2.476
27

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

Liever een Anti dan een moslim

Mijn Antilliaans-Venezolaanse ex was gewoon José en daarmee basta. Toch merkte ik dat dit niet voor iedereen geldt

“Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen.” Uit onderzoek van het tijdschrift J/M voor ouders blijkt dat autochtone ouders het geen probleem vinden dat hun kind opgroeit in een multiculturele omgeving, maar dat ongeveer 43 procent liever geen allochtone schoonzoon over de vloer heeft. Ik als ‘ervaringsdeskundige’ besloot mijn moeder naar haar mening te vragen en mijn eigen verleden onder de loep te nemen.

“Mam, wat vond je er eigenlijk van toen ik met José ging?”, vraag ik aan mijn moeder. Ze kijkt verbaasd op. “Wat ik van hem vond?” antwoordt ze verrast. “Ja, uit onderzoek blijkt dat veel ouders liever een autochtone dan een allochtone schoonzoon over de vloer hebben.” Mijn ex was half Antilliaans en half Venezolaans, maar woonde tot zijn 9de op Curaçao. Op mijn 18de kregen we een relatie, die twee jaar heeft geduurd. “Nou, ik was zijn grootste fan hoor”, zegt ze lachend.

Het antwoord verbaast me niets. Toen het uitging, huilde moeder nog harder dan ik. Als zij voor mij met hem had kunnen trouwen, had ze het direct gedaan. Over mijn andere ex, een Surinamer, had ze weinig goeds te melden, maar dat had niets met zijn afkomst te maken.

Gemengde relaties, ik zie ze vaak om me heen. Zelf heb ik nooit een Nederlandse vriend gehad, ook geen Italiaanse of Griekse trouwens. Want voor de mensen die het niet weten, ik ben kwart Grieks, kwart Italiaans en half Nederlands. De reden voor het gebrek aan relaties met mannen van mijn eigen afkomst(en) is heel simpel. Toeval. Het kwam niet op mijn pad. In een stad als Rotterdam loop je van alles en nog wat tegen het lijf: Surinamers, Turken, Marokkanen, Antillianen en nog veel meer. Voor iedere smaak een aanbod. Best logisch als je nagaat dat 46 procent van de Rotterdamse bevolking uit allochtonen bestaat. De kans dat je hier verliefd wordt op een niet-Nederlander is groot, vooral als je opgegroeid bent in een omgeving waar er meer niet-Nederlanders dan Nederlanders wonen. In mijn vrienden- en kennissenkring zijn gemengde relaties aan de orde van de dag. Sommige gemengde stellen zijn al jaren bij elkaar, met of zonder cultuurverschil.

Natuurlijk gaan gemengde relaties niet altijd goed, net zoals relaties tussen twee Nederlanders of twee Antillianen niet altijd goed gaan. Maar in de praktijk blijkt toch dat de verschillen binnen een gemengde relatie voor problemen kunnen zorgen. Zo is de relatie tussen een Surinaamse vriendin en haar Marokkaanse vriend uitgegaan vanwege het geloof. Hij was moslim, zij niet en daarop liep het spaak. Een Kaapverdiaanse vriendin van mij valt op Nederlanders. Die vindt ze aantrekkelijker en betrouwbaarder dan Kaapverdianen, zegt ze. Haar moeder moet er niets van hebben, die ziet haar het liefst met een Kaapverdiaan. Ook heb ik een Indiase vriendin die aangaf het niet in haar hoofd te halen om met een niet-Indiase man thuis te komen. Haar ouders zouden dat nooit goedkeuren. Mijn familie had geen problemen met mijn vriendje. Mijn Antilliaans-Venezolaanse ex was gewoon José en daarmee basta. Toch merkte ik dat dit niet voor iedereen geldt.

Mijn relaties wekten soms onbegrip op. Wanneer ik met mijn eerste vriendje op straat liep, werd ik raar aangekeken en kwamen er venijnige opmerkingen over de lippen van voorbijgangers. Met mijn andere ex, die een stuk donkerder was, werd dit nog een tikkeltje erger. Vooral meiden uit zijn eigen cultuur keken me raar aan, flirtten openlijk met hem en riepen hem na. Ik keek er raar van op mijn neus. Wist ik veel dat mijn relatie zoveel teweeg bracht. Ook vroegen Nederlandse jongens mij vaak ‘wat ik toch met zo’n neger moest’ en vonden ze dat ik ‘beter een Nederlandse jongen kon zoeken omdat die gasten toch allemaal vreemdgaan’. Ik had er maling aan.

Toen ik het vragenvuur op mijn moeder opende, kreeg ik een positieve reactie. Maar zodra het wat dieper ging, bespeurde ik een kritische noot. “Maar madre, hoe zou je het dan vinden als ik met een moslim thuis zou komen?” Mijn moeder viel even stil. “Tja, dat zou ik wel iets moeilijker vinden, om eerlijk te zijn. Niet omdat hij een moslim is, maar meer omdat jij dat niet bent.” Mijn moeder twijfelde of dit in de praktijk wel goed zou gaan. Het verschil in geloof was volgens haar ietsje anders dan een kleurtje. Bovendien zou ze zich ook druk maken om de acceptatie van schoonouders.

De dochter van haar vriendin had een relatie met een Marokkaanse jongen, wat uiteindelijk is gestrand, omdat zijn ouders haar niet accepteerden. Met dit verhaal in haar achterhoofd, bereidde ze een betoog voor. “Wanneer het om je dochter gaat, is het toch moeilijker. Ik denk dat Marokkaanse meisjes ook niet snel met een Nederlandse jongen komen aanzetten.” In het onderzoek kwam de kwestie omtrent het geslacht ook duidelijk naar voren. 57 Procent van de ouders zegt geen moeite te hebben met een allochtoon vriendje en andersom ziet 62 procent geen probleem in een allochtoon vriendinnetje.

Tijdens het gesprek vielen de kwartjes. Als mijn moeder mocht kiezen, zou ze mij het liefst met mijn eerste ex zien. Die was volgens haar lief, degelijk en betrouwbaar. Dat hij oorspronkelijk uit Curaçao kwam, maakte haar niet uit. Daarnaast zou ze mij het minst graag met een moslim zien eindigen. Niet om de afkomst, maar meer om het verschil in geloof. Maar wat zij het belangrijkst vond, was het minst verrassend. Dit punt kwam ook duidelijk in het onderzoek van J/M voor ouders naar voren. “Ach, moslim, Antilliaan of Tibetaan, wat maakt het ook eigenlijk uit? We horen geen oordeel op basis van afkomst te vellen. Zolang hij maar goed voor je is.” Want discriminatie, dat is pas erg. En na deze zin sloten we het gesprek af.

Geef een reactie

Laatste reacties (27)