1.753
48

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Liberascisme misschien?

De synoniemen voor 'liberaal' die in onze woordenboeken staan - vrijzinnig, gul, genereus, tolerant enz. - zijn op de liberaal van vandaag niet meer van toepassing. 

What’s in a name? Het woord liberalisme is niet geschikt voor de politieke stroming die er zich door laat aanduiden. Het is hoogste tijd dat we voor deze stroming een andere naam vinden.

In het collectieve halfbewustzijn van velen is de liberaal iemand die op nogal goedmoedige wijze nuchter en pragmatisch in het leven staat. Hij is wars van alle ideologische systeemvorming, hij neemt de werkelijkheid voor wat zij is, hij dringt niemand zijn ideeën op, het enige wat hij doet is profijt trekken uit de goede gelegenheden die zich aandienen. Adam Smith heeft hij waarschijnlijk nooit gelezen, maar mocht iemand hem het principe van de ‘onzichtbare hand’ uitleggen, dan zou hij het grif beamen. Om vervolgens de daarbij aangevoerde argumenten weer snel te vergeten – hij is nu eenmaal een realist, geen ideeën-mens.

Dit beeld van de liberaal (of het nu terecht was of niet) is volstrekt achterhaald, passé. De synoniemen voor ‘liberaal’ die in onze woordenboeken staan – vrijzinnig, gul, genereus, tolerant enz. – zijn op de liberaal van vandaag niet meer van toepassing. We zijn het er allemaal over eens om het huidige liberalisme ‘neo-liberalisme’ te noemen. Sommigen, waaronder ik, pleiten voor het woord ‘extreem liberalisme’.

Het liberalisme van vandaag (neo-liberalisme, extreem liberalisme) is niet meer nuchter, pragmatisch en systeemvijandig. Integendeel, op de sokkel van Adam Smiths vrije markt-idee heeft het een systeem uitgewerkt dat zich sluitend en onweerlegbaar waant en dat op alle terreinen toegepast wil worden. In die zin is het extreem. De liberaal van vandaag kan zich moeilijk meer voordoen als de gezellige, verdraagzame opportunist die voor de fanatieke pleitbezorgers van wereldverbeteringsideologieën schamper zijn schouders optrekt. Wie zich vandaag liberaal noemt, is de facto aanhanger van een ideologisch programma dat hoogst agressief is, veroveringslustig en intolerant. Neo-liberalisme. Extreem liberalisme. Of misschien een ander woord?

Naam en imago

Kinderachtig, dat spelen met woorden! O ja? In een tijd dat met het oog op het in de markt zetten van een merk bakken geld wordt uitgegeven om er een naam, of logo, voor te vinden, zouden we niet eens nauwgezet de namen onder de loep mogen nemen waarmee we onze politieke denksystemen aanduiden? Een woord, een naam, het geeft een imago weer, en hoe belangrijk is niet het imago, ook in de politiek?

Naomi Klein wijst er bijvoorbeeld op hoe Tony Blair destijds een meesterzet deed door van Labour ‘New Labour’ te maken. De naam ‘Labour’ had een tamelijk negatief imago gekregen, beelden van oudere, verzuurde arbeiders en lelijke, onrendabele fabrieken zweefden de mensen voor de geest. ‘Labour’ heeft iets stars. Door ‘New’ voor ‘Labour’ te zetten, werd de partij van Blair gelijkgesteld met een ‘attitude’, het werd cool’ en vlot. Ja, een ander imago.

Om nu op het liberalisme terug te komen, omdat het woord een imago oproept dat niet met de werkelijkheid strookt, lijkt het me noodzakelijk om aan dit woord wat hersenarbeid te wijden. Tijd voor een nieuw woord: liberascisme bijvoorbeeld? – nee, dit gaat misschien te ver. Wel kunnen we zo’n enigszins provocerende benaming gebruiken als denkprikkel, zodat mensen « Hé, wat bedoel je? » zeggen, wat dan een mooie gelegenheid is om ze een en ander eens goed uit te leggen. Als middel om een leugenachtig masker van goedmoedig realisme, van pragmatische, tolerante levensbeschouwing weg te trekken, en de ware aard van het liberalisme – neo-liberalisme, extreem liberalisme – te onthullen.

Ideologie
Ja, het neo-liberalisme, of extreem liberalisme, is een theorie, een ideologie net zo goed als het Russische communisme en het fascisme dat waren. Het is gebaseerd op een geloof, of liever gezegd op een grondstelling die zich niet laat verifiëren (de voorzienigheid van een onzichtbare grote-klokkenmakershand), wat niet wegneemt dat alle argumenten die worden aangevoerd om hem te falsifiëren steevast door de aanhangers ervan worden weersproken. Ze hebben een rotsvast argument. Een patstelling. Jij wijst op de dysfuncties in het systeem? Dat komt omdat de inmenging van de staat, of van het openbare domein in het algemeen, nog steeds te groot is.

De kleinste spaak in het wiel van de vrije markt-concurrentie, en er treden storingen op. De ‘waarheid’ van het systeem kan pas worden geverifieerd wanneer het perfecte markt-evenwicht (van vraag en aanbod, door concurrentie bepaald) is bereikt, en dit evenwicht kan alleen worden bereikt wanneer alle inmenging van factoren van buiten de markt is uitgeschakeld. En dit is nu precies wat de aanhangers van dit systeem zo agressief, zo fanatiek maakt. Er moet een waarheid worden bewezen. En om die waarheid te kunnen bewijzen, is het uiteindelijk zaak dat de hele werkelijkheid markt wordt. Alle domeinen waar een andere geest heerst dan die van de concurrentie zijn verdacht omdat ze daadwerkelijk, of anders potentieel, de werking van de vrije markt stremmen.

Het extreem liberalisme kijkt met scheve ogen naar mensen die naast hun bedrijvigheid in het systeem (en we zitten allemaal in het systeem), ook actief zijn op andere terreinen – terreinen waar andere regels gelden dan die van het vrije marktwezen. Regels gebaseerd op tradities van trouw en duurzaamheid, gebaseerd op solidariteit en onbaatzuchtigheid. Geen enkel systeem dat ernaar streeft zijn eigen waarheid te bewijzen is bij dit soort ‘halfhartige’ mensen gebaat. Uit de hoek van die andere gebieden kan kritiek komen. De oplossing is om die andere gebieden te infiltreren en ze aan het markt-denken te onderwerpen. En tegelijk ernaar te streven zoveel mogelijk de overheid voor dit in wezen totalitaire project in te schakelen. Dit heeft trouwens niets met inmenging van de staat in het vrije-marktmechanisme te maken, het gaat erom dat de overheid door privatiseringspolitiek de condities waarborgt en bevordert waarin het vrije-marktgebeuren zich optimaal kan ontplooien. Dit is wat we vandaag zien gebeuren. De ‘crisis’ is het grote excuus.

Extreem liberalisme, liberascisme

Liberascisme – overdrijf ik? Zien we vandaag niet gewoon een stel handige jongens van de gelegenheid van een gedereguleerde financiële sector gebruik maken om hun zakken te vullen – and that’s it? Een Brussels maatregeltje hier, een Brussels wetje daar, en de zaak is gefikst? Nee, het liberalisme van vandaag – neo-liberalisme, extreem liberalisme – is een denksysteem net zo goed als de grote ideologieën uit de vorige eeuw dat waren. Het heeft zijn theoretici (Weense school, Chicago-boys, veel Nobelprijs-winnaars), het heeft zijn gelovigen, en het heeft een handjevol mensen die er zeer wel bij varen, en die het uit eigenbelang (o ja!) met hand en tand verdedigen. En deze mensen zijn machtig. Trouwens waarom is die financiële sector gedereguleerd, als het niet is om een belangrijke sector van de economie aan een inmenging van buitenaf te onttrekken, omdat dat moet van de theorie?

Dit artikel verscheen op het weblog van Caspar Visser ’t Hooft: Schrijver in Frankrijk. Volg Caspar ook op Twitter


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 fragmenten

    met een voorwoord van Nelleke Noordervliet

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (48)