesteringen in onderwijs en infrastructuur op lange termijn renderend en moeten ze niet tot de ‘leuke dingen’ worden gerekend.

Verder stelt recent IMF-onderzoek dat het hefboomeffect in tijden van crisis veel groter is dan tot nu toe gedacht, en dat daarom snijden in overheidsuitgaven tijdens een crisis contraproductief is. Daar kan Dijsselbloem misschien ook iets van opsteken als hij zijn beleid van de afgelopen jaren evalueert.

Als de PvdA weer wil terugkeren naar de sociaaldemocratische koers die ze in de jaren negentig verlaten heeft, dan zal zij een kritisch licht moeten werpen op de economische aannames waarop zij haar ideeën de afgelopen vijfentwintig jaar gestoeld heeft. Dan is het nodig om het debat over de economie weer te politiseren om het zo onderwerp te maken van democratische politiek.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Merijn Oudenampsen


Laatste publicatie van MerijnOudenampsen

  • boek merijn

    De conservatieve revolte

    Een ideeëngeschiedenis van de Fortuyn-opstand

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (74)