1.016
4

Lifters van Oranje

Een kille wind woei over het parkeerterrein toen ik in de verte een paar stipjes naar hun auto zag lopen

cc-foto: Thomas Hawk

Het begon ermee dat mijn moeder kaartjes had gewonnen voor Soldaat van Oranje. Zelf kon ze niet en daarom kreeg ik ze. Er bleek in mijn vriendenkring één vriend, Michiel, die de musical nog nooit had gezien. Uit eerdere ervaringen was gebleken dat als je met de auto kwam je meteen tien euro moet neerleggen voor een parkeerkaart. Ik denk dat ze dit doen om de bezoeker alvast te laten ervaren hoe oneerlijk het er allemaal aan toe ging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het zou leuk zijn geweest als ze die parkeerkaarten ook door Duitse soldaten lieten verkopen. Maar goed, om de peperdure nazi-parkeerkaarten te vermijden reisden Michiel en ik af naar de theaterhangaar in Katwijk bij Leiden, met de pendelbus.

Tijdens de voorstelling zaten we tot onze verbazing bijna op de eerste rij, naast een verstandelijk beperkt meisje dat dacht dat alles wat er op het toneel plaatsvond écht gebeurde. Regelmatig riep ze vrolijk door de dialogen heen waardoor de acteurs op een paar meter afstand zichtbaar steeds grotere moeite hadden zich te concentreren. Toen er werd geschoten zocht het meisje hevig huilend dekking bij haar moeder die haar uit probeerde te leggen dat het allemaal nep was. De mensen achter ons sisten dat ze stil moesten zijn.

Ik keek hoe de moeder haar dochter troostend over haar rug wreef. Onze blikken kruisten elkaar en ik gaf haar een bemoedigend knikje. Toen Nederland eenmaal weer was bevrijd, was er niemand zo blij als het meisje naast ons.

In de foyer dronken Michiel en ik nog een biertje. De rest van het publiek stroomde langs ons tafeltje heen naar buiten. Even later, toen Michiel op zijn telefoon keek, bleek dat hij drie oproepen had gemist van een onbekend nummer. We keken verschrikt naar elkaar op: het pendelbusje! We stormden naar buiten, waar het busje in geen velden of wegen meer te bekennen was. Voor wie er nog nooit is geweest, de Theaterhangaar in Katwijk bij Leiden, ligt midden in een afgelegen polder waar normaliter alleen drugsdeals worden gesloten. Michiel belde en belde maar er werd niet opgenomen. Wat nu? Een taxi? Veel te duur. Misschien konden we met iemand meerijden?

Het was koud buiten dus we gingen weer naar binnen. Vervolgens begon ik wanhopig
willekeurige mensen aan te spreken, zoals die irritante enquêteurs op straat altijd doen. Michiel was weer aan ons tafeltje gaan zitten. Ik voerde geanimeerde gesprekken met een aantal wildvreemde mensen maar zodra ik over liften begon bleek iedereen ‘een andere kant uit te moeten’. Door de ene na de andere bezoeker werd ik afgewezen.

Het was inmiddels bijna twaalf uur en in mijn buik begon de paniek op te borrelen. Mijn oog viel op het meisje achter de bar en ik besloot het erop te wagen. Na mijn verhaal te hebben aangehoord zei ze tot mijn verbazing dat we met haar mee konden rijden. Ze had tot half een dienst dus we moesten wel nog even geduld hebben. Aan het tafeltje vertelde ik Michiel het goede nieuws waarna we nog maar een biertje bestelden.

Aan de toog was een van de acteurs komen staan met aan zijn zijde twee verveeld uitziende knappe meisjes met allebei dezelfde bontjas met panterprint. ‘Dat kind blééf ook maar schreeuwen. Echt bloedirritant.’ De acteur schudde zijn geïrriteerde hoofd en nam nog een flinke slok van zijn gin-tonic. Het barmeisje was inmiddels afgelost en ergens naartoe vertrokken. Michiel en ik wachtten met smart op haar terugkeer. Ondertussen kwamen de allerlaatste theaterbezoekers terug van de wc, ritsten hun jas en gulp dicht en liepen opgewekt richting de uitgang. Uiteindelijk nam ook de acteur zijn laatste slok en vertrok, geëscorteerd door zijn vriendinnetjes, naar de kleedkamer. Daarna was de foyer volledig uitgestorven en zaten alleen buurman en buurman er nog.

Om één uur kwam er eindelijk iemand op ons afgelopen. Het was een streng uitziende man in een net pak. Hij kwam voor ons staan en sloeg zijn handen in elkaar. ‘Heren, ik heb gehoord dat jullie een lift aangeboden hebben gekregen van mijn collega maar dit gaat helaas niet door. Zij voelde er zich toch niet zo prettig bij dus ik moet jullie verzoeken om het pand nu te verlaten.’

Ik schrok. De man zei het op zo’n manier alsof hij vermoedde dat wij van plan waren zijn collega langdurig in de bosjes te gaan verkrachten en hij daar een stokje voor kwam steken. Beschaamd stonden we weer op van onze krukjes en even later stonden we weer buiten in de kou. Achter ons deed de portier de deur op het nachtslot.

Een kille wind woei over het parkeerterrein toen ik in de verte een paar stipjes naar hun auto zag lopen. ‘Wacht hier,’ zei ik tegen Michiel en ik begon te rennen. Had ik nu die motor maar gehad uit de voorstelling. Hijgend arriveerde ik bij het gezinnetje dat op het punt stond de deuren van hun auto dicht te gooien. ‘Sorry,’ wist ik uit te brengen. ‘Onze … we hebben onze taxi … gemist. Gaan jullie toevallig… richting Leiden?
De vader van het gezin keek me schattend aan en zei: ‘Stap maar in, jongen. Met hoeveel zijn jullie?’
‘Oh, geweldig. Dankjewel. Met z’n twee.’

Ik draaide me en seinde Michiel dat hij hierheen moest komen. Even later zaten we op de achterbank met tussen ons een vijftienjarige jongen. Het gezin kwam uit Den Haag. We vertelden over het pendelbusje. ‘Altijd achteraf pas betalen,’ drukte de vader ons vanachter het stuur op het hart. ‘Anders naaien ze je waar je bijstaat.’ Moeder lachte om haar mans opmerking. Hun zoontje zweeg.

We praten na over de voorstelling en of ze het meisje naast ons ook hadden horen schreeuwen. Dat hadden ze. ‘We dachten eerst dat er iemand onwel geworden was.’ Na een korte rit werden we door deze lieve mensen keurig voor de deur van Station Leiden afgezet. We hebben hen uitvoerig bedankt en het is dat ik hun adres niet heb anders had ik hen een kaart gestuurd. Lief gezinnetje uit Den Haag dat ons die nacht heeft gered, namens Michiel en mij nogmaals bedankt!


Laatste publicatie van Ties Teurlings

  • Krentenkoppen

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (4)