1.064
12

Socioloog

Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Sinds januari 2011 doet hij als promovendus onderzoek naar populisme en culturele studies bij de Universiteit van Tilburg. Hij was gastredacteur van de 20e editie van het tijdschrift Open, de Populistische Verbeelding. Hij schrijft regelmatig voor boeken, bladen en tijdschriften, over stadsontwikkeling, kunst, politiek, filosofie en wat dies al niet meer zij.

Links en de euro

Waarom de ware kosmopoliet tegen de euro is

Aan de oppositie tegen de euro kleeft nog immer een smet van xenofobie en nationalisme. Sinds jaar en dag is het mantra in de media dat tegenstanders van de euro nationalisten zijn. Het politieke strijdveld in de tijd van de eurocrisis wordt dan ook meestal onderverdeeld in twee fronten: aan de ene kant de nationalistische eurosceptici van de PVV en de SP, aan de andere kant de kosmopolitische eurofielen van de gevestigde partijen. Deze oppositie komt ook tot uiting in de politieke stellingname rond de Griekse schuld: de PVV en de SP zijn ervoor dat Griekenland uit de euro treedt, de rest van de partijen steunt het noodpakket.

Deze oppositie is echter bedrieglijk. Want als we regeringspartijen eens goed aan de tand voelen, wordt duidelijk dat zij enkel achter de euro staan omdat het Nederland geld oplevert. Met kosmopolitisme heeft dat weinig van doen. Het is het naakte nationale belang. En deze contradictie wordt steeds duidelijker nu blijkt hoe weinig de Nederlandse regering geïnteresseerd is in het wel en wee van de Griekse, Spaanse, Italiaanse, Portugese en Ierse bevolking die een keihard en contraproductief bezuinigingsbeleid worden opgelegd.

Nogmaals, wie denkt dat wij Griekenland aan het helpen of aan het redden zijn, wie denkt dat ons geld naar Griekenland gaat, heeft het grondig mis. Van de vorige tranche van het noodpakket kwam 19% uiteindelijk terecht bij de Griekse bevolking. De rest gaat naar Europese banken, de ECB, hedgefunds en Griekse banken. Sinds het begin van het beleid van de zogenaamde trojka is het Griekse BNP met 20% gekrompen. Dit heeft niets meer met redden of helpen te maken, een beter passende term is een strafexpeditie. Erop gericht om andere landen met uitstaande schulden duidelijk te maken, dat zij alles cent voor cent dienen terug te betalen aan de Nederlandse, Duitse en Franse banken, anders richten we je economie ten gronde.

Het kamp van de eurofielen wordt dus ironisch genoeg, hoofdzakelijk bevolkt door rechtsnationalisten. Ofwel partijen die enkel op verbeten wijze opkomen voor het Nederlandse nationale belang, en bereid zijn om andere Europese bevolkingen daarvoor blijvende schade toe te brengen. Naast het nationale belang van De Jager & Co is er een marginaal en onzeker links kosmopolitisch geluid te vinden, soms vertolkt door Plasterk van de PvdA, laatst nog door Eickhout van GroenLinks. Deze minderheid is van mening dat de Europese gedachte draait om ‘wederzijdse afhankelijkheid en solidariteit’. Hier zien we een politiek die zich hecht aan een steeds wankelmoediger geloof, dat een sociaal, democratisch en rechtvaardig Europa mogelijk is. De ontwikkelingen van de laatste maanden, waarbij de banken voor vele miljarden door het ECB gesteund worden terwijl de bevolking overal verder moet inleveren, maken een dergelijk Europa echter steeds onwaarschijnlijker.

Dan is er het kamp van de Eurosceptici. Ook hier zien we een tweedeling. Zo is er natuurlijk de PVV, dat een politieke slag heeft weten te slaan, door de Nederlandse bevolking de leugen voor te schotelen dat zij voor de luie Grieken betalen. Dit is duidelijk het rechts-nationalistische kamp. Maar bij de SP zien we een ander verhaal: we lezen dat ‘de voorwaarden aan Griekenland moeten worden versoepeld’, dat ‘in Griekenland een hele generatie dreigt verloren te gaan’, dat je ‘de lonen niet kunt blijven verlagen’. De beste oplossing voor Griekenland is volgens de SP, vergelijkbaar met wat Argentinië deed in de peso crisis: het land moet uit de Euro stappen, haar schuldenlast opnieuw uitonderhandelen en haar munt devalueren. Wat je van deze positie ook mag vinden, het is niet eenduidig onder de noemer van nationalisme te vangen. Het heeft meer gemeen met de houding van de linkse eurofielen, dan met het onbegrip richting de Grieken die Wilders heeft weten te mobiliseren.

Wat we zien is dat er niet twee, maar vier posities bestaan in het debat over de eurocrisis. En dat er een links-rechts dimensie is die verborgen gaat onder de oppositie nationalisten-kosmopolieten. De framing van de Europese problematiek in termen van kosmopoliet en nationalist heeft een enorme overwinning voor rechts betekent. Het gevolg is dat het publieke debat zich hoofdzakelijk afspeelt als een dialoog tussen het rechtsnationalisme van de PVV en het rechtsnationalisme van CDA en VVD. Links weet er nauwelijks een woord tussen te krijgen, omdat zij zich niet organiseert als een eigen kamp, en zich niet verenigt in een tactische, eenduidige linkse positie. Met andere woorden: er is geen partijoverbruggend links verhaal over Europa. Hoe urgent en noodzakelijk dit is, blijkt wel, nu ook in Nederland de compleet arbitraire drie-procent-norm leidt tot een nieuwe bezuinigingsgolf, die zowel de welvaart als sociale grondrechten dreigt te ondermijnen.

De EMU ontwikkeld zich meer en meer tot een politiek-economisch verband dat haaks staat op de Europese gedachte van wederzijdse afhankelijkheid en solidariteit. De ware kosmopoliet, de ware internationalist, kan daardoor niet anders, dan de Europese gedachte boven de Euro te verkiezen.


Laatste publicatie van MerijnOudenampsen

  • boek merijn

    De conservatieve revolte

    Een ideeëngeschiedenis van de Fortuyn-opstand

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (12)