711
25

Bestuurskundige

David Samuel Christiaan (Dave) Ensberg-Kleijkers (1984) is bestuurskundige en werkzaam als bestuursvoorzitter van Stichting Biezonderwijs, een regionale onderwijsinstelling voor specialistisch onderwijs. In 2017 verscheen zijn schrijfdebuut 'Bezielde Beschaving' (Uitgeverij Aspekt). Hij is daarnaast bestuursvoorzitter van Kompass, Mensenrechten Dichtbij en draagt als vicevoorzitter van het Johan Ferrier Fonds bij aan onderwijs- en cultuurprojecten in het land van zijn (voor)ouders; Suriname.

Liever méér dan minder Voedselbanken!

Ongeveer 70.000 Nederlanders zijn afhankelijk van de Voedselbank en dat aantal groeit nog steeds

“Het is toch schandalig dat we in een rijk land als Nederland zoveel Voedselbanken hebben?!”, hoorde ik laatst iemand zeggen. “Daar moet de overheid écht iets aan doen.” Een absolute misvatting in mijn ogen. Het is inderdaad beschamend dat zoveel Nederlanders onder de armoedegrens leven, dagelijks vechtend om te overleven. Maar het is een groot goed dat Voedselbanken als symbool van intermenselijke solidariteit bestaan.

Geïnstitutionaliseerde vormen van solidariteit – zoals in een doorgeschoten verzorgingsstaat, waarin vadertje staat van wieg tot het graf voor je zorgt – gaan niet uit van de eigen kracht van mensen, maar van hun zwakte. Met de toenemende werkloosheid en daarmee gepaard gaande groeiende armoede in Nederlandse huishoudens hebben we juist meer positieve vormen van solidariteit tussen mensen als Voedselbanken nodig.

Zoals voor mensen als Bert. Bert is 43 jaar en na 20 jaar trouwe dienst bij een middelgroot bouwbedrijf krijgt hij te horen dat hij samen met een groep andere collega’s wordt ontslagen. Het gaat slecht met de woningmarkt en de overheid investeert weinig, dus moet het bedrijf reorganiseren. Bert is echter kostwinner van een gezin van twee schoolgaande kinderen en zijn vrouw Jessica. Na zijn ontslag heeft Bert echter moeite een nieuwe baan te vinden; het gaat immers bij alle bouwbedrijven slecht en werken in de bouw is het enige dat Bert kan en wil. Bert raakt gefrustreerd en is met de dag nukkiger en nukkiger. Zeker als het einde van de WW in zicht komt.

Bert en Jessica hebben hun uitgaven echter niet naar beneden bijgesteld en hebben steeds meer moeite hun rekeningen op tijd en volledig te betalen. Uiteindelijk wordt het Jessica te veel en besluit ze een scheiding aan te vragen. Bert is verplicht alimentatie te betalen voor zijn ex-vrouw en kinderen en moet ondertussen zo snel mogelijk zijn huis zien te verkopen. Dat is al bijzonder lastig in deze tijd, laat staan voor een goede prijs. Na zes maanden staat het huis nog steeds te koop.

Bert komt figuurlijk om van alle rekeningen. Hij ziet geen uitweg meer om zijn financiële en persoonlijke misère op eigen kracht te ontvluchten en ziet zich genoodzaakt een beroep te doen op de schuldhulpverlening van de gemeente. Hij staat op een enorme wachtlijst, terwijl zijn schulden met de dag toenemen.

Bert heeft steeds meer moeite om voldoende geld over te houden om fatsoenlijk te eten. Daarom schrijft hij zich in bij de plaatselijke Voedselbank. Via het lokale krantje heeft hij daar iets over gelezen. Dankzij de inzet van vrijwilligers van de Voedselbank en bedrijven die hun overtollige voedselvoorraden gratis beschikbaar stellen, kan Bert weer wekelijks ‘normaal’ eten. Bij de eerste keer dat hij zijn voedselpakket mag ophalen, rollen de tranen spontaan over Bert’s wangen. Na maanden van ellende heeft hij eindelijk weer een beetje hoop op een betere toekomst.

Bert is helaas niet de enige en laatste Nederlander die een beroep moet doet op de Voedselbank. Volgens de Stichting Voedselbanken Nederland zijn ongeveer 70.000 Nederlanders afhankelijk van de Voedselbank – en dat aantal groeit nog steeds. De nodige politici hebben bij de oprichting van de eerste Nederlandse Voedselbank in 2002 gezegd dat de Voedselbank “over vier jaar niet meer bestaat!”. Misplaatste arrogantie en een grove onderschatting van het probleem.

In onze samenleving zal het helaas altijd voorkomen dat er mensen, door welke omstandigheden dan ook, onder de armoedegrens leven. Als dat gebeurt, moeten deze landgenoten kunnen rekenen op de steun van hun medemens. Medemensen die op basis van compassie omzien naar de ander. Een samenleving die beschaafd genoeg is te voorzien in de eerste levensbehoefte van mensen, zonder bij het minste of geringste de (bureaucratische) hulp van de overheid in te schakelen.

De ruim 6.200 vrijwilligers van de Voedselbank, verspreid over 135 verschillende vestigingen, zijn onze helden van de moderne samenleving. Samen met de maatschappelijk verantwoorde bedrijven gaan zij ons voort in de dagelijkse strijd tegen onrecht en zetten zij zich onbaatzuchtig in voor een menswaardig bestaan van iedere Nederlander. Laat hen juist een lichtend voorbeeld zijn in deze donkere en onzekere tijden. Liever meer vrijwilligers en meer Voedselbanken met een maatschappelijk hart dan meer kunstmatige vormen van solidariteit door de overheid. Voor mensen als Bert, maar ook voor behoud van de waardigheid van onze Nederlandse samenleving.

Dave Ensberg-Kleijkers (28 jaar) is bestuurskundige. Voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 stond hij de kandidatenlijst (27) van het CDA. Volg hem ook op Twitter


Laatste publicatie van DaveEnsberg-Kleijkers

  • Bezielde beschaving

    Alles behalve een multicultureel drama

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (25)