391
2

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Lichtjes

Job - vijftien - is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

Gezellig, dachten we, een avondje naar het Chinese lichtjesfestival in Ouwehands Dierenpark.


We waren de straat nog niet uit of Job begon te piepen. Het korset moest uit.

“Kan niet” , zei ik. “Mama moet rijden.” Papa zat op de achterbank en kon er niet bij.
 Naast me zag mijn zoon bleek. Hij begon hevig te slikken. We wisten hoe laat het was: Job moest kotsen. Ik parkeerde langs de weg.


Terwijl ik het verkeer tegenhield, sleurde Rob ons slappe kind uit de auto. Samen hingen we hem boven de goot.

Nadat we zijn mondje hadden afgeveegd, stapten we weer in. Hij jammerde dat hij moe was. Weer dat witte snoetje. Voorbij de Waalbrug gaf ik een ruk aan het stuur en zette mijn auto stil op de donkere dijk. Job zou bij zijn vader op de achterbank gaan liggen. Daarvoor moest Rob eerst de auto verbouwen. Iedereen eruit, rolstoel demonteren, alles opnieuw inpakken.

Met Job in mijn armen groette ik de fietsers die vloekend om de auto heen slalomden. We stonden midden op een snelfietspad waarvan ik het bestaan niet wist. De wind was koud.

Waarom niet terug naar huis, hoor ik u denken. Omdat we weten dat een aanval van misselijkheid bij Job nooit lang duurt. Bovendien hadden we al kaartjes.

Job sliep het laatste stuk naar Rhenen. Bij de dierentuin hesen we hem in een warme voetenzak en handschoenen. Elke prachtig verlichte pauw, draak, kwal en panda wees ik vol goede moed aan. “Mooi hè, Job?”


Hij bleef mokken, wilde naar huis.


Wij hielden vol tot we alles hadden gezien. Op weg naar de uitgang zat Job eindelijk zingend in zijn rolstoel. Bij de auto meldde hij resoluut hij dat hij wilde blijven. “Lichtjes kijken!”

Zijn vader en ik wisselden enkel een blik met elkaar uit. In ons hoofd zaten geen vredige kerstgedachten.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (2)